Verslag over de activiteiten van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2007
Edward Vanhoutte – Coördinator CTB
edward.vanhoutte@kantl.be- Inleiding
- Werkjaar 2007
- (Literaire) teksteditie
- 'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek.
- Richard Minne. Geannoteerde leeseditie van de literaire columns in de krant Vooruit (1946-1965)
- Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562).
- Stijn Streuvels, Heule (1942). Tekstkritische editie.
- Stijn Streuvels, Werkmenschen. Tekstkritische editie
- Eddy Van Vliet. Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk
- Herman Teirlinck, Rolande met de bles (1944). Tekstkritische editie.
- Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks.
- Talige Bronnenstudie
- ICT, teksttechnologie en ontwikkeling
- Consult en Advies
- (Literaire) teksteditie
- Wetenschappelijke werking
- Publiekswerking
- Administratieve werking
1. Inleiding
In 2007 bevestigde het CTB eens te meer zijn centrale positie en expertise, zowel op het gebied van de wetenschappelijk gefundeerde publieksuitgaven als van het gespecialiseerde filologische werk. Bij uitgeverij Pelckmans verscheen aan het begin van het jaar het door Stijn Vanclooster bezorgde boek De rest is nog veel erger. De briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom dat unaniem lovende commentaren kreeg in de literaire pers. Hiermee kreeg een project uit de periode 2002-2004 eindelijk zijn bekroning. Ook in 2002 werd het project Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562) opgestart, dat door Ruud Ryckaert begin 2007 werd afgerond. Hij promoveerde op 30 mei 2007 aan de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent op het monumentale resultaat van dit project, ca. 1.350 pagina’s filologisch onderzoek van een zeldzame kwaliteit. Een derde belangwekkende publicatie werd op 2 september 2007 voorgesteld tijdens de coda-happening van de Poëziezomer in Watou. Voor een bomvolle Sint-Bavokerk brachten acht dichters uit Vlaanderen en Nederland een hommage aan Eddy Van Vliet ter gelegenheid van de presentatie van de tekstkritische leeseditie van verzamelde gedichten (De Bezige Bij, 2007). De editie werd onthaald als 'een daad van rechtvaardigheid’, wat resulteerde in een 'monumentale uitgave’ (Dirk De Geest in Leeswolf, 5, p. 522); 'prachtig werk’ (Guido Lauwaert in Knack, 19/09/2007, p. 99); en een staaltje van het 'nauwkeurige, wetenschappelijk onderbouwde editiewerk dat Yves T’Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme’ (Paul Demets in De Morgen, 29/08/2007, p. 34) verricht hebben.
Het CTB strekte in 2007 ook meermaals zijn vleugels uit in het buitenland. Op uitnodiging van de Universiteit van Lissabon organiseerden Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte eind januari een driedaagse workshop over het elektronisch editeren van teksten. De workshop werd bijgewoond door een twintigtal linguïsten, literatuurwetenschappers, editeurs en teksthistorici. Voor de genetische component van de workshop werd Prof. dr. Dirk Van Hulle van de Universiteit Antwerpen als lesgever uitgenodigd. Vooral het DALF-project van het CTB kon op veel belangstelling rekenen van de participanten. Deze workshop heeft geleid tot het afsluiten van een driejarig adviescontract met het Centro de Linguística da Universidade de Lisboa voor de begeleiding van het brievenproject CARDS - Cartas Desconhecidas. Het CARDS-project werkt immers met de door het CTB ontwikkelde DALF guidelines voor de codering van 6.000 private brieven uit de periode van de 16de tot de 19de eeuw voor taalkundig, historisch en filologisch onderzoek. Dichter bij huis resulteerde een internationale discussievergadering georganiseerd door het Huygens Instituut in de COST-aanvraag An interoperable supranational infrastructure for digital editions of kortweg Interedition dat binnen de COST-actie van het European Science Foundation werd gehonoreerd voor een bedrag van 130.000 EUR. Het CTB was samen met enkele Europese partners aanvrager van deze Europese geconcerteerde onderzoeksactie, die loopt van 2008 tot 2012. Het doel van deze onderzoeksactie is te komen tot een Europese infrastructuur voor het maken van elektronische edities en het ontwikkelen van analytische tools. Dat het CTB op dat vlak internationaal een toonaangevende rol speelt, bewijst ook het feit dat het Britse bedrijf DeltaXML Ltd., dat oplossingen biedt voor versiebeheer van XML-documenten voor de industrie, het CTB als zesde academisch-wetenschappelijke instituut ter wereld heeft uitgenodigd te participeren aan het academic licensing programme voor hun DeltaXML software. Met deze erkenning van het baanbrekende werk van het CTB op het vlak van het elektronisch collationeren van tekstuele tradities treedt het CTB toe tot een prestigieuze club waarvan ook de University of Applied Science, Darmstadt (Duitsland); de University of Waikato (New Zealand); het IBM Tokyo Research Laboratory (Japan); de IT University of Copenhagen (Denemarken) en de Arizona State University (USA) deel uitmaken. Deze erkenning heeft verrijkende implicaties voor de mogelijkheden van het onderzoek.
Voor de finalisering van de tweede fase van het project TEI by Example. Creating a toolkit and modules for teaching text encoding kende de Association for Literary and Linguistic Computing een projectsubsidie van 12.108,82 EUR toe. TEI by Example is een initiatief van het CTB en Dr. Melissa Terras van de School for Library, Archive and Information Studies van University College London en wordt volledig ontwikkeld binnen het CTB. Het resultaat, dat in 2008 wordt gereleased, moet een reeks van online lesmodules zijn over textcodering m.b.v. TEI.
Meer internationale erkenning voor het onderzoek aan de KANTL kwam er in de vorm van enkele onderscheidingen die Ron Van den Branden en Bert Van Raemdonck in de wacht sleepten. Voor zijn paper 'Through the Reading Glass: Generating an Editorial Microcosm Through Experimental Modelling' heeft Ron Van den Branden de ALLC Young Scholars Award gewonnen voor het jaar 2007, uitgereikt door de Association for Literary and Linguistic Computing. De award werd hem overhandigd op het Digital Humanities Colloquium in Illinois, Urbana Champaign (USA). Bert Van Raemdonck won een Summer Institute Scholarship van de Canadese Social Science and Humanities Research Council in een competitie met andere wetenschappelijke projecten die een doorgedreven gebruik van digitale technieken vragen. Deze award verleende hem toegang tot het Digital Humanities Summer Institute in Victoria (CA). Daarenboven won hij voor deze zomerschool een travel award van de Association for Computers and the Humanities die een groot stuk van de reis- en de verblijfskosten dekten. Na de intensieve opleiding van Bert Van Raemdonck in Victoria kan het CTB verder op de ingeslagen weg met drie humanities computing specialisten.
Binnen de 'reguliere' projectwerking van het CTB werden in 2007 twee nieuwe projecten opgestart en werden hiervoor twee onderzoekers aangeworven. Op 1 januari kwamen zowel Bert Van Raemdonck als Christophe Van der Vorst weer in dienst bij het CTB. Bert Van Raemdonck werkt voor de volgende vier jaar aan het project Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks, dat in de recentste ronde van het FWO werd gehonoreerd. Hiermee werd voor de KANTL een precedent geschapen dat hopelijk navolging krijgt in de toekomst. Christophe Van der Vorst kreeg een contract voor de finalisering van de kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Eddy Van Vliet. Vanaf 1 maart trad Van der Vorst voor een jaar in dienst van de UGent, waar hij het project 'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek uitvoert. Dit vierjarig project is een samenwerking tussen de UGent en het CTB, waarbij de medewerker alternerend door beide partijen wordt betaald. Gedurende zijn tewerkstelling aan de UGent is Christophe Van der Vorst geassocieerd wetenschappelijk medewerker van het CTB. Tijdens de zomermaanden kwam Pim Verhulst het team versterken als werkstudent. Hij slaagde erin op een recordtijd de transcripties van de correspondentie van Stijn Streuvels met zijn Nederlandse uitgevers te collationeren met de originelen, de annotaties na te lezen en te corrigeren, en de XML-bestanden te valideren. Onder meer door deze input is het DALF-project in 2007 goed opgeschoten, zodat in 2008 de eerste brievencorpora kunnen worden gepubliceerd.
Op 1 oktober ruilde Els Van Damme het CTB in voor een FWO-aspirantschap aan de Universiteit Gent. Het project waarop Els hoopt te promoveren is een studie van het literatuurkritische werk van Richard Minne in Vooruit (1933-1965). Het project dat Els binnen het CTB uitvoerde (geannoteerde leeseditie van Richard Minnes literaire columns in de krant Vooruit (1946-1965)) wordt volledig in dit nieuwe project geïntegreerd.
Op het vlak van het editiebeleid in Vlaanderen probeert het CTB als onderdeel van de KANTL en op vraag van het kabinet Cultuur samen met het Vlaams Fonds voor de Letteren een structuur op te zetten waarbinnen uitgaves van oeuvres kunnen worden gefinancierd. Die financiering moet zowel het editiewetenschappelijke werk als het uitgeefrisico van de uitgever dekken. Het CTB wenst in deze toekomstige oeuvreregeling een belangrijke rol te spelen. Het gaat hierbij immers niet alleen over de mogelijkheid tot subsidiëring van de productie van dergelijke uitgaven of tot financiering van het nodige editiewerk, maar ook over de bewaking van de wetenschappelijke methodes die aan de basis liggen van dergelijke publieksuitgaven. Het CTB beschikt over de nodige organisatiestructuren, principes en know-how om dergelijke projecten te begeleiden of zelf uit te voeren. Het standpunt van de KANTL ter zake werd door Edward Vanhoutte neergeschreven in het document Visie op de Uitgave van Klassieke Teksten in Vlaanderen. Dit document werd breed verspreid en is ook online gepubliceerd. Het gezamenlijke voorstel voor een oeuvreregeling zal in 2008 zijn finale vorm krijgen.
Met het Nederlandse Huygens Instituut onderhoudt het CTB vanaf zijn oprichting de beste contacten. In 2007 werd deze samenwerking formeel vastgelegd in een protocol. Deze 'jumelage' bevestigt de wederzijdse erkenning als belangrijkste instellingen op het terrein van de editiewetenschap in Vlaanderen en Nederland en bundelt de krachten bij de realisering van verwante doelstellingen, met name ten aanzien van de zorg voor het Nederlandstalige literaire erfgoed en de bevordering van de toepassing van informatietechnologie in de editiewetenschap. Het CTB en het Huygens Instituut zullen in de toekomst o.m. hun onderzoekresultaten, tekstbestanden en ontwikkelde technologieën aan elkaar ter beschikking stellen, onderzoekers uitwisselen, gezamenlijke lezingen, workshops en congressen organiseren en gezamenlijk projecten ontwikkelen en aanvragen. Samen kunnen beide instituten de stem van de lage landen laten horen in Europa en de wereld en samen bieden we voor onze nationale beleidsmensen een sterk bilateraal argument om ons de structurele en verregaande zorg voor het Nederlandse en Vlaamse literaire en intellectuele erfgoed toe te vertrouwen. Dat we deze opdracht aankunnen, heeft elk instituut al ten overvloede bewezen. Maar samen kunnen en zullen we zo veel meer.
