logo CTB Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL)
Koningstraat 18
b-9000 Gent
Belgium
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49

Het CTB publiceert jaarlijkse een verslag over de activiteiten in het Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. De tekst van dat jaarverslag wordt ook op de website van het CTB gepubliceerd.

[jaarverslag 2000] [jaarverslag 2001] [jaarverslag 2002] [jaarverslag 2003] [jaarverslag 2004] [jaarverslag 2005] [jaarverslag 2006] [jaarverslag 2007]

Verslag over de activiteiten van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2008

Edward Vanhoutte – Coördinator CTB

edward.vanhoutte@kantl.be


  1. Inleiding
  2. Werkjaar 2008
    1. (Literaire) teksteditie en intellectueel erfgoed
      1. 'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek.
      2. Stijn Streuvels, Heule (1942). Tekstkritische editie.
      3. Stijn Streuvels, Werkmenschen. Tekstkritische editie
      4. Herman Teirlinck, Rolande met de bles (1944). Tekstkritische editie.
      5. Herman Teirlinck, Maria Speermalie. Tekstkritische editie.
      6. Anton Van Wilderode, De moerbeitoppen ruischten (1943). Facsimile varianteneditie
      7. Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks
      8. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische editie van de briefwisseling.
    2. Talige Bronnenstudie
      1. Editie van autografische Middelnederlandse egodocumenten als basis voor historische dialect- en idiolectgrammatica's: Fase 1
    3. ICT, teksttechnologie en ontwikkeling
      1. Anna Bijns, Elektronische editie van het volledige dichtwerk.
      2. Johan Daisne, De trein de traagheid op CD-ROM
      3. DALF (Digital Archive of Letters in Flanders)
      4. TEI by Example
    4. Consult en Advies
      1. Algemeen advies
      2. Oriënterend advies
      3. Projectadvies
      4. Projectondersteuning
      5. Contractwerk
  3. Wetenschappelijke werking
    1. Wetenschappelijke adviescommissies
      1. Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT)
      2. Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB)
    2. Publicaties, lezingen en gastcolleges
    3. Colloquia en studiedagen
    4. Gastcolleges
    5. Overige activiteiten
    6. CTB Prijs voor Teksteditie 2008
    7. Onderwijs
    8. Samenwerking en contacten
      1. Internationaal
      2. Nationaal
  4. Publiekswerking
    1. Website
    2. Evenementen
  5. Administratieve werking
    1. Handboek
    2. Personeel
    3. Communicatie
    4. Secretariaat

1. Inleiding

Het jaar 2008 was voor het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) een actief onderzoeksjaar. Over het lopende onderzoek werd door de wetenschappelijk medewerkers in een recordaantal lezingen en papers gerapporteerd op (inter)nationale bijeenkomsten. In 2009 zal dat ongetwijfeld leiden tot een mooie oogst aan gepubliceerde artikels. Het wetenschappelijk onderzoek aan de Academie is dus springlevend en 'happening' zoals onze Britse collega's zouden zeggen. Vooral het feit dat heel wat van deze lezingen en van de artikelen en essays die werden gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften en boeken niet het resultaat waren van de ivoren-torenmentaliteit die de humane wetenschappen al te lang hebben beheerst, opent garanties voor de toekomst. Het CTB is in 2008 meer dan ooit een collaboratorium geworden waarin ideeën, theorieën en methodologieën in discussie en overleg worden ontwikkeld. Dat resulteert in een uitzonderlijke dynamiek waarvan elk project ten volle profiteert.

Deze dynamiek wordt ook meer en meer door de buitenwereld opgemerkt. Het CTB werd uitgenodigd om partner te worden in een projectaanvraag bij de Britse Arts and Humanities Research Council voor de realisatie van een elektronische editie van het volledig werk van Jonathan Swift. De uitnodiging kwam van een onderzoeksgroep bestaande uit wetenschappers van de universiteiten van Oxford en Keele en van King's College London die momenteel de Cambridge editie van het volledig werk van Jonathan Swift voorbereiden onder leiding van prof. Jim McLaverty (Keele). De elektronische editie zou on-line worden gepubliceerd door Cambridge University Press en zal steunen op technologie en modellen die door het CTB werden ontwikkeld. Als voorbereiding voor deze aanvraag werd begonnen aan de ontwikkeling van een pilot van een hoofdstuk uit Gulliver's Travels. De technologie die hiervoor wordt gebruikt, steunt op lopend onderzoek aan het CTB, met name de DALF-projecten, de elektronische editie van het volledig werk van Anna Bijns (met de Radboud Universiteit Nijmegen) en de elektronische editie van De trein der traagheid. Dit is een mooi voorbeeld van de wisselwerking tussen de kernopdracht i.v.m. het Vlaamse tekstuele erfgoed en de internationale activiteiten van het CTB. Het gebruik van de binnenshuis ontwikkelde technologie in internationale projecten faciliteert de verdere ontwikkeling en verfijning van deze technologie die dan weer kan worden toegepast binnen de projecten die tot de kerntaak van het CTB behoren.

Het CTB werd ook binnen Vlaanderen meermaals bij de planning, voorbereiding en invulling van verschillende onderzoeksprojecten betrokken. Het Stadsarchief van Leuven, bijvoorbeeld, deed een beroep op het CTB om te adviseren in een project dat ca. 475.000 folia van de middeleeuwse schepenbankregisters wil digitaliseren en indexeren. Samen met de onderzoeksgroep Historisch-Kulturwissenschaftliche Informationsverarbeitung van de Universiteit van Keulen zal het CTB het project technisch begeleiden.

Nog op de internationale scene participeert het CTB in twee onderzoeksnetwerken. Het eerste is het netwerk An interoperable supranational infrastructure for digital editions (Interedition) dat door COST (ESF) werd gehonoreerd als European Concerted Research Action voor een periode van 4 jaar. Dit project heeft als doelstelling een roadmap uit te zetten voor de implementatie van gedeelde supranationale genetwerkte infrastructuur voor 'digital scholarly editing and analysis'. In de startvergadering van het Management Committee van deze COST actie op 16 april 2008 werd Joris Van Zundert (Huygens Instituut) verkozen als chair van de actie en Edward Vanhoutte (CTB) als vice-chair. Onze collega's van het Huygens Instituut treden op als ontvanger van de subsidie. Het tweede netwerk is een initiatief van de Nederlandse Taalunie en werd Digilet gedoopt. In dit netwerk willen verschillende stakeholders uit Vlaanderen en Nederland komen tot een gezamenlijke roadmap voor de digitalisering van bronnen in de Nederlandse Taal. Het consortium wil niet alleen financiën genereren voor digitaliseringsprojecten, maar legt ook de nadruk op coördinatie en samenwerking. Uitgangspunt van Digilet is dat digitalisering meerdere doelgroepen kent (breed publiek, onderwijs, onderzoek) en het beste een gelaagde opzet kan krijgen, waarin verschillende methoden en producten elkaar aanvullen. Het plan zal worden aangeboden aan de Ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in Nederland en Vlaanderen.

In die twee netwerken speelt het CTB samen met het Huygens Instituut een voorname rol. De samenwerking tussen beide instituten is trouwens zeer hartelijk en werd met een gezamenlijke studiedag op 9 oktober 2008 in Den Haag aan het publiek voorgesteld. Op deze studiedag werd ook de CTB-prijs voor Teksteditie voor de periode 2005-2007 uitgereikt aan Charlotte Cailliau. Nog op die studiedag werd het digitale platform www.teksteditie.org gelanceerd. Dit platform is een gezamenlijk initiatief van het CTB en het Huygens Instituut en wil een Nederlandstalige portaalsite bieden op de internationale vakgebieden van de teksteditie en de editiewetenschap.

