logo CTB Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL)
Koningstraat 18
b-9000 Gent
Belgium
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49

Het CTB publiceert jaarlijkse een verslag over de activiteiten in het Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. De tekst van dat jaarverslag wordt ook op de website van het CTB gepubliceerd.

[jaarverslag 2000] [jaarverslag 2001] [jaarverslag 2002] [jaarverslag 2003] [jaarverslag 2005] [jaarverslag 2006] [jaarverslag 2007]

Verslag over de activiteiten van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2004

Edward Vanhoutte – Coördinator CTB

edward.vanhoutte@kantl.be


  1. Samenvatting
  2. Werkjaar 2004
    1. (Literaire) teksteditie
      1. O Allemagne! O Allemagne!: De Duitse brieven (1858) van Peter Benoit
      2. Hugo Claus, Kleine reeks: variantenuitgave.
      3. Herman de Coninck: brieven
      4. Louis De Meester: briefwisseling uit het archief
      5. Johan Daisne, De Trein der traagheid: tekstkritische editie
      6. Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom: uitgave van de briefwisseling
      7. Virginie Loveling, In oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. Een elektronische tekstkritische editie.
      8. Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen (1948-1957). Geannoteerde leesuitgave
      9. Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers: elektronische uitgave van de briefwisseling
      10. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische uitgave van de briefwisseling
      11. Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562)
    2. Talige Bronnenstudie
      1. Databank van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten. Opbouw en linguïstisch onderzoek.
      2. De taal van rechtspraak en gerecht in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830).
      3. Taalverwerving bij jonge kinderen met een cochleaire implantatie: Een longitudinaal effectenonderzoek van hun auditieve, spraak- en taalontwikkeling
      4. Lemmatisering ten behoeve van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten.
    3. ICT, teksttechnologie en ontwikkeling
      1. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
      2. De trein der traagheid op CD-ROM
    4. Projectondersteuning
      1. Herman Roelstraete. Thematische catalogus van het werk
      2. Andere projecten
  3. Wetenschappelijke werking
    1. Wetenschappelijke adviescommissies
    2. Publicaties, lezingen, gastcolleges en workshops
    3. Colloquia en studiedagen
    4. Seminars in electronic Editing
    5. Workshop
    6. Overige activiteiten
    7. Onderwijs
    8. CTB Prijs voor Teksteditie 2004
    9. Samenwerking en contacten
  4. Publiekswerking
    1. Website
  5. Administratieve werking
    1. Personeel
    2. Communicatie
    3. Secretariaat

1. Samenvatting

Vanaf 2004 hield het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) op te bestaan als afzonderlijk gesubsidieerd project in de schoot van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL). Met een verruimde wetenschappelijke opdracht werd het CTB structureel ingebed als het onderzoekscentrum van de KANTL. De naam van het onderzoekscentrum werd aangepast en luidt voluit: "Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde". Deze naam wordt gebruikt in alle communicatie, officiële documenten, copyright vermeldingen etc. en men vindt hem ook terug in het aangepaste logo van het onderzoekscentrum. De naam "Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie" en het acroniem "CTB" worden evenwel voor de vlotheid behouden. De afkorting van de benaming wordt eventueel aangevuld als CTB-KANTL. Naar het CTB wordt verwezen als "Het onderzoekscentrum van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde". Internationaal wordt de naam "Centre for Scholarly Editing and Document Studies" gebruikt, en er wordt verwezen naar het CTB als "research centre of the Royal Academy of Dutch Language and Literature."

Alle onderzoek op de domeinen die door de academie als opdracht aan het CTB zijn toegekend, wordt in het CTB geconcentreerd. Het CTB verricht fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek op het vlak van de teksteditie, de ontsluiting van het literair en intellectueel erfgoed in Vlaanderen en de literaire, talige en intellectuele bronnenstudie. Tot dit werkveld behoren de disciplines van de editiewetenschap, de teksteditie, de dialectologie en het onderzoek van historische corpora. Speciale aandacht gaat naar het gebruik van teksttechnologie en geavanceerde ICT in het onderzoek.

De doelstellingen van het CTB zijn vijfvoudig:

  1. Projecten ontwikkelen en uitvoeren op het vlak van de ontsluiting van het Vlaamse literaire en intellectuele erfgoed en de talige, literaire en intellectuele bronnenstudie.
  2. Het verzorgen en (laten) uitgeven van wetenschappelijk verantwoorde uitgaven van literaire werken en talige, literaire, en intellectuele bronnen.
  3. Het voorbereiden en realiseren van 'producten' die de zichtbaarheid van het Vlaams talig, literair en intellectueel erfgoed bevorderen, b.v. publicaties, tentoonstellingen, voorstellingen, uitvoeringen, catalogi, thesauri, radio- en televisieprogramma's e.d.m.
  4. De bestudering van de mogelijkheden van het gebruik van ICT en teksttechnologie voor het literair, filologisch en taalkundig onderzoek.
  5. Op de hierboven geschetste gebieden bijdragen leveren aan de theorievorming op nationaal en internationaal gebied en aan het beleidsvoorbereidend onderzoek in Vlaanderen.

Hiervoor werkt het CTB samen met verschillende instellingen, instituten, organisaties en initiatieven uit de academische, culturele, wetenschappelijke, en commerciële wereld in binnen- en buitenland.

Op het beleidsvlak was 2004 een reflectiejaar. Er werd werk gemaakt van een nieuwe omschrijving van de opdracht en de doelstellingen van het CTB en bepaalde interne procedures werden herbekeken en op punt gesteld. In 2005 komt een evaluatie van de werking en het bereik van het CTB aan bod.