Op het vlak van de personeelsadministratie is vooral de regularisatie van de lonen van de wetenschappelijke medewerkers het vermelden waard. Ten eerste omdat de wetenschappelijke medewerkers met meer dan 4 jaar anciënniteit nu correct worden ingeschaald en dus loon naar werken krijgen, ten tweede omdat dit onherroepelijk zijn weerslag heeft op de begroting voor het onderzoek in 2007. Samen met het engagement van de KANTL om de uitgave van het Verzameld Werk van L.P. Boon in 2007 voor 60% te financieren, betekende dit dat de plannen voor een taalkundig project in 2007 bevroren werden. Talige bronnenstudie krijgt in de periode 2010 wel prioriteit waardoor zal moeten worden geschoven met de uitvoering van geplande editiewetenschappelijke projecten.
In een interview in het Marketing Jaarboek 2005 van de Stichting Marketing pleitte ik ervoor dat het CTB een bepaald percentage van het gemeenschapsgeld waarmee het werkt zelf genereert door de marktrealiteit nauw te betrekken bij zijn activiteiten. In 2007 heeft het CTB ca. 4% van zijn werkingsgeld zelf gegenereerd d.m.v. contractwerking en consulting. In 2006 was dit iets meer dan 5%. Met het aanboren van deze kleine maar reële markt voor het leveren van outsourcing oplossingen op het vlak van humanities computing, valoriseert het CTB haar gespecialiseerde kennis en stelt ze die ter beschikking van een breder maatschappelijk veld. Deze specialiteit van het CTB, text-encoding en teksttechnologie, wordt meer en meer opgemerkt door organisaties binnen de erfgoedsector en de academische wereld die voor de begeleiding of uitvoering van hun projecten een beroep willen doen op het CTB. Dit bewijst dat er in Vlaanderen op het vlak van humanities computing dienstverlening een vacuüm is dat gedeeltelijk door het CTB kan worden ingevuld. Het CTB levert aan verschillende onderzoekers en projecten in Vlaanderen en Nederland beperkt gratis advies dat veelal bestaat uit de analyse van problemen m.b.t. projectmanagement en workflow, informatie over digitalisering en technologie, introductie in de (elektronische) tekstedie e.d.m. Voor grotere adviesopdrachten kan het CTB ook worden ingeschakeld. Zo vroegen Culturele Biografie Vlaanderen (het huidige Faro), de Nederlandse Stichting Landelijk Contact Museumconsulenten, en de Nederlandse Erfgoedinspectie het CTB om de online publicatie van de vertaling van Spectrum: the UK Museum Documentation Standard te realiseren. De oorspronkelijke uitgever en licentiehouder van Spectrum, het Britse MDA, stelde bepaalde voorwaarden aan de online publicatie van Spectrum-N op het gebied van text-encoding en versiebeheer. Het CTB kon de gevraagde kwaliteitseisen leveren en werd aangesteld als uitvoerder van dit project, dat in 2008 wordt gefinaliseerd. De inspanningen die in 2007 werden geleverd op dit gebied resulteerden op 31 december 2007 al in een verhoging van het onderzoeksbudget voor 2008 met 11%. Op die manier poogt het CTB om de maatschappelijke relevantie van het onderzoek aan te tonen en nog meer te doen met dezelfde ter beschikking gestelde middelen.
Edward Vanhoutte
Coördinator CTB-KANTL
2. Werkjaar 2007
In 2007 voerde het CTB 13 wetenschappelijke projecten uit. Er werden drie nieuwe projecten opgestart:
- Herman Teirlinck, Rolande met de bles (1944). Tekstkritische editie.
- 'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek.
- Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks
Daarnaast werd verdergewerkt aan negen reeds lopende projecten:
- Anna Bijns: elektronische editie van het volledige dichtwerk.
- Johan Daisne, De Trein der traagheid op CD-ROM.
- DALF: Digital Archive of Letters in Flanders.
- Geannoteerde leeseditie van Richard Minnes literaire columns in de krant Vooruit (1946-1965).
- Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562).
- Stijn Streuvels. Heule (1942). Tekstkritische editie.
- Stijn Streuvels. Werkmenschen. Tekstkritische editie.
- TEI by Example
- Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Eddy Van Vliet.
De projecten kunnen worden onderverdeeld in drie thematische gebieden: (literaire) teksteditie en intellectueel erfgoed, talige bronnenstudie en ICT, teksttechnologie en ontwikkeling.
→ http://www.kantl.be/ctb/project/
2.1. (Literaire) teksteditie en intellectueel erfgoed
2.1.1.'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek.
[Uitvoerder: Christophe Van der Vorst]
In een eerste fase werden de meer dan 600 marginalia uit de basistekst geïnventariseerd in een database. Hierdoor kunnen onder andere het aandeel en de verspreiding van de verschillende bronteksten die Huygens gebruikte bij de compositie van Ooghen-Troost doorheen het gedicht worden vastgesteld. Ondertussen werden de verschillende primaire bronnen gelokaliseerd en verzameld en digitale scans van het handschrift en zes drukken werden met de steun van Ad Leerintveld (Koninklijke Bibliotheek Den Haag) uit verschillende bibliotheken verzameld. Samen met Jürgen Pieters (promotor van het project) en de coördinator van het CTB werd besloten een selectie van een veertigtal verzen te analyseren. Daarnaast werden op de verschillende tekstgetuigen verschillende documentanalyses gedaan op basis waarvan een schema in XML werd opgesteld. Tussendoor werd secundaire literatuur over (inter)textualiteit, elektronisch editeren, renaissanceliteratuur, de cultuur van de zeventiende eeuw en Huygens doorgenomen. Ongeveer 20 procent van de transcriptie van de basistekst in XML is voltooid in samenwerking met Mike Keirsbilck die in het kader van zijn masterstage en eindverhandeling meewerkt aan het Huygensproject.
Het project ging van start op 1 maart 2007 en loopt tot 28 februari 2011 en is een project van het CTB-KANTL samen met de Universiteit Gent die elk de helft van de financiering voor hun rekening nemen.
2.1.2. Richard Minne. Geannoteerde leeseditie van de literaire columns in de krant Vooruit (1946-1965)
[Uitvoerder: Els Van Damme]
In een eerste fase van dit projectjaar werden alle literatuurkritische bijdragen van Minne aan Het Geestesleven getranscribeerd en geëditeerd. Begin maart was het hele tekstencorpus ingetikt, eind maart waren alle 473 afleveringen van de rubrieken 'Panorama van de letteren’, 'Brieven aan een lezeres over de Franse letteren’, 'Met het potloodstompje’ en 'Pro en contra’ geëditeerd. Problemen en onduidelijkheden bij het teksteditorisch onderzoek werden op geregelde tijdstippen besproken met de promotor.
Een tweede fase van het projectjaar betrof de annotatie van Minnes literaire columns. Hierbij lag de klemtoon voornamelijk op het traceren van enkele honderden citaten uit diverse Nederlandstalige en Franse tijdschriften:
- Alle door Minne geciteerde passages uit de periodieken De Vlaamse Gids, Diagram, Forum, Nieuw Vlaams Tijdschrift, Ons Erfdeel, Tirade, Verslagen en Mededelingen, Fontaine, La Nouvelle Revue Française, La Parisienne en Mercure de France werden gelokaliseerd.
- Alle door Minne geciteerde passages uit het periodiek De Periscoop en de dag- en weekbladen Vooruit, De Standaard, Haagse Post, De Groene Amsterdammer en Elseviers Weekblad getraceerd en geverifieerd. Van Vooruit werden de jaargangen 1946-1965 systematisch doorgenomen. Enkel op die manier konden de talrijke maar veelal vaag gedateerde verwijzingen naar diverse Vooruit-artikelen, naar bijdragen van collega-critici aan het 'Geestesleven’ en naar de dagelijkse rubrieken 'In 20 lijnen’ (Minne), 'De Boekuil’ (Raymond Herreman), 'Met de handen in de zakken’ en 'Links en rechts’ worden gelokaliseerd.
- De bibliografische referenties werden verzameld van de 411 bijdragen die Minne van 4 mei 1957 tot 27 mei 1965 schreef voor de rubriek 'Pro en contra’. Van deze afleveringen werd eveneens een inventaris opgesteld.
- De bibliografische gegevens werden verzameld van alle romans, dichtbundels, brieven, dagboeken, (auto)biografieën en literaire studies die Minne in zijn kritieken bespreekt en waaruit hij uitvoerig citeert. Opnieuw werden geciteerde passages opgezocht en op hun juistheid gecontroleerd, waarbij zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt van de werken uit Minnes privé-bibliotheek (sinds 1968 in het bezit van de Gentse Universiteitsbibliotheek). Citaten uit het werk van Nederlandstalige auteurs werden allemaal gelokaliseerd, en ook een groot aantal passages uit diverse Franstalige werken werd al opgespoord (in het bijzonder Béranger, Chapelan, Curnonsky, Dormoy, Henriot, Léautaud, Leblanc, Mac Orlan, Maeterlinck, Saint-Exupéry, Van Lerberghe).
- Algemene biografische en historische gegevens werden aan de annotaties toegevoegd.
Het project startte op 1 oktober 2006 en liep tot 30 september 2007. Het project werd voortijdig beëindigd door het ontslag met wederzijdse toestemming van de projectmedewerkster die sinds 1 oktober 2007 als aspirant van het FWO verbonden is aan de Vakgroep Nederlandse Literatuur van de Universiteit Gent waar ze onderzoek verricht naar het volledige literatuurkritische werk van Richard Minne in Vooruit (promotor: prof. dr. Yves T’Sjoen). Het CTB-project wordt integraal in dit nieuwe project opgenomen en met de projectmedewerster werd een scenario opgesteld voor de voltooiing van de geannoteerde leeseditie van Minnes literaire kritieken uit de periode (1946-1965). In 2008 zullen de teksten verder worden geannoteerd en zal werk worden gemaakt van de tekstverantwoording en de contextualiserende inleiding.