Binnen de reguliere werking van het CTB werden drie nieuwe projecten opgestart in 2008. Na een jarenlange focus op de teksteditie was het hoog tijd voor een nieuw taalkundig project met als titel Editie van autografische Middelnederlandse egodocumenten als basis voor historische dialect- en idiolectgrammatica's: Fase 1 dat liep van 1 maart tot 30 november. Deze titel doet vermoeden dat er nog volgende fases van dit project zullen volgen, en dat klopt. Chris De Wulf, die van 2001 tot 2003 al in dienst was van de Koninklijke Academie voor een project over het veertiende-eeuwse talig erfgoed van de Zuidelijke Nederlanden, heeft in deze eerste fase het voorbereidende onderzoek verricht dat moet leiden tot de ontwikkeling van een corpus van egodocumenten die kunnen worden gebruikt als basis voor historische dialect- en idiolectgrammatica's. Na het afronden van deze eerste fase verkaste Chris naar de Universiteit Antwerpen om een kort gelieerd project uit te voeren, maar in 2009 komt hij weer in dienst bij het CTB voor de tweede fase van dit project.

In een tweede nieuw project wordt een facsimile varianteneditie van de debuutbundel van Anton Van Wilderode voorbereid. Met de publicatie van De moerbeitoppen ruischten in 1943 miste Van Wilderode zijn introductie in de Vlaamse letteren niet. Hij won er meteen de literaire prijs van de provincie Oost-Vlaanderen mee. De varianteneditie bestudeert alle overgeleverde varianten van de gedichten uit de bundel, alles samen goed voor zeventien stadia uit de publicatiegeschiedenis. Daarenboven zal de publicatie een kleurenfacsimile geven van het unieke geïllustreerde 'handschrift' Liederen voor December dat Van Wilderode in 1940 instuurde voor de Beernaertpijs van de KANTL.

Het derde nieuwe project was de tekstkritische editie van Herman Teirlinck's Maria Speermalie dat werd opgestart als uitloper van het werk aan de tekstkritische editie leeseditie van Rolande met de bles. Marie Lesy werkte aan deze projecten van 1 januari 2007 tot 31 maart 2008. Beide edities zijn vanzelfsprekend als een elektronisch project opgevat waaruit een papieren leeseditie kan worden gegenereerd, maar waarbij de elektronische basis tot zoveel meer in staat is: collatie van verschillende variante versies, publicatie van het handschrift in digitale facsimile's, geavanceerd onderzoek m.b.v. verschillende zoekstrategieën en het afleiden van verschillende edities naargelang de interesses van de gebruiker. De publicatie van het secure werk van Marie Lesy is voor 2009 gepland. We wensen Marie veel succes toe in de uitbouw van haar verdere professionele loopbaan, en hopen in de toekomst nog meermaals een beroep op haar te kunnen doen voor taken waarvoor een geoefend oog en feilloos taalgevoel vereist zijn. Het CTB heft ook kunnen profiteren van de enorme werkkracht van Pim Verhulst die vijf maanden lang één dag per week de codering van de Streuvelsbrieven heeft gecontroleerd. Een monnikenwerk waarvan we ook in 2009 de vruchten zullen plukken wanneer de elektronische brievenedities van de correspondentie tussen Streuvels en zijn Nederlandstalige en Duitstalige uitgevers zal worden gepubliceerd. Ook Pim wensen we veel succes toe met zijn aanstelling aan de Universiteit van Antwerpen.

In 2008 presenteerde het CTB ook enkele resultaten. Ten eerste was er de voorstelling van de kritische uitgave en informatisering van het fonds Octave Maus door de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten op 27 februari in Brussel. De projectuitvoerder van dat project, Staf Knops, is een alumnus van de Manuscript and Electronic Text Academy dat door het CTB in 2004 in Gent werd georganiseerd. De briefwisseling van Octave Maus in dit project werd volledig gecodeerd volgens de DALF guidelines en het CTB was als adviseur betrokken bij dit project. Ten tweede was er de voorstelling van Spectrum-N op 13 maart. Spectrum-N bevat de standaard voor collectiemanagement in musea en kent dankzij een contract met het CTB een volledige digitale basis. Ten derde was er de publicatie van de thematische catalogus van het werk van Herman Roelstraete dat net voor de zomervakantie bij de Koninklijke Bibliotheek van de persen rolde. Dit lijvige werk in twee delen is het resultaat van één van de eerste onderzoeksprojecten van het CTB. Het project werd in 2000 opgestart, maar werd door de dood van Inge Nevejans in 2004 niet gefinaliseerd. Met de hulp van enkele musicologen en op basis van Inge haar werk en werknotities werd de thematische catalogus afgewerkt door Edward Vanhoutte. De thematische catalogus van het werk van Herman Roelstraete heeft betrekking op alle teruggevonden composities van de componist, i.c. de autografische handschriften van het oeuvre van Roelstraete die door Mevrouw Roelstraete in 1989 haast integraal overgemaakt werden aan de Muziekafdeling van de Koninklijke Bibliotheek van België. Aanvullende gegevens werden gesprokkeld uit secundaire literatuur en uit briefwisseling. Deze catalogus bevat 869 fiches van composities ingedeeld in 176 opusnummers: 120 fiches met enkelvoudig opusnummer (83 opusnummers + 3 fiches zonder opusnummer) en 749 fiches (verzamelfiches inclusief) met meervoudig opusnummer (98 opusnummers in totaal + 4 verzamelbundels zonder opusnummer). Elke fiche in de catalogus geeft informatie volgens een consistente ordening in 18 categorieën: Opusnummer en titel compositie, Genre, Incipit, Bezetting, Tessituur, Toonaard, Ontstaansdatum en -plaats, Tekst en tekstdichter, Uitgaven, Aantal maten en aantal pagina's, Partituur, partij en formaat, Handschrift, autografische annotaties, druk en vindplaats, Eerste uitvoering, Opdracht, Opmerkingen, Bewerkingen, Opnames en Literatuur over de compositie. De indexen bij deze catalogus ontsluiten de gegevens op al deze categorieën.

Het CTB wil in de komende jaren nog meer inspanningen doen en werkkracht aan de dag leggen om de drie pijlers van de wetenschappelijke werking te verstevigen en bij het bredere publiek bekend te maken. De recent aangekondigde subsidiemogelijkheid voor de editie en publicatie van literaire oeuvres van het Vlaams Fonds voor de Letteren is er gekomen in samenwerking met het CTB. Dit nieuwe subsidieprogramma is een opportuniteit om eindelijk eens werk te maken van de aantrekkelijke uitgave van enkele verzamelde werken van onze Vlaamse auteurs. De zorg om het tekstuele erfgoed is de core-business van CTB. Daarom heeft het CTB in december 2008 principes voor de uitgave van teksten gepubliceerd die de werkwijze van het CTB documenteren en die de minimale eisen bevatten die door het CTB aan wetenschappelijk verantwoorde leesuitgaven van proza, poëzie en brieven worden gesteld. Deze principes kunnen als richtlijn worden gebruikt door al wie zich met de uitgave van moderne teksten wil bezighouden. Op het vlak van de historische corpusbouw van talig materiaal wil het CTB in de komende jaren een coördinerende rol spelen bij het instigeren van nieuwe projecten. En natuurlijk blijft het CTB een hevig verdediger van het gebruik van computationele technieken in de humane wetenschappen. Op deze drie gebieden - teksteditie, talige bronnenstudie en teksttechnologie/humanities computing - garandeert het CTB de hoogste wetenschappelijke kwaliteit waarmee een belangrijke culturele functie wordt ingevuld.

