Gezellezaal

In deze salon valt vooral de strengere Lodewijk-XVI-decoratie op, met een mooie zwartmarmeren schouw met opgezette bloemenmotieven in wit marmer. Enkel de deuren, die, zoals overal in dit huis, in Lodewijk-XV-stijl werden uitgevoerd, vormen een uitzondering op de homogeen-classicistische vormgeving.
Deze salon, die nu dienst doet als leeszaal en vergaderzaal, wordt de Gezellezaal genoemd. Aan de wand aan de straatkant bevindt zich een afgietsel van het dodenmasker van Guido Gezelle. Aan de tegenoverliggende wand hangt een portret van Gezelles leerling Hugo Verriest (Alphons Joseph Blomme, 1921). Beiden waren lid van de Academie. Andere Academieleden zijn afgebeeld op de portretmedaillons (door L. Du Bar) boven de deuren. Wanneer u links van de schouw begint ziet u achtereenvolgens: Joris Eeckhout, Hugo Verriest, Cyriel Buysse, Jozef Muls, Stijn Streuvels en Maurits Sabbe. Tegenover de schouw hangt het portret van Pieter Willems (door Henri Otto), die eind vorige eeuw de eerste grote dialectenenquête voor het hele Zuid-Nederlandse taalgebied uitvoerde. Naast het raam hangt een potloodschets met een zelfportret van Prudens van Duyse.