2.1.3. Spelen van sinne. Tekstuitgave van de editie Willem Silvius (1562)
[Uitvoerder: Ruud Ryckaert]
Eindverslag
Weinig literaire feesten hebben op de tijdgenoten en de latere generaties zo'n overweldigende indruk gemaakt als het Antwerpse landjuweel van augustus 1561. Samen met het aansluitende haagspel vormde dit groots opgezette toneelconcours het hoogtepunt van anderhalve eeuw rederijkersactiviteiten in de Nederlanden. Als zevende en laatste landjuweel van een cyclus die in 1515 startte, dankt de Antwerpse wedstrijd zijn faam in niet geringe mate aan de Spelen van sinne, de indrukwekkende dubbeluitgave van de spelteksten die Koninklijk Drukker Willem Silvius in de herfst van 1562 op de markt bracht. De twee rijk geïllustreerde boekdelen - een kwarto van 312 folio's met de landjuweel-bijdragen en een kwarto van 66 folio's met de haagspelbijdragen - zijn doorgaans in dezelfde band opgenomen. Op Europees niveau vormt de editie Silvius een unieke bron van dramatische cultuur in de volkstaal: uit de ons omringende cultuurgebieden zijn manifestaties als het Antwerpse landjuweel en het haagspel, een combinatie van dramatische expressievormen en stedelijke feestcultuur, op een dergelijke schaal onbekend. De Antwerpse spelen vormen bovendien niet alleen de grootste en meest representatieve hoeveelheid dramatische rederijkersteksten, het zijn ook de eerste landjuweelteksten die ooit gepubliceerd zijn.
Ondanks zijn unieke positie in de literaire geschiedenis van de Nederlanden, bestaat er nog steeds geen moderne editie van de Antwerpse bundel. Onder de titel Het Antwerpse landjuweel van 1561. Een keuze uit de vertoonde stukken bezorgde C. Kruyskamp in 1962 weliswaar een kleine, schaars geannoteerde bloemlezing. In deze uitgave - waarin amper twee spelen van sinne zijn opgenomen - werden de interpunctie, het hoofdlettergebruik en geregeld ook spellingsvormen gemoderniseerd, waardoor de editie voor literair-historisch onderzoek aan waarde inboet. Om aan deze lacune in het rederijkersonderzoek tegemoet te komen, voerde de medewerker van januari 2003 tot maart 2007 het CTB-project Spelen van sinne uit dat de integrale studie-uitgave beoogde van de Antwerpse teksten. Deze studie-uitgave biedt, overeenkomstig de principes geformuleerd in M. Mathijsen, Naar de letter. Handboek editiewetenschap (Assen, 1995) een verantwoorde leestekst, annotaties bij de tekst en commentaar.
Het voorwerk van beide bundels, de bijdragen van de vijftien landjuweelkamers, die van de vier haagspelkamers en de teksten van de organiserende Violieren zijn nauwkeurig getranscribeerd en intern gecollationeerd op basis van de drie exemplaren die zich bevinden in de handschriftenzaal van de Gentse Universiteitsbibliotheek. Als basistekst werd gekozen voor ex. BL. 5856, het best geconserveerde van de drie Gentse exemplaren. In deze band zijn zowel de landjuweel- als de haagspelbundel opgenomen en is - in tegenstelling tot de twee andere UGent-exemplaren BL. 1383 en Her. 100 - ook de prent bij de landjuweelkaart ongeschonden overgeleverd. Tekstingrepen, typografische omzettingen, ingrepen in de bladschikking en het systematiseren van de lettertypes- en corpsen worden besproken in de editieverantwoording. De bijdragen van elke kamer worden ook telkens voorafgegaan door enkele inleidende bladzijden, waarin een korte geschiedenis van het gezel-schap en de analytische inhoudsopgaven van de verschillende teksten zijn opgenomen. De eigenlijke tekstuitgave (inclusief de inleidingen) bestaat in totaal uit ongeveer 1350 A4-bladzijden.
De editie Silvius wordt geïllustreerd door een dertigtal houtsneden van blazoenen en tableaux vivants, die ook in de nieuwe tekstuitgave zijn opgenomen. Daarvoor werd het volledige exemplaar BL. 5856 door Microfilm Techniek Willebroek gedigitaliseerd. Er werden in totaal 382 microfilmopnamen gemaakt, die nadien als TIF-bestanden op een CD werden geschreven. Alle houtsneden van de kamerblazoenen, de poëtische punten en de togen werden uit deze microfilmopnamen gereproduceerd en digitaal 'opgepoetst': inkt- en vetvlekken zijn verwijderd, doorgekomen tekst is weggevlakt. De afbeeldingen zijn op de correcte plaats in de bundel ingevoegd. Belangrijke beeldelementen werden in voet- of eindnoten benoemd en toegelicht. Er wordt momenteel nog onderzocht hoe alle gedigitaliseerde microfilmopnamen beschikbaar kunnen worden gemaakt worden voor het onderzoek.
Om teksten uit het rederijkerstijdvak tot leven te brengen, zijn woordverklaringen en achtergrondinformatie onontbeerlijk. Waar het zestiende-eeuwse Nederlands door de historische afstand problemen oplevert voor een enigszins belezen twintigste-eeuwse lezer, b.v. bij in onbruik geraakte woorden, Brabantse dialectvormen, verschoven betekenissen of verloren gegane volksspreekwoorden, worden de desbetreffende tekstplaatsen in de studie-editie met een voetnoot toegelicht. Omdat de editie van de Spelen van sinne niet enkel bedoeld is voor vakgenoten-neerlandici en studenten in de Nederlandse letteren, maar ook voor een ruim publiek dat geïnteresseerd is in de zestiende-eeuwse ideeëngeschiedenis, is de tekstverklaring ruim. Het was ook de bedoeling om zo letterlijk mogelijk te verklaren, evenwel met respect voor de sfeer van de tekst en de gebruikte taalregisters.
Bij elk geannoteerd(e) woord(groep) wordt de geraadpleegde secundaire literatuur vermeld. Voor de woordverklaring volstonden in de meeste gevallen het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW), het Middel- en Oudnederlandsch Woordenboek (MOW) en het Rethoricaal Glossarium (RG). Naast de gedetailleerde woordverklaring werden in de voetnoten ook toelichtingen opgenomen over niet-fictionele en fictionele personen, over plaatsnamen, historische feiten en gewoonten, en gebruiken die niet meer algemeen bekend zijn. Van niet-fictionele personen wordt de volledige naam en het geboorte- en sterfjaar gegeven en wordt het belang historisch geduid. Bij fictionele personen (mythologische en bijbelse figuren) wordt in de annotaties toelichting gegeven over hun toegeschreven functie, karakter en betekenis voor de tekst. Ook hun moderne, algemeen gangbare benaming wordt vermeld. Er wordt tot slot ook veelvuldig naar bijbelplaatsen verwezen. Voor elke bijbelplaats wordt in de annotaties zowel de Vulgaat als de moderne Willibrord-vertaling geciteerd. Op deze jonge vertaling berust ook de versnummering.
Naast de transcriptie en annotatie van de spelteksten werd er een vierdelig register samengesteld. Het betreft ten eerste een woordenlijst van ca. 5.800 lemmata, waarin woorden en zegswijzen uit de rederijkersteksten opgenomen zijn die in het hedendaags taalgebruik verdwenen of sterk verouderd zijn of die een betekenisverandering hebben ondergaan. Elk van deze woorden en uitdrukkingen is minstens éénmaal in de annotaties toegelicht. De lijst geldt meermaals als een noodzakelijke aanvulling op de hierboven vermelde woordenboeken. Drie kleinere registers zijn het naamregister, het tekstplaatsregister en het bijbelplaatsregister. De lemmata in het naamregister omvatten namen, titels, deviezen en citaten die in de Spelen van sinne voorkomen. Ook de namen van de spelende personages zijn erin opgenomen. In het tekstplaatsregister staan alle klassieke, humanistische en contemporaine volkstalige werken waarvan er in de annotaties naar een (boek)deel wordt verwezen of waaruit een bepaalde passage wordt geciteerd. Het vierde register vermeldt ten slotte alle bijbelplaatsen die in de landjuweel- en haagspelbijdragen geïdentificeerd konden worden en als zodanig in de annotaties geciteerd of vermeld staan. Ook bijbelwoorden waaraan kenmerkende beeldspraak ontleend is, zijn in de lijst opgenomen. Bij de registers werd gestreefd naar zowel volledigheid als gebruiksvriendelijkheid. Zo worden de letter- en cijfercodes steeds op identieke wijze gevormd: 'genrenaam + kamernaam + stadsnaam + versregel' (b.v. SVB 317 = vers 317 in het Spel van sinne van Der Vreuchdenbloeme uit Bergen op Zoom). De registers beslaan samen zo'n 70 A4-pagina's.
De teksteditie wordt tot slot voorafgegaan door een Algemene Inleiding, die bestaat uit vijf commentaarhoofdstukken en een korte slotbeschouwing. In het eerste hoofdstuk wordt de landjuweeltraditie en de organisatie van het Antwerpse dubbeltornooi besproken. In hoofdstuk 2 komt zowel de zonderlinge ontstaansgeschiedenis van de editie Silvius als de opmerkelijke carrière van uitgever Willem Silvius - koninklijk drukker zonder drukpers! - aan bod. Aan de hand van het lettertypeonderzoek van Paul Valkema Blouw wordt in dit hoofdstuk het drukwerk van Christoffel Plantijn, Gillis Coppens van Diest en Ameet Tavernier nader besproken. Voorts worden alle in de editie Silvius gebruikte lettertypes geïdentificeerd en worden per drukker alle initialen en typografische ornamenten gecatalogeerd en digitaal gereproduceerd. Het typografisch materiaal van twaalf representatieve bladzijden is nader toegelicht. In het derde hoofdstuk worden de verschillende tekstgenres in de editie Silvius besproken en wordt kort ingegaan op de thematiek. In hoofdstuk 4 is het taalkundige en stilistische aspect van de landjuweel- en haagspelbijdragen aan de orde, met aandacht voor de Brabantse dialectkenmerken, voor het wisselend vocalisme dat door dialectvermenging en umlautswerking tot stand kwam en voor het dynamisch consonantisme dat het taalgebruik van alle kamer-factors kenmerkt. Na enkele korte opmerkingen over het naamvalssyteem is er ruime aandacht voor de retoricaal-grammaticale kenmerken van de rederijkerstaal. Elk van deze stijlkenmerken is geïllustreerd met een representatieve selectie tekstvoorbeelden. Dit hoofdstuk ontlast de annotaties van al te zware taalkundige opmerkingen. In hoofdstuk 5 zijn tot slot het rijm, de prosodie en de strofische vormen aan de orde. Rijmsoorten worden besproken en met tekstvoorbeelden geïllustreerd, rijmschema's worden geannalyseerd en in tabellen schematisch samengevat. Ook de strofische vormen binnen de speelteksten worden hier belicht. Er wordt met steekproeven nagegaan of de kamersfactors zich hielden aan de voorschriften van de Charte en het Totten goetwillighen Leser inzake verslengte (nl. het respecteren van de Brabantse maat) en het verbod op het hernemen van rijmparen binnen de vijftig verzen. Deze inleiding met slotbeschouwing beslaat in totaal zo'n 130 bladzijden.