Edward Vanhoutte
Coördinator CTB-KANTL

Top

2. Werkjaar 2008

In 2008 voerde het CTB 13 wetenschappelijke projecten uit. Er werden drie nieuwe projecten opgestart:

Daarnaast werd verdergewerkt aan negen reeds lopende projecten:

De projecten kunnen worden onderverdeeld in drie thematische gebieden: (literaire) teksteditie en intellectueel erfgoed, talige bronnenstudie en ICT, teksttechnologie en ontwikkeling.

http://www.kantl.be/ctb/project/

Top

2.1. (Literaire) teksteditie en intellectueel erfgoed

2.1.1.'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek
[Uitvoerders: Christophe Van der Vorst & Ron Van den Branden (ICT)]

Het onderzoek had in 2008 een sterk heuristisch karakter en toonde aan dat 22 citaten uit het corpus van 600 tekstfragmenten in de marge van het gedicht door Huygens uit de Essais van Montaigne zijn geplukt. Dit intensieve speurwerk biedt een gedegen verklaring waarom enerzijds in het hoofdgedicht de geest van het klassieke scepticisme spreekt (bijvoorbeeld ter hoogte van Huygens' uitlatingen m.b.t. de wetenschappers) en anderzijds in de marge toch geen directe referenties te bespeuren zijn uit het werk van de traditionele vertegenwoordigers uit de antieke sceptische scholen (bijvoorbeeld Sextus Empiricus). Met andere woorden, hoewel Huygens tussen de lijnen van zijn Nederlands hoofdgedicht naar het sceptisch gedachtegoed verwijst, kan een oppervlakkige lectuur van de marge geen verklaring bieden voor die toon. Pas wie echt belezen was kon de 22 citaten van onder meer Lucretius, Horatius en Juvenalis - één voor één auteurs die weinig met het antieke scepticisme te maken hadden - terugbrengen tot de Essais, met daarin onder meer de beroemde 'Apologie de Raymond Sebond'. Alleen die lezers begrepen de dieperliggende boodschap van Huygens die in grote mate samenvalt met, maar in zeker mate ook verschilt van die van Montaigne, de grondlegger van de vroegmoderne variant van het scepticisme.

In het onderzoek werd ook de zeventiende-eeuwse praktijk van het citeren en incorporeren van referenties in een hoofdtekst bestudeerd en gelieerd aan de praktische oefeningen (chrias) die met de verwerving van de kennis van de retorica gepaard gingen. Ook deze oefeningen (progymnasmata) kennen een klassieke oorsprong maar bleven tot in de zeventiende eeuw in gebruik bij het lees- en schrijfonderwijs. Een van de klassieke theoretische teksten voor de citatenkunst is Seneca's vierentachtigste brief. Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat de belangrijkste metaforen voor het citeren terugkomen in het inleidende gedicht (de bloemmetafoor, de metafoor van de vertering van voeding) en in het hoofdgedicht (de metafoor van de bij).

Er werd geïllustreerd dat Huygens voor de constitutie van zijn marge niet alleen gebruik heeft gemaakt van het 'florilegium' Essais van Montaigne, maar ook van een ander zestiende-eeuwse 'loci communes-verzameling', de Politicorum sive Civilis Doctrinae libri sex (Leiden, 1589), geschreven door Justus Lipsius. De Politica werd in de zeventiende eeuw beschouwd als een van de fundamentele teksten om de absolute monarchie te verdedigen, net op het moment dat deze staatsvorm in de zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Duitsland en Spanje in trek kwam. Als Montaigne een van de belangrijke bronnen is geweest voor de sceptische ondertoon in het gedicht, dan kan verder onderzoek naar de laatste vondst misschien aantonen dat de invloed van Lipsius' Politica mede de neostoïcijnse ideeën in het gedicht heeft gevoed. Het is bekend dat Huygens een grote eerbied had voor Lipsius en na diens dood zelfs in het bezit is gekomen van een groot deel van zijn nalatenschap (handschriften, brieven en boeken).

Het onderzoek richtte zich ook op twee met elkaar gerelateerde vragen over commentaar en intertekstualiteit:

  1. Hoe verhoudt de marge van Ooghen-Troost zich tot de visies op commentaar in de zeventiende-eeuwse hermeneutiek;
  2. Hoe verhoudt de representatie van Ooghen-Troost (zoals we die met de elektronische editie voor ogen hebben) zich tot recente visies op commentaar (in de editiewetenschap en daarbuiten).

Ad 1: Interessant in dit verband is één van de interteksten waar Huygens gebruik van heeft gemaakt, met name het essay 'Over de ervaring' van Montaigne (bij vers 'Daer zijn noch blinden meer. Meer blinden? Ja, meer blinden. / Gelooft mij, Parthenin', ick wister meer te vinden / Dan ick'er hebb ontdeckt') waarin de Franse filosoof het nut van commentaar en annotaties om de betekenis van een tekst te verankeren in twijfel trekt. Nochtans maakt hijzelf uitbundig gebruik van citaten om zijn eigen tekst te verrijken. Een soortgelijke paradox treffen we aan in Ooghen-Troost waarin Huygens enerzijds een pleidooi houdt voor 'binnenwaerts sien' - wat we zouden kunnen gelijkstellen met een pleidooi voor persoonlijke interpretaties wars van commentaar, en waarin Huygens anderzijds een uitgebreide commentaar middels zijn 'bordure' opneemt.

In de secundaire literatuur wordt beschreven dat vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw de traditie van het becommentariëren stilaan in verval raakt. René Descartes, nota bene ook begaan met Montaignes sceptische ideeëngoed, is de bekendste vertegenwoordiger van een aantal denkers die de traditie zien als een gevaar voor hun eigen vernieuwende, filosofische ondernemingen. In dat opzicht valt zijn reactie op de toezending van Ooghen-Troost ook beter te begrijpen: de marge toont aan dat Huygens nog in grote mate vasthoudt aan de traditie. In de ogen van Descartes behoorde Montaignes praktijk ongetwijfeld tot eenzelfde traditie. Niettemin betekende de lectuur van de Essais voor hem een belangrijke stimulus om zijn eigen ideeën te exploreren. Voor Huygens echter staan de Essais voor een omgang met het verleden die in hogere culturele kringen als symbolisch kapitaal kon worden gevaloriseerd. In die zin kunnen we zijn gedicht lezen als een commentaar op de traditie.

Ad 2: De traditie van de editiewetenschap staat grotendeels in het teken van de stabilisering van de tekst. Alle componenten van een editie dienen een verankering van de tekst in het werk te stellen. De commentaar van de editeur wordt vanwege zijn interpretatieve karakter dan ook beschouwd als de zwakke schakel in het geheel. Daarom hielden sommige stemmen in de editiewetenschap een pleidooi om de commentaar uit edities te weren; andere stemmen stelden voor eerst de kwalitatieve en kwantitatieve eigenschappen van de commentaar vast te leggen in voorschriften die mee de tekst zouden kunnen fixeren. Geen van beide strategieën slaagt in het opzet: theoretici zijn tot de overtuiging gekomen dat het kiezen van een basistekst op zich al een interpretatie inhoudt; welke sluitende regels voor het becommentariëren van een tekst dan ook kunnen onmogelijk worden opgesteld. Met de elektronische editie proberen we een nieuwe richting in te slaan door het gedicht als het ware zichzelf te laten becommentariëren en door op zoek te gaan naar het interdiscursieve veld waarin het gedicht functioneert.

Na een consultatieronde werd door Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte een blauwdruk voor de uiteindelijke editie opgesteld die een compromis vormt tussen het ideale model van een elektronische editie zoals oorspronkelijk voorzien en de huidige stand van zaken en beschikbaarheid van de technologie. De conclusie is dat het eindproduct van het editiewerk een dynamische visualisering zal bieden van het gecodeerde basismateriaal in XML en dat daarvoor wordt uitgegaan van de laatste geautoriseerde versie van Ooghentroost (1672) omdat die 'de maximale versie' van het gedicht biedt. Verder overleg tussen beide projectmedewerkers leverde een concretere analyse op van de voorziene annotatietypes en de onderlinge relaties tussen de verschillende editie-componenten (transcripties, annotaties en interteksten). Op basis hiervan werd een codeermodel ontwikkeld, dat als basis kan dienen voor het eigenlijke editiewerk. Er werd ondertussen al een demoversie ontwikkeld van de elektronische editie.

