Manifest voor het Nederlands in België 2011
De taalsituatie in Vlaanderen is complex en gecompliceerd.
De meeste Vlamingen spreken anno 2011 dialect, tussentaal en/of standaardtaal.
Daar is op zich niets fout mee. Variëteiten en registers bestaan nu eenmaal. Ze verrijken onze taal. Binnen andere talen, grote en kleine, treffen we vergelijkbare verschillen aan.
Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.
Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.
Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.
Pas in de jaren 1930 kwam met de radio en de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen de standaardisering echt op gang.
Alle Vlamingen hebben de laatste eeuw Nederlands geleerd als een taal die tegelijk ervaren werd als min of meer bekend en als min of meer vreemd.
Tot de jaren 1980 ongeveer was er consensus over de richting die de Vlaamse taalgemeenschap moest uitgaan: die van de standaardtaal, het Nederlands.
Nu is die consensus afgebrokkeld. De tolerantie tegenover andere variëteiten dan de standaardtaal is toegenomen.
Het uitzonderlijke van de taalsituatie in Vlaanderen bestaat er juist in dat die tolerantie sterker wordt in een omgeving van zwakke standaardisering. Het is immers pas sinds een tachtigtal jaar, een drietal generaties, dat de Vlamingen Standaardnederlands aan het verwerven zijn.
De Academie vraagt daarom aandacht voor de standaardtaal - het Nederlands zoals dat in België wordt gesproken en geschreven - en voor de meer formele registers, die hun rechtmatige plaats in de openbare ruimte moeten blijven behouden. De overheid, het onderwijs en de media spelen hierin een cruciale rol.
De Academie gelooft dat men een norm kan voorhouden zonder taalgebruikers te frustreren of kleineren. Meer nog, ze gelooft dat het voorhouden van een norm juist emanciperend kan werken. Dat geldt niet alleen voor Nederlandstaligen. Ook anderstaligen, onder wie onze Franstalige landgenoten, en nieuwkomers, aan wie we terecht vragen onze taal te leren, zijn gebaat bij een duidelijke norm.
Gent, 24 september 2011