Op 19 maart 2007 werd de integrale tekstuitgave van de editie Silvius onder de titel De Antwerpse spelen van 1561 naar de editie Silvius (Antwerpen 1562) uitgegeven met inleiding, annotaties en registers als doctoraal proefschrift neergelegd op de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. In de faculteitsraad van 21 maart werd het proefschrift ontvankelijk verklaard en werd er een leescommissie samengesteld onder het voorzitterschap van prof. dr. L. de Grauwe met als leden: prof. dr. D. Coigneau, em. prof. dr. W. Waterschoot, em. prof. dr. K. Porteman, prof. dr. B. Ramakers en prof. dr. J. Oosterman. De leescommissie kwam samen op 14 mei. Het proefschrift werd succesvol verdedigd op 30 mei 2007.
Het project liep van 6 januari 2003 tot 5 januari 2007 en resulteerde in:
- Ruud Ryckaert, De Antwerpse spelen van 1561 naar de editie Silvius (Antwerpen 1562) uitgegeven met inleiding, annotaties en registers. 3 vol. Gent: Universiteit Gent/CTB-KANTL, 2007. Proefschrift.
- 'Een Antwerpse brief aan Symmachus. Analyse van het 'Totten goetwillighen leser' in de Antwerpse Spelen van Sinne (1562).' Spiegel der Letteren, 46 (2004): 1-32.
- 'Nu comt hier boven op desen waghen staen! De factie op het Antwerpse landjuweel en haagspel van 1561.' Spiegel der Letteren 47 (2005): 297-331.
- 12 columns over het Antwerpse landjuweel van 1561 in Ondernemers, het blad van VOKA-Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland (augustus 2006-augustus 2007)
- 'D'agricultura die gaghet al te boven. Vroeg-georgische poëzie op het Antwerpse haagspel van 1561.' In Coigneau, Dirk (red.), Jaarboek De Fonteine 2006 (in druk).
2.1.4. Stijn Streuvels, Heule (1942). Tekstkritische editie.
[Uitvoerder: Edward Vanhoutte]
Voor deze editie werd enkel de basistekst volledig ingevoerd. Verder werden geen vorderingen geboekt m.b.t. het teksteditorische onderzoek. Dit project wordt immers door de coördinator van het CTB uitgevoerd in de perioden dat daar even tijd voor is.
2.1.5. Stijn Streuvels, Werkmenschen. Tekstkritische editie
[Uitvoerder: Edward Vanhoutte]
In 2007 werd verder gewerkt aan de woordverklaring van Werkmenschen en werden de verschillende drukken geïndentificeerd en verzameld. Er werd verder onderzoek gedaan naar de geschiedenis van de bewerkingen van Het leven en de dood in den Ast en Streuvels' opvattingen over de vertaling van de novelle naar het theater en de film. Het CTB werkt ondertussen mee aan het voorbereidend onderzoek en de revisie van de scripts voor een verfilmingsproject van die novelle door Living Stone / Cine3. Bij een gunstig verloop van deze verfilmingsplannen, waarvoor het CTB de producers introduceerde bij de erven Streuvels, zal de editie van Werkmenschen tegen 2009 samen met de film op de markt worden gebracht.
2.1.6. Eddy Van Vliet. Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk
[Uitvoerder: Christophe Van der Vorst en Els Van Damme]
Eindverslag
In de eerste fase van het project (2006) werden de literaire archivalia in openbaar bezit (openbare en universitaire bibliotheken, Stadsbibliotheek Antwerpen, AMVC-letterenhuis) geïnventariseerd met als resultaat een voorlopige bibliografische lijst van Van Vliets gedichten gepubliceerd in twintig bundels en verschillende tijdschriften. Vervolgens werden alle bronnen noodzakelijk voor de editie opgespoord - onder abstractie van de bronnen in het archief van Vliet die door de erven worden beheerd - en getranscribeerd. Er werd ook een begin gemaakt met het variantenonderzoek. De primaire bibliografie werd samengesteld en een groot deel van de 'Aantekeningen bij de gedichten' is uitgeschreven. De tekst voor de verantwoording bij de editie werd in de steigers gezet.
In de tweede fase van het project (2007) werd werk gemaakt van de lokalisatie en inventarisatie van de bronnen, het tekstkritische onderzoek en de transcriptie van de bronnen, en het schrijven van de verantwoording. Hiervoor werden de afzonderlijke dichtbundels, bibliofiele uitgaven en verzamelbundels verzameld en gekopieerd. Het verzamelen van de verspreid gepubliceerde gedichten nam het grootste deel van de tijd in beslag. Het resultaat van dit bibliografisch onderzoek vond zijn neerslag in de 'Aantekeningen bij de gedichten’. Aangezien er veel gedichten in afzonderlijke tijdschriften werden getraceerd (in de leestekst vertaalt zich dit in meer dan tweehonderd pagina’s), vroeg de gehele transcriptie van de basisteksten meer tijd dan aanvankelijk geschat en werd in twee weken afgerond. Het variantenonderzoek werd op één week afgerond. De collatie duurde eveneens één week. De verantwoording werd op enkele dagen geschreven. Er werd verder een secundaire bibliografie samengesteld, en een 'Register op titels en beginregels’ opgesteld. Voorts werd er gewerkt aan een inhoudstafel.
De erven van Vliet hadden aanvankelijk hun toelating verleend tot consultatie en transcriptie van de handschriften en typoscripten. Ze hebben die toelating ingetrokken. Het gevolg is dat de uitgave in plaats van drie delen uit slechts twee delen zal bestaan: de gebundelde en verspreid gepubliceerde gedichten.
De editie werd voorgesteld op zondag 2 september 2007 tijdens de Coda happening van de Poëziezomers Watou voor een volle Sint-Bavokerk. In de voorafgaande hommage lazen acht dichters uit Vlaanderen en Nederland voor uit de editie en uit eigen werk. De editie werd onthaald als 'een daad van rechtvaardigheid’ wat resulteerde in een 'monumentale uitgave’ (Dirk De Geest in Leeswolf, 2007/5, p. 522); 'prachtig werk’ (Guido Lauwaert in Knack, 19/09/2007, p. 99); en een staaltje van het 'nauwkeurige, wetenschappelijk onderbouwde editiewerk dat Yves T’Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme’ (Paul Demets in De Morgen, 29/08/2007, p. 34) verricht hebben.
Dit project liep van 1 april tot 31 augustus 2006 en van 1 januari tot 30 april 2007 en resulteerde in:
- Eddy van Vliet, Verzamelde gedichten. Tekstkritische editie door Yves T'Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007. 608 p. (ill.). ISBN: 9023426037.
2.1.7. Herman Teirlinck, Rolande met de bles (1944). Tekstkritische editie.
[Uitvoerder: Marie Lesy]
Het project Rolande met de bles heeft als bedoeling een tekstkritische editie van de tekst uit 1944 te verzorgen. Doel van dit project is niet enkel een basistekst te verzorgen, maar ook om een hoofdstuk te wijden aan de ontstaansgeschiedenis van de roman, en één aan de receptie van het werk. Uiteraard wordt de editie ook begeleid door een verantwoording van de tekstconstitutie. Een CD-ROM met het ingescande Nederlandstalige manscript zou aan de editie toegevoegd worden.
Het materiaal (manuscripten, typoscripten, briefwisseling) bevindt zich in het AMVC-Letterenhuis. Exemplaren van de verschillende drukken van het boek werden aangekocht door het CTB of bevonden zich reeds in de collectie van de KANTL-bibliotheek. Ook al blijft het de bedoeling een leeseditie te publiceren, toch maakt de onderzoeker tegelijkertijd een studie-uitgave. Om deze dubbele doelstelling zo vlot mogelijk te realiseren, heeft de onderzoeker, in overleg met de CTB-coördinator besloten het onderzoek elektronisch vast te leggen. Dit verhoogde de druk op de tijdsindeling van het project, maar heeft behoorlijke voordelen, zoals de gemakkelijke doorzoekbaarheid van de documentaire bronnen, de formalisatie van het collatiewerk in een optioneel zichtbaar variantenapparaat en niet in het minst de opname van het onderzoekswerk zelf.
De onderzoeker heeft voor dit project dus ook elektronische diplomatische transcripties gemaakt van het bestaande documentaire materiaal. Ron Van den Branden heeft hiervoor de ondersteunende bestanden aangemaakt, zodat de transcripties via een gewone webbrowser bekeken kunnen worden. Ook dank zij hem is het mogelijk een vergelijking te maken tussen de elektronische versie van het manuscript en die van de eerste druk. De transcripties van de documenten bieden een zekere meerwaarde aan de editie en kunnen mee aangeboden worden op de CD-ROM. De onderzoeker heeft, ook voor op de CD-ROM, het Nederlandstalig manuscript ingescand.
De projectduur van 15 maanden (van 1 januari 2007 tot en met 31 maart 2008) werd opgedeeld in verschillende milestones. De onderzoeker richt zich naar deze tussentijdse doelen bij het uitvoeren van het project. De eerste milestones werden vlot gehaald en de vertraging die veroorzaakt was door het transcriberen van het uitgebreide documentaire materiaal werd ingelopen. De onderzoeker zou, aangezien het project voldoende vlot loopt om voor de vooropgestelde termijn klaar te zijn, ook trachten de woordverklaring van Maria Speermalie te realiseren. Maria Speermalie is de eerste vitalistische roman van Herman Teirlinck en sluit stilistisch en inhoudelijk erg aan bij Rolande met de bles. Ook in de geschreven pers worden deze romans vaak in één adem genoemd. Tot nog toe heeft de onderzoeker de eerste druk van Maria Speermalie ingescand en nagelezen. Ook de woordverklaringen zijn al een heel eind gevorderd.
Het hoofdstuk "Receptie" van Rolande is in volle voorbereiding.
De onderzoeker heeft dit jaar een bijdrage ingediend voor Zuurvrij, het berichtenblad van het AMVC-Letterenhuis, over het manuscript van Rolande met de bles, te verschijnen december 2007 / januari 2008.
Dit project startte op 1 januari 2007 en loopt tot 31 maart 2008.
2.1.8. Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks.
[Uitvoerder: Bert Van Raemdonck]
Tijdens de eerste helft van 2007 werden alle noodzakelijke bronnen voor het editieproject gelokaliseerd en verzameld. Tegelijk werden ze aan een grondige analyse onderworpen om vervolgens te bepalen in welke elektronische vorm ze konden worden omgezet. Aanvankelijk werd geopteerd voor een methode waarbij de bronnen gescand werden om ze vervolgens met OCR-software een eerste keer te collationeren. Onder meer door de (eind-)negentiende-eeuwse spelling en de niet zo goede staat waarin de gestencilde pre-publicaties van de Van Nu en Straks-brieven verkeren, bleek die methode na een proefperiode echter arbeidsintensiever dan de methode waarbij de bronnen gewoon werden overgetikt. Omdat ook dat proces (te) veel tijd en energie kost, ontstond gaandeweg het idee om voor nog een andere optie te kiezen, met name het uitbesteden van de primaire digitalisatie (cf. infra).