Het project ging van start op 1 maart 2007 en loopt tot 28 februari 2011. Het project is een samenwerking tussen het CTB-KANTL samen met de Universiteit Gent (FWO) die elk de helft van de financiering voor hun rekening nemen.

Top

2.1.2 Stijn Streuvels, Heule (1942). Tekstkritische editie
[Uitvoerder: Edward Vanhoutte]

Wegens de beperkte beschikbaarheid van de uitvoerder van dit project wordt de uitvoering uitgesteld en geïntegreerd in een grotere projectaanvraag die moet resulteren in de uitgave van het verzameld werk van Stijn Streuvels.

Top

2.1.3. Stijn Streuvels, Werkmenschen. Tekstkritische editie
[Uitvoerder: Edward Vanhoutte]

Ook m.b.t. dit project werd beslist om de uitvoering te integreren in een grotere projectaanvraag die moet resulteren in de uitgave van het verzameld werk van Stijn Streuvels.

Top

2.1.4 Herman Teirlinck, Rolande met de bles (1944). Tekstkritische editie
[Uitvoerder: Marie Lesy]

Eindverslag

Het project beoogt een studie-uitgave van dit werk met publicatie van het onderzoeksresultaat in de vorm van een tekstuitgave op basis van de eerste druk, met hoofdstukken over de ontstaansgeschiedenis, de tekstconstitutie en de receptie. Het materiaal hiervoor (manuscript, typoscript, briefwisseling) bevindt zich in het AMVC-Letterenhuis. Exemplaren van verschillende drukken van het boek werden aangekocht door het CTB of bevonden zich reeds in de collectie van de KANTL-bibliotheek. Het Nederlandstalig manuscript uit de bibliotheek van Karel Jonckheere werd gefotokopieerd. Verder bezit het AMVC-Letterenhuis ook een grote hoeveelheid briefwisseling van Herman Teirlinck. Deze collectie is uitgebreid en zit ook verspreid. De onderzoeker heeft de briefwisseling met de uitgeverijen, het Nieuw Vlaams Tijdschrift en losse correspondenten nagekeken en geïnventariseerd.

Omdat het de bedoeling was een leeseditie te publiceren op basis van een studie-uitgave, werd een elektronische methodologie gehanteerd. Dit verhoogde de druk op de tijdsindeling van het project, maar heeft behoorlijke voordelen, niet in het minst de documentatie van het onderzoekswerk zelf. Zo wordt collatiewerk geformaliseerd in een variantenapparaat. Het variantenapparaat is in het XML-document aanwezig, maar wordt enkel optioneel zichtbaar. Dit betekent dat er vlot een leeseditie gepuurd kan worden uit het XML-document.

Tijdens de uitvoering van het project werden volgende stappen uitgevoerd en gefinaliseerd:

Volgende hoofdstukken voor de editie werden geschreven of samengesteld en in XML gecodeerd:

Voor de publicatie van de editie wordt in 2009 door de coördinator van het CTB naar mogelijkheden gezocht.

Dit project liep van 1 januari 2007 tot 31 maart 2008 en resulteerde in:

Top

2.1.5 Herman Teirlinck, Maria Speermalie. Tekstkritische editie
[Uitvoerder: Marie Lesy]

Omdat het werk aan Rolande met de bles ruim binnen de voorziene termijn werd beëindigd, werd een nieuw project opgestart met als doelstelling een studie-uitgave van Maria Speermalie met publicatie van het onderzoeksresultaat in de vorm van een leesuitgave op basis van de eerste druk, met hoofdstukken over de ontstaansgeschiedenis, de tekstconstitutie en de receptie naar het model van de editie van Rolande met de bles.

Maria Speermalie is de eerste vitalistische roman van Herman Teirlinck en sluit stilistisch en inhoudelijk erg aan bij Rolande met de bles. Ook in de geschreven pers worden deze romans vaak in één adem genoemd.

De onderzoeker heeft de basistekst op basis van de eerste druk opgemaakt en van woordverklaringen voorzien. Emendaties werden opgenomen in een korte verantwoording bij de tekstconstitutie. Voor de finalisering van dit project wordt in 2009 een oplossing gezocht.

Top

2.1.6 Anton Van Wilderode, De moerbeitoppen ruischten. Facsimile-varianteneditie
[Uitvoerder: Edward Vanhoutte]

Onder de kenspreuk 'De moerbeitopppen ruischten' - ontleend aan een vers van Nicolaas Beets - dong Anton Van Wilderode met de bundel Liederen voor December mee naar de August Beernaertprijs 1940-1941 van de Koninklijke Vlaamsche Academie. Uit de negenendertig ingezonden boeken en handschriften werd een shortlist van zes werken geselecteerd waaronder ook Liederen voor December. De jury besloot echter Luc Indestege's Orpheus en Euridyke te bekronen, maar apprecieerde 'een persoonlijker accent [dat] trilt in de Liederen voor December'.

Dit unieke exemplaar van de bundel in typoscript ('handschrift'staat er op het kaft te lezen) en geïllustreerd door de broer van de auteur bevat de afdelingen In Memoriam Patris, De zekere herfst en Ballade der oude maanden die allen in een gewijzigde vorm opgenomen werden in Van Wilderode's debuutbundel die in 1943 werd gepubliceerd met de oorspronkelijke kenspreuk als titel. Voor dit debuut kreeg Van Wilderode de letterkundige prijs van Oost-Vlaanderen.

Van deze bundel verscheen in 1944 een tweede vermeerderde druk waarbij vier gedichten werden toegevoegd. Behalve interpunctievarianten en wijzigingen m.b.t. de accenttekens treden er heel wat woordvarianten op en werden er enkele gevoelige tekstwijzigingen doorgevoerd.

De auteur nam negen gedichten uit Moerbeitoppen op in Bloemlezing. Gedichten (1958) waarbij de spelling werd aangepast. De spelling van de andere gedichten werd aangepast bij de opname van de bundel in Verzamelde gedichten 1943-1973 (1974). Door het wegvallen van de buigingsvormen in beide verzamelbundels werd het metrum echter verstoord waarop de auteur zijn toevlucht moest nemen tot het introduceren van enkele woordvarianten. De versie van Moerbeitoppen uit de Verzamelde gedichten werd ongewijzigd overgenomen in de Verzamelde gedichten van 1976 en 1980. In de Verzamelde Gedichten van 1987 werd de bundel gereduceerd tot elf gedichten met varianten. Die werden ongewijzigd overgenomen in de Verzamelde gedichten van 1990.

In het Volledig Dichtwerk van Anton Van Wilderode uit 1999 presenteert tekstbezorger Patrick Lateur een leeseditie van De moerbeitoppen ruischten. Dat wil zeggen dat naar omvang de tweede vermeerderde druk werd gerepresenteerd, naar versie werd geopteerd voor de laatste door de auteur geautoriseerde en gecorrigeerde druk, en de in 1995 herziene spelling werd toegepast op alle teksten. Concreet betekent dat dat voor elf gedichten in de leeseditie de variant wordt weergegeven van de Verzamelde gedichten uit 1990 en voor de rest de variant wordt gegeven van de Verzamelde gedichten uit 1980. Omwille van de spellingsaanpassing door Van Wilderode in 1958 en 1974 (met daaruitvolgende woordvarianten) en de spellingsaanpassingen en editieprincipes van de editeur van het Volledig Dichtwerk uit 1999 creëert de versie van Moerbeitoppen in dat Volledig Dichtwerk een paradox in: Alhoewel de leeseditie van het Volledig Dichtwerk het werk toegankelijk maakt voor een groot publiek, vervreemdt het dat publiek met de historische vorm van de tekst.

