Geschiedenis
De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde is gevestigd in een herenhuis dat halfweg de 18de eeuw in de plaats kwam van het middeleeuwse 'steen' van de Gentse patriciërsfamilie Damman. Het nieuwe gebouw behield de naam 'Dammansteen' of 'Huis van Oombergen' naar de heerlijkheid die de familie in de 16de eeuw kocht. Het huidige gebouw werd in 1746-1748 ontworpen en gebouwd door architect en projectontwikkelaar David 't Kindt, die de hele Gentse rococo-architectuur domineerde. Hij maakte ten volle gebruik van de ligging van het perceel en bouwde een monumentale gevel die schitterend is ingeplant in het perspectief van de Kammerstraat, gezien vanaf de Vrijdagmarkt.
't Kindt verkocht de luxueuze woning in 1748 aan ridder Jean Baptiste de Ghellinck. In de loop van de volgende jaren werden de interieurs geleidelijk afgewerkt, en ook aangepast aan de gewijzigde smaak en de noden van de opeenvolgende eigenaars. Zo kwamen er naast rococo ook classicistisch aangeklede ruimtes. Kort na 1860 liet weer een nieuwe eigenaar, Camille van Pottelsberghe de la Potterie, grondige wijzigingen aanbrengen. De oorspronkelijke dienstvleugel, richting Vlasmarkt, werd afgesplitst en omgevormd tot een opbrengsteigendom, dat later door een nieuwbouw in eclectische stijl vervangen werd. Aan het einde van de binnentuin kwam een nieuw dienstgebouw met koetshuis en stallingen. Het interieur kreeg een Second Empire-aankleding en in de salons kwamen neo-rococo-meubelen en wandtapijten.
In 1892 kocht de Belgische Staat het Huis van Oombergen aan als vestiging van de in 1886 opgerichte Koninklijke Vlaamsche Academie. Omstreeks de eeuwwisseling liet de overheid een hele reeks restauraties - naar de toenmalige opvattingen - en uitbreidingswerken uitvoeren. Zo werd de oorspronkelijke beschildering van de natuurstenen gevel gedecapeerd, werd het o.m. door de inwerking van de zuren zwaar beschadigde beeldhouwwerk opnieuw gekapt. Het 19de-eeuwse buitenschrijnwerk werd eveneens vervangen, er kwam een fantaisistische neo-rococo poort. De vroegere stallingen werden omgebouwd tot een vergaderzaal die door een tweelagige galerij verbonden werd met het hoofdgebouw. Het geheel kreeg een rijkelijke neo-rococo-aankleding en aangepast meubilair.
Na de Tweede Wereldoorlog onderging het gebouw nog enkele aanpassingen : in de jaren '60 en '70 werden moderniseringswerken uitgevoerd, waarbij o.m. vroegere privévertrekken op de verdieping werden omgevormd tot sobere kantoorruimten. De laatste omvangrijke werken werden uitgevoerd naar aanleiding van het 100-jarige bestaan van de Academie in 1986. Een aantal interieurs werd gerestaureerd, en er werd opnieuw ander buitenschrijnwerk geplaatst. Het huidige Academiegebouw is het resultaat van al deze bouwcampagnes. Het totale concept werd grondig gewijzigd door de afsplitsing van de oorspronkelijke dienstvleugel en de bouw van de stallingen achteraan. De originele structuur van het herenhuis bleef grotendeels behouden. Het uitzicht van de voorgevel en de aankleding van het interieur worden vooral bepaald door de herinrichting in opdracht van Camille van Pottelsberghe en de opeenvolgende restauraties en aanpassingswerken door de overheid.