De voornaamste partijen die bij het editieproject betrokken zijn, werden gecontacteerd. Indien dat noodzakelijk was, werd aan die partijen ook toestemming gevraagd om met de bronnen aan de slag te gaan, om te vermijden dat er zich naderhand problemen met copyrights zouden voordoen. De betrokken partij van wie de toestemming het meest noodzakelijk en urgent was omdat ze over de copyrights van alle prepublicaties beschikt, namelijk het Centrum voor de Studie van het Vlaamse Cultuurleven (CSVC), heeft officieel toestemming gegeven om de brieven elektronisch beschikbaar te stellen.
Met het AMVC-Letterenhuis werd overeengekomen om te gepasten tijde (d.i. tijdens het vierde en laatste projectjaar) een regeling te treffen om van de originele bronnen digitale facsimiles te maken. In verband met andere projecten heeft het CTB enige (positieve) ervaring om met het Letterenhuis overeenkomsten te sluiten wat betreft digitale facsimiles van de bronnen die in die instelling bewaard worden, waardoor ook voor dit editieproject naar alle waarschijnlijkheid een goede afspraak kan worden gemaakt. Nog in de eerste helft van het eerste onderzoeksjaar is heel wat tijd besteed aan het aanleren van markuptalen en het bestuderen van hun elektronische applicaties. Concreet gaat het voornamelijk om XML (eXtensible Markup Language) als 'moedertaal' en een aantal andere markuptalen die specifiek voor de menswetenschappen zijn ontwikkeld. Van die laatste is TEI (Text Encoding Initiative) de voornaamste. De kennis van XML en TEI is noodzakelijk voor een goed begrip en juist gebruik van de DALF guidelines for the description and encoding of modern correspondence material, waarvoor uiteindelijk geopteerd werd als richtlijn om de Van Nu en Straks-brieven te coderen. De keuze voor DALF (Digital Archive of Letters in Flanders) lag enigszins voor de hand, niet alleen omdat de richtlijnen voor de brieven in die 'textbase' door het CTB zelf zijn opgesteld, maar vooral ook omdat ze binnen het gamma aan platform- en software-onafhankelijke markuptalen met voorsprong de meest volledige zijn die specifiek zijn ontworpen met het oog op de codering van moderne brieven. Om de finesses van XML en TEI zo snel mogelijk op een zo hoog mogelijk niveau aan te leren, volgde de onderzoeker in juni 2007 een vijfdaagse opleiding aan het Digital Humanities Summer Institute (University of Victoria).
Het werk dat in de tweede helft van het eerste onderzoeksjaar werd uitgevoerd, concentreerde zich op drie pijlers:
- het coderen van de brieven uit 1890, die in gedrukte vorm in de prepublicaties opgenomen zijn
- een aanzet tot fundamenteel onderzoek en theorievorming
- het voltooien van de editie van de correspondentie tussen Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom.
(1) De brieven uit 1890 die door het CSVC als prepublicatie zijn verschenen, zijn volgens de DALF-richtlijnen gecodeerd. Het gaat om 118 brieven met hun annotaties (2 boekdelen, 392 bladzijden), waarvan de codering al een eerste keer werd gecontroleerd en gecorrigeerd. Wat nog ontbreekt, zijn bepaalde gegevens met betrekking tot de meta-informatie over de originele bronnen, zoals hun afmetingen en de gebruikte schrijfstof. De brieven uit 1890 kunnen na aanvulling van de ontbrekende gegevens als deeleditie online worden gepubliceerd, en zullen dus een eerste concrete resultaat zijn van dit onderzoeksproject. De verwezenlijking van deze eerste deeleditie, waarvan alle stappen door de onderzoeker zelf werden verricht, was een noodzakelijke stap in het proces naar de publicatie van het volledige corpus, maar heeft door haar grote arbeidsintensiviteit ook aangetoond dat een dergelijke manier van werken de slaagkans van het totale project hypothekeert. Daarom werd het besluit genomen om een deel van het arbeidsproces - met name het overtikken van de prepublicaties en het omzetten in ruwe XML-bestanden - uit te besteden. Daarvoor werd een staal van 30 brieven en hun bijhorende annotaties (samen 110 bladzijden) samengesteld en naar twee digitaliseringsfirma's verstuurd. Een vergelijking van de twee resultaten (en offertes) die dat zal opleveren, zal vervolgens uitsluitsel geven over de vraag aan welke firma het werk zal worden uitbesteed. De bedoeling is om ten laatste tegen 1 juli 2008 alle prepublicaties in een rudimentaire elektronische vorm beschikbaar te hebben. De onderzoeker zal die primaire bestanden vervolgens in gedetailleerd gecodeerde DALF-bestanden omzetten.
(2) De grondige documentanalyse en de lectuur van de voornaamste wetenschappelijke publicaties in verband met het elektronisch editeren van moderne bronnen deed enkele onderzoeksvragen rijzen die in het uiteindelijke proefschrift zullen worden verwerkt. Een aanzet tot de eerste wetenschappelijke output van die theoretische kwesties werd gegeven tijdens twee lezingen die de onderzoeker in dit eerste projectjaar aan de KULeuven en het Huygens Instituut heeft gegeven (cf. publicatielijst). Op dit moment wordt in samenspraak met de organisatoren van de respectieve studiedagen uitgezocht waar de neerslag van de beide lezingen kan worden gepubliceerd. Het artikel dat resulteert uit de lezing aan de KULeuven werd alvast aan het digitale tijdschrift COnTEXTES ter publicatie voorgelegd. Het advies van de 'peer reviewers' van dat tijdschrift wordt nog voor het einde van 2007 verwacht.
(3) Naast de digitalisering van een aantal op papier gepubliceerde brievenedities rond Van Nu en Straks, zal het corpus ook worden aangevuld met de 412 brieven die Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom naar elkaar hebben geschreven. Die correspondentie werd nog niet eerder gepubliceerd. Uiteraard is het de bedoeling dat deze brieven eveneens in het digitale corpus worden opgenomen, maar daarnaast bestaat wellicht ook een mogelijkheid om deze (deel-)editie in gedrukte vorm te publiceren. Die editie in boekvorm wordt tijdens de laatste weken van het eerste onderzoeksjaar voorbereid, met als doel om tegen 1 januari 2008 alle brieven volledig geannoteerd in een gecollationeerde transcriptie beschikbaar te hebben. Tijdens de eerste maanden van 2008 zullen de geannoteerde brieven aan enkele Van de Woestijne-specialisten worden voorgelegd. Tijdens deze redactiefase zal de onderzoeker een inleidend artikel schrijven om de brieven in hun historische en culturele context te situeren, en het belang en de betekenis ervan te duiden.
2.2. Talige Bronnenstudie
In 2007 werden er geen taalkundige projecten uitgevoerd aan het CTB
2.3. ICT, teksttechnologie en ontwikkeling
2.3.1. Anna Bijns: elektronische editie van het volledige dichtwerk.
[Uitvoerders: Ron Van den Branden]
In de eerste periode van 2007 werd verdere assistentie verleend bij het transcriptiewerk. Behalve het beantwoorden van vragen over de eigenlijke XML-transcriptie werden nieuwe oorspronkelijke Word-transcripties automatisch omgezet naar basale XML-transcripties waarin afkortingen, marginale bijbelverwijzingen, gedichtregels en paginagrenzen al automatisch zijn omgezet naar de corresponderende TEI-tags. Met de aanvulling van de derde gedrukte bundel is de transcriptieverzameling ondertussen compleet (416 teksten).
Voor de automatische collatie werden de mogelijkheden van het programma Collate verder onderzocht. Verhelderend overleg met Bert Van Elsacker (Huygens Instituut) over de werkwijze rond beperkingen van dit programma motiveerde verder onderzoek naar andere collatiemogelijkheden. Een belangrijke piste daarin is het programma Juxta, dat met de mogelijkheid om een onbeperkt aantal teksten te collationeren en een HTML-variantenapparaat af te leiden, potentieel lijkt te hebben als volwaardig onderdeel van de productiecyclus voor elektronische tekstedities. Als een XML-representatie van de collatie door het programma binnen handbereik ligt, zoals overleg met de ontwikkelaars suggereerde, biedt dit uitzicht om die collatieresultaten door middel van XSLT-stylesheets om te zetten naar een TEI-representatie van de tekstvariatie. Indien deze mogelijkheid kan worden ingevuld binnen het Bijns project, zouden de stylesheets die daarin worden ontwikkeld, kunnen worden toegevoegd aan het Juxta-project, als aanzet voor een generaliseerbare conversie naar TEI. Verder overleg met de ontwikkelaars van deze interactieve collatietool leidde tot een informele overeenkomst om bij te dragen aan XSLT-stylesheets die TEI-teksten kunnen transformeren naar het Juxta inputformaat. Het voortijdige vertrek van de hoofdontwikkelaar van deze software aan de universiteit van Virginia (US) zorgde er echter voor dat er tot op heden geen vooruitgang werd geboekt. Toch is dit alles onder voorbehoud, aangezien de ontwikkeling van Juxta nagenoeg stagneerde na de publicatie als open-sourcesoftwarepakket. Bovendien lijken de plannen voor verdere ontwikkeling eerder beperkt, vooral in tijd: er worden geïnteresseerde kandidaten gezocht voor de overname van de ontwikkeling van het programma in 2008. Geïnteresseerde partijen blijken het CTB (uiteraard eerder als mede-ontwikkelaar dan als host voor het project), en Hans Walter Gabler van de Universiteit van München. In dit kader werd een luik voorzien voor het onderwerp van automatische tekstcollatie op een COST meeting aan de Universiteit Antwerpen, van 20 tot 22 september 2007.
Ondertussen werd een zeer interessante toepassing gevonden voor het collationeren van twee XML-bestanden: DeltaXML. Dit programma is in staat om een gecontextualiseerde 'delta' te genereren, waarin wordt aangegeven waar en hoe twee XML-teksten van mekaar verschillen. Ondanks deze beperking (beperking tot het vergelijken van twee teksten) en de hoge licentiekost is de functionaliteit van deze software zonder twijfel de interessantste op de markt, voor het vergelijken van teksten met eerder lexicale dan structurele variatie. Met behulp van de demoversie (voor gratis evaluatie gedurende 1 maand) werden de mogelijkheden onderzocht om deze collaties om te vormen tot TEI/XML-teksten met geïntegreerd apparaat (met name de parallel segmentation methode). Voor teksten met slechts twee variante versies is dit een minimaal probleem, dat kan worden opgelost met een eenvoudige XSLT-stylesheet. Voor het vergelijken van meer dan 2 tekstversies werd een algoritme ontwikkeld, waarbij eerst alle tekstversies met één constante tekstversie worden vergeleken, daarna al deze collatieparen met een constant collatiepaar, enz., tot er één vergelijkingspaar overblijft. Na elke stap (die de tussenliggende collatieresultaten bundelt) moet dan de omvorming tot een TEI-tekst gebeuren. Uiteraard maakt dit de XSLT-stylesheet complexer, maar ondertussen is voor de Bijns-teksten een XSLT-stylesheet ontwikkeld die al een hoge accuraatheid bereikt (ruw geschat 90%). Verder werd dit algoritme ook geformaliseerd in een XSLT-stylesheet die automatisch collatiescripts kan genereren van een lijst met alle teksten en variante versies. Uiteraard maakt dit ook de verdere verfijning van de tussenliggende XSLT stylesheets makkelijker, omdat het tekstmateriaal op deze manier kan fungeren als een verzameling testcases. Daarnaast werd nog een automatische testronde toegevoegd, die voor elk tussenliggend collatieresultaat nagaat of de tekstversies die ervan kunnen worden afgeleid volledig overeenstemmen met de originele elektronische transcripties die worden gecollationeerd. Hierdoor kan veel nauwkeuriger worden nagegaan waar er in het collatieproces fouten ontstaan, en waar wijzigingen in de betreffende XSLT-stylesheets mogelijk nieuwe fouten introduceren.