De facsimile varianteneditie van Van Wilderode's De moerbeitoppen ruischten zal het unieke typoscript uit het archief van de Koninklijke Academie als facsimile uitgegeven en de historische staat van de eerste druk aanbieden samen met een overzichtelijke variantenstudie van alle geautoriseerde drukken van de bundel, inclusief de voorpublicaties in tijdschriften. Vanzelfsprekend zal een verantwoording bij de editie heel wat informatie bevatten over de onstaansgeschiedenis van de bundel. De uitgave wordt gecontextualiseerd door drie essays van eminente Van Wilderode-kenners.

In 2008 werd de basistekst van de eerste druk gecollationeerd met het origineel, en werd de leestekst geconstitueerd. Vervolgens werd een variantenonderzoek afgerond waarbij de hierboven beschreven drukken en de diverse verspreid gepubliceerde voorpublicaties in tijdschriften worden betrokken. Hiervoor werden de volgende tijdschriften geëxcerpeerd: Roeping, Dietsche Warande en Belfort, Nederland, Toerisme, Het Vlaamsche Land, Volk en Kultuur, Nieuw Vlaanderen, en De Landwacht. De tijdschriften Helicon, De Gids, Criterium en De Stem werden nog niet op voorpublicaties onderzocht. Het materiaal voor de drukgeschiedenis van de gebundelde gedichten en de bronnen voor de receptiegeschiedenis werd verzameld. Deze laatste werden getranscribeerd en klaargemaakt voor opname in de publicatie. Het unieke exemplaar van Liederen voor December werd gedigitaliseerd. Verder werd er een begin gemaakt met het genetische onderzoek op de brouillons van Van Wilderode. De contextualiserende essays van Hugo Brems, Maarten De Pourcq en Carl De Strycker werden geredigeerd en gereed gemaakt voor publicatie. De maquette voor het boek werd aangemaakt en gevuld met het materiaal dat klaar is. Het onderzoek spitst zich momenteel toe op het ontwikkelen van een overzichtelijk systeem voor de representatie van alle variante versies.

Naar alle waarschijnlijkheid verschijnt de uitgave in het voorjaar 2009.

Top

2.1.7. Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks
[Uitvoerder: Bert Van Raemdonck]

De brieven uit 1890 in verband met Van Nu en Straks werden gecodeerd op basis van de DALF guidelines for the description and encoding of modern correspondence material, die gebaseerd zijn op de Guidelines for Electronic Text Encoding and Interchange van het Text Encoding Initiative. Van deze gecodeerde brieven werd een demo gemaakt die als basis voor het uiteindelijke corpus moet dienen. Om te controleren of deze demo beantwoordt aan de verwachtingen van filologen en tijdschriftonderzoekers werd met de software van Surveymonkey.com een vragenlijst opgesteld in verband met het gebruik van digitale brievencorpora. Dat gebeurde naar aanleiding van een studiedag op 16 mei 2008 aan de Radboud Universiteit Nijmegen. De bevindingen van deze enquête zullen worden verwerkt in een breder onderzoek dat in een latere fase zal plaatsvinden (voorjaar 2009). Met de resultaten uit dit onderzoek zal rekening worden gehouden bij de vormgeving van het uiteindelijke digitale corpus. Omdat het zinvol leek om de resultaten van dat onderzoek af te wachten, en om te vermijden dat een vroegtijdige keuze van de vormgeving en toepassingsmogelijkheden van de digitale editie de praktische uitvoering van latere inzichten wat dat betreft in de weg zouden staan, werd van het oorspronkelijke plan om deze brieven al in 2008 online te publiceren afgezien.

Een deel van het verdere verloop van de digitalisering, met name het overtikken van de prepublicaties van de Van Nu en Straks-brieven uit de periode 1891-1893 en het omzetten daarvan in ruwe XML-bestanden, werd na nauwgezette vergelijking van een aantal offertes en uitgewerkte stalen uitbesteed aan AEL Data (India ISO 9001), dat in juni 2008 de bestanden op DVD heeft aangeleverd. Online (op www.assembla.com) werd een virtuele werkruimte gecreëerd om een kopie van de XML-bestanden te bewaren. Op deze virtuele werkplek worden de bestanden automatisch geüpdated, en alle wijzigingen die erin worden gemaakt, worden automatisch geregistreerd. De aangeleverde XML-bestanden worden in die werkomgeving aan een grondige analyse, aanvulling en correctie onderworpen.

Top

2.1.8. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische editie van de briefwisseling
[Uitvoerder: Bert Van Raemdonck]

De onderzoeker bereidde de leeseditie voor van de correspondentie tussen Karel van de Woestijne (1878-1929) en Emmanuel de Bom (1868-1953), die in eerste instantie in boekvorm zal verschijnen, maar die in een diplomatische versie ook in het digitale Van Nu en Straks-corpus zal worden opgenomen. De 417 geannoteerde brieven werden door Prof. dr. Anne Marie Musschoot gecontroleerd en gecorrigeerd. Ook aan enkele andere specialisten in verband met het oeuvre en de biografie van de beide correspondenten werd een uitdraai van de brieven bezorgd, om onvolkomenheden op te speuren en eventuele hiaten in de annotaties aan te vullen. Na de voltooiing van enkele begeleidende teksten die nog moeten worden geschreven, zal de leeseditie ter publicatie aan uitgeverij Pelckmans worden aangeboden. Dat zal in de eerste maanden van 2009 gebeuren.

Top

2.2. Talige Bronnenstudie

2.2.1. Editie van autografische Middelnederlandse egodocumenten als basis voor historische dialect- en idiolectgrammatica's: Fase 1.
[Uitvoerder: Chris De Wulf]

Eindverslag

Het volledige project waarvan dit de eerste fase is, is opgedeeld in 6 werkpakketten:

WP1-2 werden volledig uitgevoerd in deze eerste fase, WP3-6 werden bij één document uitgevoerd, i.c. het zgn. Dagboek van Chr. Munters.

Werkpakketten 1 en 2

Tijdens deze eerse fase werden drie kritische inventarissen aangelegd:

Voor elk van de drie aan te leggen inventarissen werd een databasestructuur opgezet in XML en werd een voorlopige visualisering ontworpen.

Voor het aanleggen van de inventaris met geschikte teksten is veel tijd gegaan naar het onderzoeken van twee grote reeksen historische uitgaves waarvan redelijkerwijs kon worden vermoed dat ze bruikbare bronnen konden opleveren: de 60 uitgaves van de ter ziele gegane Maetschappy der Vlaemsche Bibliophilen (waarvan een deel voor distributie was bestemd en een ander gedeelte voor gebruik van de leden) enerzijds, en de reusachtige verzameling Rijks Geschiedkundige Publicatiën (Nederland). Wat die twee verzamelingen betreft, is de oogst teleurstellend in verhouding tot de geleverde inspanning: de Geschiedkundige reeks bevat slechts 1 band met documenten die voor de zuidelijke Nederlanden in 15de of 16de eeuw relevant zijn, in de reeks van de Vlaemsche Bibliophilen zijn er naast het Dagboek van Jan de Potter geen andere egodocumenten stricto sensu gevonden die de beoogde periode beslaan. Wel werden in die reeks een aantal levende kronieken uitgegeven, die dichtbij het dagboek als genre aanleunen (vb. Van die beroerlicke tijden van Van Vaernewijck). De band in de Geschiedkundige reeks waarvan sprake, is de verzameling brieven in het archief van Daniel van der Meulen, een laat-zestiende-eeuwse Antwerpenaar. Verder werden geëxcerpeerd: de publicaties van Uitgeverij Verloren (geen treffers), het Tijdschrift voor Rechtsgeschiedenis (voorlopig geen treffers, maar dit onderzoek is nog niet afgewerkt) en de Handelingen van de Maatschappij voor Geschiedenis en Oudheidkunde. De stand van zaken zal in de vorm van een artikel worden aangeboden aan de Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Werkpakket 3

Er werden ook twee manuscripten (digitaal) gefotografeerd in het Rijksarchief te Gent. Het gaat om het Memorieboek van Pieter Seghers en het dagboek van Guillaume Fumael. In het geval van Seghers' Memorieboek, zijn de digitale foto's bruikbaar voor de transcriptie van het handschrift, dat eerder, in 1990, slechts als hertaling werd uitgegeven. Het handschrift van Fumael is slechts ten dele bruikbaar, aangezien het grotendeels handelt over (en is geschreven in) de 17de eeuw. Ook de kwaliteit ervan wisselt heel sterk. Met de eerste vier pagina's (16de-eeuws) is dit handschrift echter op zijn plaats in onze database.