Aan de hand van dit testsysteem kon het collatieproces voldoende worden verfijnd om technisch bevredigende collaties voor de Bijns-teksten te genereren. De XML-bronbestanden van deze collatieresultaten werden met een gegenereerde XHTML-versie voor makkelijker visuele inspectie overgemaakt aan Judith Kessler (Radboud Universiteit Nijmegen). Met het projectteam in Nijmegen werd afgesproken dat zij aan de hand van de collatieresultaten eventuele fouten in de transcripties zullen aanpassen, de collatieresultaten filologisch zullen evalueren, en voorstellen zullen formuleren voor de verdere verfijning van de collatieprocedure en de ontwikkeling van de elektronische editie. Aspecten die daarbij van belang zijn, zijn de bepaling van de gewenste 'granulariteit' van de collatie (behandeling van normaliseringen / originele vormen, punctuatie, categoriseren van varianten...), eventuele constitutie van leestekstversies, en vereisten voor de gewenste functionaliteit, visualisering en interface van de editie.
Op basis van dit werk heeft het bedrijf DeltaXML Ltd. aan het CTB een gratis academische gebruikerslicentie verleend voor een initiële periode van twee jaar.
Voor een vlottere samenwerking aan de elektronische transcripties werd ook voor dit project een eigen ruimte opgezet bij het Assembla-project.
2.3.2. Johan Daisne, De trein de traagheid op CD-ROM
[Uitvoerders: Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte]
De interface voor De trein der traagheid op CD-ROM werd in overeenstemming gebracht met de principes van unobtrusive javascript. Met behulp van een variant van de Behaviour Javascript-library (die toelaat om interactief gedrag te bepalen op basis van elementklassen) werd de interface van deze editie herwerkt zodat ze ook in browsers zonder of met beperkte ondersteuning van Javascript volwaardig toegankelijk blijft. Voor het tonen van noten in pop-up tooltips werd de coolTip Javascript library vervangen door de lichtere qtip-library. Verder werd de Saxon XSLT-processor geüpdated naar versie 8.9, die als eerste de W3C standaard XSLT 2.0 volledig ondersteunt. Met het oog op publicatie van deze editie in 2008 werden publicatiegevoelige dateringen geüpdatet en werd begonnen met revisie van de documentatie. Het design van de editie wordt nagekeken door een professionele ontwerper.
2.3.3. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
[Uitvoerders: Ron Van den Branden m.m.v Edward Vanhoutte]
Voor de elektronische editie van de correspondentie tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers werden de titels in de transcripties automatisch geregulariseerd op basis van een titellijst die door Joke Debusschere werd aangeleverd. Daarnaast leverde Debusschere ons haar laatste aanpassingen aan de Nederlandstalige Streuvels-brieven en de laatste versie van de Duitstalige brieven.
De interface voor de DALF-brieven werd verder in overeenstemming gebracht met de principes van unobtrusive javascript. Met behulp van een variant van de Behaviour Javascript-library (die toelaat om interactief gedrag te bepalen op basis van elementklassen) is nu de interactieve laag van de XHTML-interface volledig gescheiden van de structurele laag. Daarbij werd de interface herwerkt, zodat via het zogenaamde graceful-degradationprincipe steeds een basisfunctionaliteit kan worden gegarandeerd, ook voor browsers die niet alle vereiste Javascript-functionaliteit ondersteunen, of waarin Javascript uitgeschakeld is. Een eerste informele test door een geïnteresseerde gebruiker (in het kader van onderzoek voor de verfilming van De Vlaschaard) leverde overigens een positieve gebruikservaring op.
Van 16 juli tot en met 15 augustus heeft Pim Verhulst als werkstudent aan het CTB gewerkt om de transcripties te reviseren. Op basis van opmerkingen van Marcel De Smedt heeft Verhulst in die periode ongeveer 65% van het brievenmateriaal gecontroleerd, en waar nodig aanpassingen doorgevoerd in de XML-transcripties en -annotaties. Omdat dit werk vanop afstand gebeurde, werd voor deze opdracht geëxperimenteerd met de online ontwikkelingsomgeving Assembla. Hoewel voornamelijk gericht op gezamenlijke ontwikkeling van broncode voor software-projecten, bleken een aantal voorzieningen van Assembla ook zeer geschikt voor dergelijke projecten. Het biedt de gelegenheid om bestanden gratis online toegankelijk te maken voor de leden van een projectteam, en ze onder automatische versiecontrole te plaatsen. Hierdoor kunnen in principe verschillende teamleden tegelijk werken aan de elektronische transcripties van de Streuvelsbrieven, en hun wijzigingen weer opladen zodat iedereen steeds over de meest recente versie kan beschikken. Bovendien biedt Assembla ook specifieke communicatiehulpmiddelen zoals een Chat tool en Wiki voor real-time communicatie, en specifieke planningshulpmiddelen zoals een databank van taken en een ontwikkelingstijdlijn.
2.3.4. TEI by Example
[Uitvoerders: Ron Van den Branden, Edward Vanhoutte en Melissa Terras]
Eind 2006 werd een oproep voor voorbeeldfragmenten gelanceerd op enkele mailing lists en internetfora voor enkele brede text encoding communities. Deze oproep lokte enige discussie uit in verband met de gebruikte licentie. Omdat dit opportuun leek, is die gewijzigd naar een Creative Commons Attribution ShareAlike licentie. Op 5 mei 2007 werd een tweede teamvergadering belegd, waarop de volgende voornaamste actiepunten werden geïdentificeerd:
- meer actieve prospectie voor voorbeeldfragmenten
- ontwikkeling van ontwerpconcepten voor de hoofdstukken over poëzie, algemene structuurelementen en drama
Verder werd een eerste versie van de poëziemodule voorbereid, waarbij de TEI-brontekst dynamisch wordt getransformeerd naar een HTML-presentatie. Zowel inhoudelijk als vormelijk leverde deze demoversie positieve reacties op tijdens de Digital Humanities 2007 conferentie aan de universiteit van Illinois at Urbana Champaign (US). Verder werd onderzocht wat de mogelijkheden zijn voor de ontwikkeling van meer dynamische en interactieve lesmodules. Daartoe werden een aantal open source course management systemen zoals ATutor, Moodle, Kewl en Sakai onderzocht. Dergelijke pakketten combineren communicatieve functionaliteit van content management systemen (discussiefora, wiki's, chat rooms) met specifieke didactische modules voor de ontwikkeling van online tests en quizzen. Anderzijds lijken deze systemen minder geschikt voor het TBE-project, waarvoor de lesmodules worden opgevat als zelfstandige pakketten die ook kunnen worden gebruikt zonder specifieke software-vereisten. Bovendien zijn dergelijke pakketten eerder gericht op presentatie van lesinhouden dan representatie in bijvoorbeeld TEI/XML, wat een cruciale didactische vereiste is voor dit project. Daarom werd gekozen voor alternatieven: Hot Potatoes en Quandary. Deze software is specifiek gericht op de ontwikkeling van diverse vormen van quizzen en didactische 'puzzels' en genereert die bovendien als statische HTML-pagina's die geschikt zijn voor verdere inbedding in cursusmateriaal. Voor de poëziemodule wordt hiermee geëxperimenteerd voor de eerste didactische testen.
Verder werden in samenwerking met het Center for Computing in the Humanities van King's College London (UK) een productieserver geconfigureerd waarop het materiaal intern beschikbaar werd gesteld voor het projectteam. Om samenwerking op afstand te vergemakkelijken werd een interne ontwikkelingsruimte bij het Assembla-project opgezet. De tekst voor de poëziemodule werd gereviseerd en aangevuld met voorbeeldfragmenten van gecodeerde poëzie. Daarnaast werd een interactieve TEI-valideringstoepassing ontwikkeld met behulp van de eXist XML-database. Die laat gebruikers toe om XML-teksten in te voeren of XML-documenten op te laden en meteen te controleren of die voldoen aan een TEI-structuurgrammatica. De toepassing biedt twee didactische alternatieven om XML structuren te valideren:
- Validering in context
- Validering als fragment
De validering in context is de standaard optie, waarbij de ingevoerde XML-structuren automatisch in de TEI-namespace worden gevalideerd. Bovendien wordt gecontroleerd of het om volledige of fragmentaire TEI-structuren gaat. In het laatste geval wordt de ingevoerde structuur ingepast op de meest zinvolle plaats van een volledige TEI-structuur, en wordt in het resultaat de aangevulde structuur expliciet aangeduid. Hierdoor worden gebruikers er steeds op gewezen wat de minimale structuur van TEI-documenten is. Anderzijds is het mogelijk om met de fragmentaire valideringsoptie TEI-fragmenten in isolatie te valideren, om zo snelle controle van kleinere TEI-structuren mogelijk te maken. De validatieresultaten worden gepresenteerd als gecontextualiseerde rapporten: de ingevoerde XML-structuur wordt herhaald, inclusief eventuele foutmeldingen op hun respectieve plaatsen (zoals gebruikelijk in gespecialiseerde XML-tekstverwerkers).
Op basis van deze eerste module (poëzie) werd het raamwerk voor de integrale TBE-interface ontwikkeld. Die omvat volgende categorieën:
- Modules: de lesteksten voor de verschillende modules.
- Voorbeelden: voorbeeldfragmenten van gecodeerde teksten voor de verschillende modules.
- Tests: quizzen voor de verschillende modules.
- Oefeningen: per module worden verschillende oefeningen aangeboden, die interactief kunnen worden uitgevoerd via de ingebedde TBE valideringsapplicatie.
- Hulpmiddelen: de TBE valideringsapplicatie en de software toolkit.
Het resultaat van deze eerste fase van het TBE-project is online beschikbaar gesteld voor de internationale wetenschappelijke begeleidingscommissie van het project.
De projectaanvraag voor de financiering van de tweede fase van het TBE-project werd in december 2007 door de Association for Literary and Linguistic Computing positief geëvalueerd en gehonoreerd met een projectsubsidie van 12,108.82 EUR. Met het toegekende projectgeld zullen in 55 ontwikkeldagen de rest van de in totaal 9 modules worden ontwikkeld en gepubliceerd. De voortgang van dit project is online te volgen via http://www.teibyexample.org waar ook het volledige verslag over de afgewerkte eerste fase van het project kan worden geconsulteerd.
2.4. Consult en Advies
Zoals elk jaar biedt het CTB gratis advies en consult aan verschillende onderzoekers, projecten en instellingen, vooral uit Nederland en Vlaanderen. Het gevraagde advies gaat o.a. over methodes van teksteditie, methodes van text encoding, digitalisering, projectmanagement etc. Met deze service vult het CTB een vacuüm op die er m.b.t. deze onderwerpen in Vlaanderen en Nederland bestaat.
De verschillende medewerkers leveren ook advies als lid van wetenschapscommissies, projectcommissies, technische commissies en verschillende ad hoc commissies van instituten, projecten en initiatieven in binnen- en buitenland. Een bijzondere service bestaat uit de peer review die de verschillende medewerkers leveren voor internationale tijdschriften, congressen en wetenschappelijke organisaties.
Voor externe partners leverde het CTB ¨betaalde expertise en consult voor de volgende projecten:
- CARDS - Cartas Desconhecidas (Universiteit Lissabon, Centro de linguística)
- James Joyce Timeline (Universiteit Antwerpen)
- Spectrum On-line (Culturele Biografie Vlaanderen/Faro en Erfgoedinspectie Nederland)
3. Wetenschappelijke werking
3.1. Wetenschappelijke adviescommissies
Voor een optimale besteding van de gemeenschapsgelden en de garantie van een zo breed mogelijk werkveld, opteert de KANTL voor een projectmatige organisatie van het CTB. De ingediende projecten worden per oproep geëvalueerd door twee gemengde commissies van de KANTL die als adviescommissies fungeren voor het CTB. Voor de gebieden van de teksteditie en het literaire en intellectuele erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT), en voor de gebieden van de dialectologie, de historische corpusbouw en het talige erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB).
3.1.1. De Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT)
- Voorzitter: Prof. dr. Werner Waterschoot (Vast Secretaris KANTL)
- Waarnemers: Lic. Marijke De Wit (Teamverantwoordelijke KANTL ook notuliste), Lic. Edward Vanhoutte (Coördinator CTB)
- Externe adviseurs:
- Prof. dr. Annemarie Kets-Vree (Huygens Instituut)
- Prof. dr. Dirk Van Hulle (Universiteit Antwerpen)
- Leden (stemgerechtigd):
- Prof. dr. Georges De Schutter (KANTL)
- Prof. dr. Marcel De Smedt (K.U. Leuven)
- Prof. dr. Anne Marie Musschoot (KANTL/Universiteit Gent)
- Lic. Harold Polis (uitgeverij Meulenhoff/Manteau)*
- Prof. dr. Karel Porteman (KANTL/K.U.Leuven)
- Lic. Leen Van Dijck (AMVC-Letterenhuis)
- Prof. dr. Rik Van Gorp (KANTL/K.U.Leuven)
- Dr. Sylvia Van Peteghem (Universiteit Gent) (ontslagnemend)*
* Ontslag uit de GCT in 2007.
De GCT heeft in 2007 eenmaal vergaderd:
- 19/02/2007: De voornaamste agendapunten waren de goedkeuring van de trimesterrapporten, een overzicht van de verschenen publicaties, het advies aan de Bestuurscommissie van de KANTL m.b.t. de aanwerving van een wetenschappelijk medewerker voor het project 'La robe et la bordure'. Een elektronische editie van Constantijn Huygens' Ooghen-Troost (1647): proeve van een humanistische handbibliotheek., een verslag van de problematiek omtrent de financiering door de KANTL van het editiewerk aan het Volledig Werk van L.P. Boon, en een stand van zaken i.v.m. het plan voor de uitgave van Klassieke Nederlandstalige teksten.
Verder valt te melden dat de Bestuurscommissie besloot om Harold Polis uit de GCT te ontslaan en dat het ontslag van Sylvia Van Peteghem werd aanvaard.
→ http://www.kantl.be/ctb/gctb/
3.1.2. De Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB)
- Voorzitter: Prof. dr. Werner Waterschoot (Vast Secretaris KANTL)
- Waarnemers: Lic. Marijke De Wit (Teamverantwoordelijke KANTL ook notuliste), Lic. Edward Vanhoutte (Coördinator CTB)
- Leden (stemgerechtigd):
- Dr. Jetje de Groof (VUB)
- Prof. dr. Georges De Schutter (KANTL)
- Prof. dr. Magda Devos (Universiteit Gent)
- Prof. dr. Sera de Vriendt (KANTL)
- Prof. dr. Dirk Geeraerts (KULeuven)
- Prof. dr. Guido Geerts (KANTL)
- Prof. dr. Jan Goossens (KANTL)
- Prof. dr. Ann Marynissen (Universität zu Köln)
- Prof. dr. Johan Taeldeman, (KANTL)
- Prof. dr. Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen)
- Prof. dr. Roland Willemyns (KANTL)
Wegens het ontbreken van een taalkundig project in het onderzoeksprogramma heeft de GCB in 2007 niet vergaderd.
→ http://www.kantl.be/ctb/gctb/
3.2. Publicaties, lezingen en gastcolleges
Na de vloed van zelfstandige publicaties in 2006 was 2007 eerder een kalmer jaar. Het aantal gepubliceerde artikelen en het aantal lezingen en gastcolleges bleven quasi onveranderd. De medewerkers van het CTB publiceerden 3 zelfstandige publicaties, 14 artikelen en 8 recensies in tijdschriften, boeken en kranten. Ze hielden tevens 9 lezingen, werden uitgenodigd voor 3 gastcolleges en organiseerden een internationale workshop. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm>.
Als resultaat van projecten van het CTB werden volgende zelfstandige publicaties afgewerkt:
- Ruud Ryckaert. De Antwerpse spelen van 1561 naar de editie Silvius (Antwerpen 1562) uitgegeven met inleiding, annotaties en registers. Gent: KANTL/UGent, 2007. Ongepubliceerd proefschrift.
- Eddy van Vliet. Verzamelde gedichten. Tekstkritische leeseditie door Yves T'Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme. Amsterdam: De Bezige Bij, 2007. 608 p. (ill.). ISBN: 9023426037.
Beleidsvoorbereidend onderzoek van het CTB resulteerde in de volgende publicatie dat op 07/03/2007 door de Bestuurscommissie van de KANTL werd aangenomen als standpunt van de Academie:
- [Edward Vanhoutte]. Visie op de Uitgave van Klassieke Teksten in Vlaanderen. Standpunt van de KANTL. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2007. 45 pp.
Het CTB streeft ernaar om via de website zoveel mogelijk publicaties ook online aan te bieden.
Op 31 december 2007 waren 7 zelfstandige publicaties (20%), 46 artikelen (33,1%), 22 recensies (37,2%) in tijdschriften, boeken of kranten, en 20 lezingen en papers (30,3%) online raadpleegbaar, op een totaal van 35 zelfstandige publicaties, 139 artikelen en 59 recensies in tijdschriften, boeken of kranten, en 66 lezingen en papers.
Het aantal pageviews voor vier van de zes online raadpleegbare zelfstandige publicaties die ook in 2006 waren gepubliceerd is lichtjes gestegen, maar tegenover 2005 is er over het algemeen wel een lichte daling merkbaar:
| Titel | Pageviews in 2007 | Pageviews in 2006 (extrapolatie) | Pageviews in 2005 |
| Loveling, Virginie. In Oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. | 1.306 | 1.365 (1.638) | 1.653 |
| Edward Vanhoutte & Ron Van Den Branden. DALF guidelines for the description and encoding of modern manuscript material. | 595 | 463 (556) | 655 |
| Edward Vanhoutte. Zorgen voor Later? Argumenten voor de Wetenschappelijke Bestudering van de Vlaamse Muzikale en Literaire Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatsen. | 272 | 331 (397) | 666 |
| Edward Vanhoutte & Dirk Van Hulle (red.). Editiewetenschap <!--in de praktijk-->. 2004 (1998). | 283 | 149 (179) | 317 |
| Jan Dewilde, Ron van den Branden & Edward Vanhoutte. Inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit. | 108 | 104 (125) | 152 |
| Edward Vanhoutte & Yves T'Sjoen (red.). Epistolaria. Tekstgenetische studies. | 183 | 85 (102) | 152 |
| Edward Vanhoutte. Visie op de Uitgave van Klassieke Teksten in Vlaanderen. | 41 | 0 | 0 |
De online publicatie van nieuwe titels in 2008 zal de algemene cijfers ongetwijfeld weer doen stijgen.
→ http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm
3.3. Colloquia en studiedagen
De medewerkers van het CTB woonden veertien (inter)nationale colloquia en studiedagen bij, veelal als sprekers.
- Resources and Techniques for the Study of Renaissance and Early Modern Culture. Warwick: The university of Warwick, 26 januari 2007.
- Manuscript & Electronic Text Academy - META07. Lissabon: Faculdade de Letras da Universidade de Lisboa, 30 januari - 1 februari 2007.
- International meeting on cooperation in the field of electronic ediing. Den Haag: HI, 25 en 26 maart 2007.
- De studie van literaire tijdschriften in België: methodes en perspectieven. Leuven: KULeuven, 29-30 mei 2007.
- Digital Humanities 2007. Urbana-Champaign, Illinois: University of Illinois at Urbana-Champaign, 4-7 juni 2007.
- Huygens seminarie. Gent: Universiteit Gent, 14 juni 2007.
- Digital Humanities Summer Institute. Victoria (CA): University of Victoria, 18-22 juni 2007.
- Reading: Images, Texts, Artefacts. Cardiff: Cardiff University, 28-29 juni 2007.
- Klank van de Stad. Werkgroep zeventiende eeuw. Antwerpen: Hof van Liere, 24 augustus 2007.
- Eenheid in verscheidenheid. Gent: KANTL, 7 september 2007.
- Cultural Poetics and Context Analysis. Utrecht: OnderzoekSchool Literatuurwetenschap, 13 september 2007.
- Genetic Criticism and Scholarly Editing. COST Action 32 ('Open Scholarly Communities on the Web') workshop. Antwerpen: Universiteit Antwerpen, 20-21 september 2007.
- Literature and culture, The work of Catherine Belsey. Gent: Universiteit Gent, 21-22 september 2007.
- Brieven! Symposium over het belang van correspondenties in geesteswetenschappelijk onderzoek. Den Haag: Huygens Instituut (KNAW), 23 oktober 2007.
3.4. Gastcollege
Medewerkers van het CTB verzorgden volgende gastcolleges:
- Van den Branden, Ron. Addressing XML structures with XPath, XHTML primer. Antwerpen: Universiteit Antwerpen, 26 maart 2007.
- Vanhoutte, Edward. Machine readable texts in the humanities: A method for research and presentation. London: University College London, School for Library, Archive, and Information Studies, 23 november 2007.
- Van Raemdonck, Bert. Moderne editiewetenschap: elektronische (brieven-)edities. Universiteit Gent, 6 november 2007.