Op basis van de ervaringen met het digitale fotograferen van archiefdocumenten werd een draaiboek aangemaakt dat een belangrijk werkdocument vormt bij de planning van de verdere ontsluiting van autografische egodocumenten uit de nationale archieven, waaronder de aankoop van geschikt fotografiemateriaal.

Werkpakketten 4 en 5

Het programma WANA zal voor het lemmatiseren worden ingezet op egodocumenten en ander (laat-)middeleeuws Diets materiaal dat in XML wordt getranscribeerd. Het annotatieprogramma WANA werd in 2004 pro bono ontwikkeld door Paul Bijnens in het kader van het VNC-project Databank van veertiende-eeuwse, niet-literaire teksten. Opbouw en onderzoek waarin de KANTL participeerde. Het programma mag door een eerdere toezegging van de ontwikkelaar blijvend gebruikt worden voor dergelijke corpusopbouw (al bezit de KANTL de eigendomsrechten niet).

Daarnaast is voorbereidend werk gebeurd om PoS-tagging en lemmatisering uit te voeren op een vooraf gekozen piloottekst. Het betreft het zgn. Dagboek van Chr. Munters, dat in voorgaande projecten bij de UA al enige bewerking heeft ondergaan (een collatie met beperkte tagging bestond reeds). De voorbereiding op de annotatie werd uitgevoerd door Tom De Herdt (UA), in nauw overleg met projectuitvoerder Chris De Wulf en Ron Van den Branden.

Vanaf 1 december is werkpakket 5 als afzonderlijk kortlopend FWO-project bij de UA opgestart, met Chris De Wulf als projectuitvoerder. Daarbij blijft het CTB betrokken en levert het expertise m.b.t. TEI en XML. Tot eind 2008 werd de projecttijd voornamelijk ingevuld met het omzetten van een reeds bestaande, doch beperkte annotatie. Begin 2009 zal een deel van de niet-geannoteerde tokens worden getagd en gelemmatiseerd. Een haalbaarheidsstudie wijst uit dat binnen de looptijd van het project de bulk (misschien het geheel) van zowel de werkwoorden als de substantieven een PoS-tag en lemma kan krijgen. Overleg tussen uitvoerder en promotor heeft de wenselijkheid van een prioritaire aanpak van die twee woordsoorten naar voren gebracht. De aanpak is hybride: met reguliere expressies kunnen enkele groepen formeel gelijkende (maar niet-homonymische) woorden worden getagd, de rest (evenwel de meerderheid) kan met de lineaire semi-automatische tagger WANA worden verrijkt.

Dit project liep van 1 maart tot 30 november 2008.

2.3. ICT, teksttechnologie en ontwikkeling

2.3.1. Anna Bijns, Elektronische editie van het volledige dichtwerk.
[Uitvoerders: Ron Van den Branden]

Voor de elektronische editie van het volledige werk van Anna Bijns werd op woensdag 12 maart 2008 een vergadering belegd in de Radboud Universiteit te Nijmegen. De stand van zaken werd geëvalueerd, en op basis van een visietekst van Johan Oosterman en Judith Kessler werd geanalyseerd welke verdere werkzaamheden nodig zijn. Er werd een werkplanning afgesproken voor de voltooiing van de editie, die wordt voorzien in de periode 2011-2012.

Met Judith Kessler en Johan Oosterman werd overlegd over een verdere bewerking van de collatieresultaten, die moet leiden tot een minimale variantenclassificatie, bestaande uit het onderscheid 'betekenisvol - niet-betekenisvol'. Er werd een werkwijze bepaald voor een efficiënte aanduiding van dit onderscheid in de collatieresultaten, en een terugkoppeling daarvan in de originele transcripties.

Voor deze verdere bewerking van de collatieresultaten werden de bestaande collatieroutines verbeterd tot ze geen fouten meer opleverden en werd een nieuwe versie van de collatieresultaten aangeleverd, met instructies voor verdere bewerking. Behalve specifieke verbeteringen aan de collatieroutines werden ook meer algemene aanpassingen aangebracht aan de XSLT stylesheets die deel uitmaken van het collatieproces (cf. infra).

Top

2.3.2. Johan Daisne, De trein de traagheid op CD-ROM
[Uitvoerders: Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte]

Er werd een volledig nieuwe interface ontworpen voor deze editie waardoor ze in het voorjaar 2009 kan worden gepubliceerd.

Top

2.3.3. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
[Uitvoerders: Ron Van den Branden, Pim Verhulst, m.m.v. Edward Vanhoutte]

Voor de elektronische editie van de correspondentie tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers werd Pim Verhulst opnieuw aangetrokken voor de verdere revisie van de resterende brieven. De gevolgde praktijk voor het voorgaande werk werd geformaliseerd in richtlijnen, het verdere werk werd gepland, begeleid en afgerond. De transcripties van alle in het AMVC-Letterenhuis beschikbare brieven tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers zijn nu gereviseerd, en waar nodig zijn annotaties verbeterd volgens de opmerkingen van Marcel De Smedt. Fouten en problemen met de huidige visualisering van de brieven in de elektronische editie werden gedocumenteerd in een eindrapport.

Voor het project Joris Vriamont en Richard Minne: Leesuitgave van de briefwisseling (1931-1961) werd een deel van de gereviseerde transcripties technisch verbeterd en omgezet naar PDF voor verdere controle door Marleen Smeyers.

Top

2.3.4. TEI by Example
[Uitvoerders: Ron Van den Branden, Edward Vanhoutte en Melissa Terras]

Na de voltooiing van de eerste fase van het TEI by example (TBE) project werd de Association for Literary and Linguistic Computing (ALLC) bereid gevonden voor de financiering van de tweede fase, die bestaat uit de vervollediging van de overige lesmodules. Voor de lesmodule 'proza' werd de tekst vervolledigd, de sectie voorbeeldfragmenten aangevuld, en werd een quiz ontwikkeld. Vervolgens werd de module 'aanpassen van TEI' ontwikkeld: de volledige lestekst en een eerste reeks voorbeelden en quizvragen. Deze module werd nadien in overeenstemming gebracht met de in november uitgebrachte TEI versie 1.2.0 en versie 3.5 van de Roma webtoepassing voor het genereren van TEI-aanpassingen, die een aantal wijzigingen introduceerden voor de inhoud van de TBE lesmodule 'aanpassen van TEI'. Voor de ontwikkeling van de module 'transcriptie van manuscripten' werd voorbeeldmateriaal verzameld. Voorts werd een eerste versie geschreven van de lesmodule 'inleiding'.

Tot dusver zijn volgende modules voltooid:

Volgende modules zijn in een conceptueel stadium:

Afwerking van volgende modules is voorzien voor lente 2009:

Daarnaast werd de TBE Validator applicatie verder verfijnd, zodat de foutenrapportering gebruiksvriendelijker werd, en de laatste problemen met de behandeling van meer exotische invoer van gebruikers werden weggewerkt.

Top

2.4. Consult en Advies

De medewerkers van het CTB leveren advies als lid van wetenschapscommissies, projectcommissies, technische commissies en verschillende ad hoc commissies van instituten, projecten en initiatieven in binnen- en buitenland. Een bijzondere service bestaat uit de peer review die de verschillende medewerkers leveren voor internationale tijdschriften, congressen en wetenschappelijke organisaties.

De voorbije jaren heeft het CTB vanuit het veld meer en meer de rol van expertisecentrum toegemeten gekregen. Het CTB heeft daarop ingespeeld door verschillende vormen van advies te ontwikkelen op de terreinen waarop het werkzaam is, namelijk de teksteditie, de corpusbouw en de teksttechnologie. Vooral op het gebied van die laatste in combinatie met de eerste twee (het domein van humanities computing) is er blijkbaar nood aan een expertisecentrum in Vlaanderen. In 2008 heeft het CTB deze functie onder verschillende vormen vervuld.

Top

2.4.1. Algemeen advies

Via de online beschikbaarheid van vakpublicaties en richtlijnen biedt het CTB algemeen advies. In 2008 werden de principes gepubliceerd die het CTB hanteert voor de uitgave van teksten:

http://www.kantl.be/ctb/guideline/

Top

2.4.2. Oriënterend advies

Geregeld wordt het CTB gecontacteerd voor een oriënterend advies over de mogelijkheden van teksttechnologie, digitalisering en elektronische teksteditie. Dit oriënterend advies dat het CTB gratis aanbiedt beperkt zich meestal tot een eenmalige consultatie van één tot drie uren. Soms gebeurt dit advies per email. Deze eerste adviesmomenten kunnen in betaalde opdrachten resulteren. In 2008 werd gratis advies verleend aan de volgende projecten:

Top

2.4.2.1. Corpus Toneelkritiek Interbellum - Dr. Thomas Crombez, Universiteit Antwerpen

Behalve overleg over de te volgen codeerstrategie werd een TEI schema aangeleverd, met documentatie en basisrichtlijnen. Daarnaast werd een sjabloon aangeleverd voor de eigenlijke codering van teksten. Verdere ondersteuning en advies over de codeerstrategie en snelle publicatiestrategieën leverde al een eerste publicatie van het corpus op.

http://www.corpustoneelkritiek.org/

Top

2.4.2.2. Ontsluiting Middeleeuwse Schepenbankregisters - Stadsarchief Leuven

Het stadsarchief van Leuven doet een beroep op het CTB om te adviseren in een project dat ca. 475.000 folia van de middeleeuwse schepenbankregisters wil digitaliseren en indexeren. Samen met de onderzoeksgroep Historisch-Kulturwissenschaftliche Informationsverarbeitung van de Universiteit van Keulen zal het CTB het project technisch begeleiden. In de voorbereidingsfase van de projectaanvraag door het Leuvense stadsarchief binnen het erfgoeddecreet werd een verkenningsvergadering georganiseerd op de KANTL. Die vergadering resulteerde in een model voor de digitale verwerking van de gegevens gebaseerd op de gedigitaliseerde artefacten.

Voor een voorstelling van de projectaanvraag voor het Leuvense stadsbestuur werd een demo gemaakt waarbij de categorieën 'naam' en 'plaats' werden geannoteerd in een gedigitaliseerde folio. De demo biedt een consultatie-interface waarmee de categorieën kunnen worden geëxpandeerd tot alle namen respectievelijk plaatsen die in de facsimile zijn geïndexeerd. Als je over een naam of plaats in de annotatiebox gaat, licht die op in de facsimile. Als je op een bepaalde naam klikt, dan zie je een annotatiepopup met de transcriptie in de bron. Die popup kan je verplaatsen of wegdoen door op het kruisje te klikken. Van op de facsimile kan je ook de annotaties laten oplichten en klikken om de transcripties te zien.

Alle informatie in dit systeem is weggeschreven in een TEI XML-bestand dat nog zowel manueel en geautomatiseerd bewerkt kan worden (regularisatie etc.), bijvoorbeeld door een XML indexer die het dynamisch zoeken in de facsimiles/annotaties toelaat met verschillende outputs van de zoekstrategieën. De demo werd gemaakt m.b.v. open source instrumenten.

Het CTB werd ondertussen ingeschreven als adviespartner in de projectaanvraag waarover in 2009 wordt beslist.

Top

2.4.2.3. Archief onder de loep. Nr. 1: Een heksenproces, 'Magdaleene Ledau, tooveresse, betten viere gherecht', 1589-1596' - Willy Vallaey - Stadsarchief Roeselare

De reeks Archief onder de loep van het Roeselaarse stadsarchief wil oude maar belangrijke archiefdocumenten van voor de Franse tijd (voor 1794 dus) beter bekend maken bij het ruimer publiek. Het CTB stelde voor deze reeks de transcriptieregels op en verleende algemeen advies bij de editie van de archiefteksten.

2.4.2.4. Digitale ontsluiting van muzikale bronnen - Stratton Bull - Alamire Foundation

Het CTB adviseerde de Alamire Foundation m.b.t. de digitale ontsluiting van muzikale bronnen.

Top

Daarnaast kregen volgende individuele personen een oriënterend advies van het CTB: Pieter Vyncke (KU Leuven), Rik Vosters (VUB), Audrey Pinto (Boston U).

Top

2.4.3. Projectadvies

In 2008 vervulde het CTB een adviserende opdracht bij het volgende project:

Top

2.4.4. Projectondersteuning

Het CTB was in 2008 partner in het project Anna Bijns: elektronische editie van het volledige dichtwerk van de Radboud Universiteit Nijmegen en leverde voor dit project de technologische know-how.

Top

2.4.5. Contractwerk

In 2008 voerde het CTB volgende projecten uit in opdracht van derden:

2.4.5.1. James Joyce Timeline (Universiteit Antwerpen)

Voor dit project dat in 2007 werd uitgevoerd werden op vraag van de opdrachtgevers in 2008 nog laatste aanpassingen doorgevoerd. Voorts werden de bestanden finaal opgeleverd, met documentatie voor verdere wijzigingen.

Top

2.4.5.2. Spectrum On-line - Culturele Biografie Vlaanderen/Faro en Erfgoedinspectie Nederland

In opdracht van het Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed (FARO) en de Stichting Landelijk Contact van Museumconsulenten Nederland (LCM) produceerde het CTB de online versie van de Nederlandse vertaling van Spectrum, een Britse standaard voor museumdocumentatie. Aangezien het Engelstalige origineel in TEI XML is opgemaakt, en dit het eerste vertaalinitiatief was, werd de expertise van het CTB ter zake ingeroepen voor de technische begeleiding van dit project. Op basis van de Engelstalige XML-bronbestanden, XSLT-stylesheets en een analyse van de werkwijze voor de vertaling en specifieke noden, werd een werkwijze opgesteld om de vertaling binnen de vooropgestelde termijn te kunnen voltooien. Aangeleverde Word-documenten werden (automatisch waar mogelijk) omgezet tot TEI P5 XML, de aangeleverde XSLT-stylesheets werden daaraan aangepast en verbeterd waar nodig. Om de samenwerking te bevorderen werd gebruik gemaakt van de online ontwikkelingsruimte Assembla. De opdracht werd binnen de vooropgestelde termijn voltooid, zodat de vertaling op 13 en 14 maart 2008 feestelijk aan het publiek werd voorgesteld, respectievelijk in Vlaanderen en Nederland. Alle bronbestanden, XSLT-stylesheets en afgeleide presentatieversies werden overgemaakt aan FARO, vergezeld van documentatiemateriaal.

http://www.faronet.be/blogs/spectrum

Top

2.4.5.3. Pilot The Complete Works of Jonathan Swift - Oxford University, Keele University & King's College London

Voor het pilootproject werd begonnen met het testen van de bestaande collatieroutines (ontwikkeld voor de elektronische editie van het volledige werk van Anna Bijns), en werden die aangepast waar nodig. Dit leverde verfijningen op voor de XSLT-stylesheets die zorgen voor een tokenisering van de teksten, voorafgaand aan de eigenlijke collatie. Er wordt verder gewerkt aan de collatie van zes tekstversies van een voorbeeldfragment van het Swift-materiaal. Voorts werden in het kader van automatische tekstcollatie en als uitloper van het bijgewoonde congres Digital Humanities 2008 in Oulu afspraken gemaakt met Desmond Schmidt, die de laatste hand legt aan zijn collatietool Multi-Version Documents. Er werd afgesproken dat het CTB kan onderzoeken of die software kan worden ingezet in CTB-projecten, en hoe de XML-gevoeligheid daarvan eventueel kan worden uitgebreid.