3.5. Workshop
Op uitnodiging van de Faculdade de Letras da Universidade de Lisboa organiseerde het CTB tussen 30 januari - 1 februari 2007 de driedaagse workshop Manuscript & Electronic Text Academy - META07 over het elektronisch editeren van teksten. Naast de CTB-medewerkers Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte nodigde het CTB ook Prof. dr. Dirk Van Hulle van de Universiteit Antwerpen uit als lesgever op deze workshop. Er waren een twintigtal geïnteresseerde professionelen uit de taal-, literatuur- en tekstwetenschap aanwezig, en de workshop werd door de Portugese initiatiefnemers positief geëvalueerd. Er was vooral veel interesse voor het DALF-model dat door het CTB werd ontwikkeld. Als resultaat van deze workshop treedt het CTB sinds augustus 2007 op als adviseur in het project.
Het workshopmateriaal is online gepubliceerd op:
http://www.kantl.be/ctb/META/meta07.htm
3.6. Overige activiteiten
22 april 2007: Op zondag 22 april 2007 hield de KANTL open deur naar aanleiding van de Vlaanderendag en de Erfgoeddag. Het CTB verzorgde een expositie met handschriften, eerste drukken, brieven en documenten rond het thema censuur en zelfcensuur. Onder de titel 'Daarom blijve dit werk weg uit katholieke boekerijen' werd de rol toegelicht die de censuur en de zelfcensuur gespeeld hebben in de tekstgeschiedenis van Conscience's Leeuw van Vlaenderen, Lovelings Oorlogsdagboek, Streuvels' De teleurgang van den Waterhoek en Teirlincks Rolande met de Bles.
12 juni 2007: Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie en het Huygens Instituut vierden op 12 juni 2007 de ondertekening van een formeel samenwerkingsverband tussen beide instituten. Het CTB werd bij die gelegenheid door het HI uitgenodigd in het Van Gogh Museum in Amsterdam voor een lezing door Leo Jansen, editeur van de briefwisseling van Van Gogh en conservator schilderijen, en een rondgang in het museum. Er waren ook nog toespraken van Henk Wals, directeur van het HI, en Edward Vanhoutte, coördinator van het CTB. Naderhand werd er gedineerd in het trendy restaurant De IJkantine waarbij de medewerkers van beide instituten elkaar beter leerden kennen.
2 september 2007: Op zondag 2 september 2007 om 16 u. werd de editie van Eddy van Vliets Verzamelde gedichten (De Bezige Bij, 2007) voor een volle Sint-Bavokerk in Watou voorgesteld. De eerste exemplaren van de editie werden door de promotor van het project, Yves T'Sjoen, aangeboden aan de dochters van Van Vliet. In de voorafgaande hommage lazen acht dichters uit Vlaanderen en Nederland voor uit de editie en uit eigen werk. De editie werd onthaald als 'een daad van rechtvaardigheid' wat resulteerde in een 'monumentale uitgave' (Dirk De Geest in Leeswolf, 5, p. 522); 'prachtig werk' (Guido Lauwaert in Knack, 19/09/2007, p. 99); en een staaltje van het 'nauwkeurige, wetenschappelijk onderbouwde editiewerk dat Yves T'Sjoen, Christophe Van der Vorst en Els Van Damme' (Paul Demets in De Morgen, 29/08/2007, p. 34) verricht hebben. Met het verschijnen van deze editie bevestigt het CTB eens te meer zijn positie op het gebied van de wetenschappelijk gefundeerde publieksuitgaven van verzamelde werken van moderne poëzie. De optredende dichters waren Benno Barnard, Anneke Brassinga, Remco Campert, Paul Demets, Stefan Hertmans, Miriam Van hee, Anton Korteweg, en Koen Stassijns. De presentatie was in handen van Piet Piryns. Voor de muzikale omlijsting zorgde de Portugese fadozangeres Lula Pena.
3.7. Prijzen en Awards
Bert Van Raemdonck ontving voor zijn deelname aan het Digital Humanities Summer Institute 2007 (Victoria, CA) de volgende scholarship en bursary:
- De Summer Institute Scholarship van de Canadese Social Science and Humanities Research Council
- De Summer Institute Graduate Student Bursary van de Association for Computers and the Humanities
De ALLC Young Scholars Award 2007 werd toegekend aan Ron Van den Branden voor zijn paper Through the Reading Glass: Generating an Editorial Microcosm Through Experimental Modelling die hij las op Digital Humanities 2007 (University of Illinois at Urbana Champaign, US).
3.8. CTB Prijs voor Teksteditie 2007
De Bestuurscommissie van de KANTL heeft beslist om de CTB Prijs voor Teksteditie 2007 uit te reiken voor de periode 2006-2007. Vanaf 2008 wordt de prijs hervormd tot een gezamenlijke prijs voor teksteditie van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie en het Huygens Instituut.
3.9. Onderwijs
In 2007 doceerde Edward Vanhoutte de cursus Humanities Computing: Electronic Texts aan de Universiteit Antwerpen.
3.10. Samenwerking en contacten
In 2007 werkte het CTB samen met de volgende internationale en nationale partners:
3.10.1. Internationaal
- The Arts and Humanities Data Service (UK)
- Association for Literary and Linguistic Computing (ALLC)
- Association for Computers and the Humanities (ACH)
- Centre for Computing in the Humanities (CCH), King's College London (UK)
- Centro de linguística da Universidade de Lisboa
- Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (NL)
- Erfgoedinspectie Nederland
- European Society for Textual Scholarship (ESTS)
- Faculdade de Letras da Universidade de Lisboa (p)
- Huygens Instituut (KNAW) (NL)
- Institut des Textes et Manuscrits Modernes (ITEM) (F)
- Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) (NL)
- Meertens Instituut (NL)
- The Museum Documentation Association (UK)
- Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek
- Nordiskt Nätverk för Editionsfilologer (Scandinavië)
- Oxford Text Archive (UK)
- Radboud Universiteit Nijmegen (NL)
- School for Library, Archive and Information Studies, University College London (UK)
- Society for Textual Scholarship (STS) (USA)
- Text Encoding Initiative Consortium
- Nederlandse Taalunie (NL)
3.10.2. Nationaal
- AMVC-Letterenhuis
- Culturele Biografie Vlaanderen
- Koninklijke Bibliotheek Albert I – Afdeling muziek
- Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVABWK)
- K.U.Leuven, Departement Literatuurwetenschap
- Poëziecentrum
- Poëziezomers Watou
- Stijn Streuvelsgenootschap
- Uitgeverij Lannoo
- Uitgeverij Meulenhoff-Manteau
- Uitgeverij De Bezige Bij
- Universiteit Antwerpen (Campus Drie Eiken) – Centrum voor Nederlandse Taal en Spraak
- Universiteit Antwerpen (Campus Drie Eiken) – Departement Germaanse Taal- en Letterkunde
- Universiteit Antwerpen (Campus Drie Eiken) – Manuscript Genetics Seminar
- Universiteit Antwerpen (Campus Drie Eiken) – James Joyce Centrum
- Universiteit Gent – Vakgroep Nederlandse Taalkunde
- Universiteit Gent – Vakgroep Nederlandse Literatuur
- Universiteit Gent – Universiteitsbibliotheek
- Vlaams Fonds voor de Letteren
4. Publiekswerking
4.1. Website
Het dagelijkse contact met de buitenwereld gebeurt via de website van het CTB die in 2007 opnieuw gevoelig werd uitgebreid en enkele malen per week werd aangepast. De bezoeker kan op de website informatie vinden in 12 grote rubrieken:
- Home
- Projecten
- Publicaties
- Medewerkers
- Evenementenkalender
- Seminar in electronic editing
- Jaarverslag
- Adviescommissies
- CTB Prijs voor teksteditie
- Prijzen & awards voor het CTB
- Vacatures
- KANTL
In 2007 werd het CTB-domein 10.473 bezocht. De homepage van het CTB kreeg 3.287 pageviews. Voor het hele domein zijn er 5.491 unieke bezoekers die per maand 872 pageviews genereren. Er valt interesse te noteren uit (in afnemende volgorde) België, Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Portugal, Ierland, Duitsland, Frankrijk, Canada, Italië, Zweden, Spanje, de Russische Federatie, Polen, Oostenrijk, Noorwegen, India, en Turkije. Van de overige tien rubrieken werden - in afnemende volgorde - de lijst van publicaties van het CTB, de Lovelingeditie, het jaarverslag 2004, de lijst van online publicaties, het DALF-project en het jaarverslag 2005 de meeste geraadpleegd.
4.2. Evenementen
Het CTB organiseert tal van evenementen waarmee het een breder publiek probeert te bereiken. Zie hiervoor 3.6. Overige Activiteiten.
5. Administratieve werking
5.1. Handboek
Het handboek dat in 2006 werd opgesteld, bewees ten volle zijn nut. De procedures en statuten die erin opgenomen zijn werden nagevolgd wat resulteerde in een transparante bedrijfsvoering. Na deze fase van consolidering wordt het handboek in 2007 uitgebreid met nieuwe hoofdstukken.
5.2. Personeel
In 2007 waren er 8 wetenschappelijke medewerkers actief (waaronder een coördinator) en 1 administratief medewerkster:
- Coördinatie:
- Edward Vanhoutte: Coördinator
- Cindy Holtyzer: Secretariaat
- Wetenschappelijk medewerkers: Ruud Ryckaert (tot 06/01/2007). Marie Lesy, Els Van Damme (tot 30/09/2007), Bert Van Raemdonck, Ron Van den Branden, Christophe Van der Vorst (tot 31/03/2007), Pim Verhulst (van 16/07-10/08/2007).
Qua aantal medewerkers zat het CTB in 2007 op kruissnelheid. In termen van voltijdse eenheden (vte) echter stelde het CTB het één na laagste aantal te werk in 7 jaar:
| Jaar | Tijdelijk (vte) | Vast (vte) | Totaal (vte) |
| 2007 | 5 (2,02) | 4 (3,25) | 9 (5,27) |
→ http://www.kantl.be/ctb/staff/mw07.htm
5.3. Communicatie
De interne communicatie tussen de coördinator en de medewerkers, promotores en leden van de adviescommissies (GCT en GCB) wordt geregeld via omzendmails die regelmatig worden verstuurd. Daarnaast bezocht de coördinator elk project minstens vier maal (trimestrieel). De externe communicatie verloopt via de website van het CTB <http://www.kantl.be/ctb/>, gerichte mailings, aankondigingen op Neder-L en via de pers.
5.4. Secretariaat
De halftijdse tewerkstelling van de administratief medewerkster in 2007 en haar taak als verantwoordelijke financiën en personeel binnen de KANTL hadden als gevolg dat de dagelijkse administratie van het CTB en de administratieve ondersteuning van de projecten en de werking van het CTB voor het overgrote deel door de coördinator werden verzorgd. Toch slaagde Cindy Holtyzer er nog in actief mee te werken aan enkele projecten om te transcriberen en te scannen.
Edward Vanhoutte
Coördinator CTB
XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 20/05/2008