Top

3. Wetenschappelijke werking

3.1. Wetenschappelijke adviescommissies

Voor een optimale besteding van de gemeenschapsgelden en de garantie van een zo breed mogelijk werkveld, opteert de KANTL voor een projectmatige organisatie van het CTB. De ingediende projecten worden per oproep geëvalueerd door twee gemengde commissies van de KANTL die als adviescommissies fungeren voor het CTB. Voor de gebieden van de teksteditie en het literaire en intellectuele erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT), en voor de gebieden van de dialectologie, de historische corpusbouw en het talige erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB). In 2008 werd er geen oproep gelanceerd voor het indienen van nieuwe onderzoeksprojecten.

3.1.1. De Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT)

De GCT heeft in 2008 eenmaal vergaderd:

http://www.kantl.be/ctb/gctb/

Top

3.1.2. De Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB)

De GCB heeft in 2008 eenmaal vergaderd:

De aanwervingscommissie voor de invulling van het project Editie van autografische Middelnederlandse egodocumenten vergaderde op 22 februari 2008

http://www.kantl.be/ctb/gctb/

Top

3.2. Publicaties, lezingen en gastcolleges

In 2008 publiceerden de medewerkers van het CTB 1 zelfstandige publicatie, 4 artikelen en 8 recensies in tijdschriften, boeken en kranten. Ze hielden 16 lezingen op nationale en internationale fora en werden uitgenodigd voor 4 gastcolleges. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm>.

Als resultaat van projecten van het CTB werd de volgende zelfstandige publicatie gerealiseerd:

Het CTB streeft ernaar om via de website zoveel mogelijk publicaties ook online aan te bieden.

http://www.kantl.be/ctb/pub/online.htm

Top

3.3. Colloquia en studiedagen

De medewerkers van het CTB woonden 18 (inter)nationale colloquia en studiedagen bij, veelal als sprekers.

Het CTB organiseerde in 2008 de volgende studiedag:

Als sprekers traden op: Henk Wals (HI), Patrick Lateur (KANTL), Frans Blom (U Amsterdam), Annemarie Kets (HI), Dirk Van Hulle (UA), Bert Van Raemdonck (CTB-KANTL), en Edward Vanhoutte (CTB-KANTL).

Top

3.4. Gastcolleges

Medewerkers van het CTB verzorgden volgende gastcolleges:

Top

3.5. Overige activiteiten

Op woensdag 29 maart 2008 stelde het CTB het onderzoek voor aan de leden van de Academie. In een informeel ontmoetingsmoment dat als een posterbeurs was opgevat, knoopten de medewerkers van het CTB met de aanwezige leden gesprekken aan over het opzet, het verloop en de uitkomsten van hun onderzoeksprojecten. Het informatieverkeer verliep in beide richtingen. De leden van de KANTL werden geïnformeerd over het onderzoek dat in het onderzoekscentrum van de Academie wordt uitgevoerd, en de medewerkers van het CTB kregen van de leden van de Academie nuttige wenken, verwijzingen en suggesties. Er werd ook een kleine tentoonstelling georganiseerd met handschriftelijk en documentair materiaal dat wordt gebruikt in de verschillende projecten. De bijhorende brochure die het onderzoek van het CTB in 2008 voorstelt en die alle leden van de KANTL kregen, is ondertussen ook on-line gepubliceerd op de site van het CTB

http://www.kantl.be/ctb/general/CTBonderzoek08.pdf.

Top

3.6. CTB Prijs voor Teksteditie 2007

Op 9 oktober 2008 werd de CTB Prijs voor Teksteditie voor de periode 2005-2007 uitgereikt aan Charlotte Cailliau voor haar voor haar eindwerken Engagement in diminuendo. Historisch-kritische uitgave van Hugo Claus' tancredo infrasonic (Licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 2006) en 'Mijn grootste glorie zal dees bladzij zijn'. Aanzet tot een historisch-kritische deeleditie van Willem Kloos' Verzen (2 dln.) (Universiteit van Amsterdam, 2007). De jury bestond uit Prof. dr. Anne Marie Musschoot (KANTL, voorzitter), Prof. dr. Annemarie Kets-Vree (Huygens Instituut) en Edward Vanhoutte (CTB)

→ Lees het juryverslag.

Top

3.7. Onderwijs

Top

3.8. Samenwerking en contacten

In 2008 werkte het CTB samen met de volgende internationale en nationale partners:

3.8.1. Internationaal

3.8.2. Nationaal

Top

4. Publiekswerking

4.1. Website

Het dagelijkse contact met de buitenwereld gebeurt via de website van het CTB. De bezoeker kan op de website informatie vinden in 13 grote rubrieken:

In 2008 werd het CTB-domein 7.904 bezocht. De homepage van het CTB kreeg 3.284 pageviews. Voor het hele domein zijn er 3.684 unieke bezoekers die per maand 659 pageviews genereren. De verdeling van de belangstelling wordt in volgende grafiek duidelijk gemaakt:

De volgende rubrieken werden het meest geraadpleegd (in afnemende volgorde): de lijst met publicaties van het CTB, de Lovelingeditie, het DALF-project, de lijst met online publicaties, en de jaarverslagen van 2007, 2006 en 2005.

Er valt interesse te noteren uit (in afnemende volgorde) België, Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Finland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië, Canada, Polen en India.

Top

4.2. Evenementen

Het CTB organiseerde in 2008 geen bijkomende evenementen voor een breder publiek.

5. Administratieve werking

5.1. Handboek

Alle procedures en statuten die bij het CTB van toepassing zijn, werden gebundeld in een handboek dat ten volle zijn nut bewijst en een transparante bedrijfsvoering garandeert.

5.2. Personeel

In 2008 waren er 7 wetenschappelijke medewerkers actief (waaronder een coördinator) en 1 administratief medewerkster:

In 2008 telde het CTB vier tijdelijke en vier voltijdse medewerkers. Samen vertegenwoordigden ze 5,35 voltijdse eenheden, wat een lichte stijging is tegenover 2007:

JaarTijdelijk (vte)Vast (vte)Totaal (vte)
20084 (1,69)4 (3,67)8 (5,35)
20075 (2,02)4 (3,25)9 (5,27)

http://www.kantl.be/ctb/staff/mw08.htm

Top

5.3. Communicatie

De interne communicatie tussen de coördinator en de medewerkers, promotores en leden van de adviescommissies (GCT en GCB) gebeurt via de trimestriële rapportering en regelmatige omzendmails. Daarnaast bezocht de coördinator elk project minstens vier maal (trimestrieel). De externe communicatie verloopt via de website van het CTB <http://www.kantl.be/ctb/>, het platform teksteditie gerichte mailings, aankondigingen op Neder-L en via de pers.

Top

5.4. Secretariaat

De administratief medewerkster van het CTB kreeg een nieuwe voltijdse functie als verantwoordelijke financiën en personeel binnen de KANTL waardoor ze nog minimaal beschikbaar is voor de ondersteuning van het CTB. De dagelijkse administratie van het CTB en de administratieve ondersteuning van de projecten en de werking van het CTB wordt derhalve door de coördinator verzorgd. Toch slaagde Cindy Holtyzer er nog in actief mee te werken aan de praktische ondersteuning van enkele projecten.

Top



Edward Vanhoutte
Coördinator CTB


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 03/03/2009


Valid XHTML 1.0!