Op het wetenschappelijk vlak was 2004 een overgangsjaar met niet onbelangrijke finaliteiten. Na de financiële meevaller van 2003 voor wat de subsidiëring betrof, waren er in 2004 aanzienlijk beperktere financiële middelen voorhanden. Die werden vooral benut voor het afwerken van de lopende contracten. Toch werden er bescheiden middelen gevonden voor het opstarten van enkele nieuwe projecten. In samenwerking met de Universiteitsbibliotheek Gent werd het project In oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. Een elektronische tekstkritische editie uitgevoerd. Op het vlak van het talige erfgoed werden twee nieuwe projecten uitgevoerd i.s.m. de respectieve universiteiten van Antwerpen en Gent: Taalverwerving bij jonge kinderen met een cochleaire implantatie: Een longitudinaal effectenonderzoek van hun auditieve, spraak- en taalontwikkeling en Lemmatisering ten behoeve van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten. Zelf startte de KANTL, o.a. met een reorganisatie van de middelen, twee nieuwe projecten op: Databank van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten. Opbouw en linguïstisch onderzoek en Talige aspecten van gerecht, onderwijs en politiek in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Verder konden twee nieuwe projecten aangevat worden door een inpassing in bestaande werkschema's: Het project Hugo Claus, Kleine Reeks: facsimile-variantenuitgave werd ingepast in het werkschema van Edward Vanhoutte. Het project Johan Daisne, De Trein der traagheid op CD-ROM werd ingepast in het werkschema van Ron Van den Branden.

In 2004 werden aan het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) 17 onderzoeksprojecten uitgevoerd met een team van 15 wetenschappelijke medewerkers die samen net geen 10 voltijdse betrekkingen invulden. Tien projecten werden binnen 2004 afgewerkt wat een onmiddellijk gevolg had voor het aantal werknemers dat tijdens 2004 het CTB verliet. Op het eind van 2004 werkten nog 6 wetenschappelijk medewerkers aan 7 projecten.

In november werden drie nieuwe project geselecteerd voor uitvoering in 2005: Joris Vriamont en Richard Minne: Leesuitgave van de briefwisseling (1931-1960) (promotor: dr. Yves T'Sjoen), Spelen van sinne. Tekstuitgave van de editie Willem Silvius (Antwerpen, 1562), folio Bbb2r-p4rv en folio a1r- Xd8v. (promotor: Prof. dr. Werner Waterschoot), en Stijn Streuvels Heule (1942): tekstkritische editie. (promotor: Prof. dr. Marcel De Smedt). Voor de uitvoering van het eerste project wordt Marleen Smeyers vanaf januari 2005 aangeworven, het tweede project wordt uitgevoerd door Ruud Ryckaert, en het derde project door Edward Vanhoutte.

De medewerkers van het CTB publiceerden 7 zelfstandige publicaties, 20 artikelen in tijdschriften en boeken en 10 recensies in tijdschriften, boeken en kranten; ze hielden 5 lezingen op nationale en internationale colloquia en studiedagen; ze gaven 4 gastcolleges aan universiteiten in binnen- en buitenland en verzorgden een vijfdaagse workshop; en er werden 3 optredens verzorgd voor Vlaamse en internationale radiozenders. Van de zeven zelfstandige publicaties zijn er vier tekstedities, twee essaybundels en één tentoonstellingscatalogus. Dit weerspiegelt perfect de aandacht die het CTB in zijn onderzoeksbeleid voert voor wetenschappelijk onderzoek, theorievorming en reflectie, en toegepast onderzoek met een groter publieksbereik.

Belangrijke momenten voor het CTB waren de organisatie van het internationaal colloquium Manuscript-Variant-Genese op 12 mei 2004 i.s.m. het departement literatuurwetenschap van de K.U. Leuven, de organisatie van de vijfdaagse workshop META04: Manuscript & Elektronische Tekst Academie (13-17 september) i.s.m. The School of Library, Archive, and Information Studies van University College London (UK), de voorstelling van Herman de Coninck. Een aangename postumiteit. Brieven 1965-1997 (bezorgd door Annick Schreuder) op 14 oktober in Antwerpen, en de publicatie van Electronic Scholarly Editing-Some Northern European Approaches. A Special Issue of Literary and Linguistic Computing (red. Mats Dahlström, Espen S. Ore, & Edward Vanhoutte) dat het CTB definitief op de internationale kaart van de elektronische teksteditie zet.

In 2004 ging de aandacht uit naar 7 specifieke gebieden:

Top

2. Werkjaar 2004

In 2004 werden zeven nieuwe projecten opgestart:

Daarnaast werd verder gewerkt aan tien reeds lopende projecten:

De projecten kunnen onderverdeeld worden in drie thematische gebieden: (Literaire) teksteditie; Talige bronnenstudie; en ICT, teksttechnologie en ontwikkeling.

http://www.kantl.be/ctb/project/

Top

2.1. (Literaire) teksteditie

2.1.1. O Allemagne! O Allemagne!: De Duitse brieven (1858) van Peter Benoit
[uitvoerder: Jan Dewilde, promotor: W. Michaël Scheck]

De 51 'Duitse brieven' van Peter Benoit (1834-1901) werden getranscribeerd en geannoteerd. Conform de editie van de 'Parijse brieven' van Benoit (J. Dewilde, Me voici à Paris. Parijse brieven (1859-1863) van Peter Benoit, Antwerpen, 2001), worden de brieven voorafgegaan door een algemene verklarende inleiding en door een kroniek. In deze kroniek worden de belangrijkste gebeurtenissen uit het muzikale en, bij uitbreiding, culturele leven opgenomen zodat Benoits brieven beter geduid kunnen worden. Daarbij werd geput uit Belgische en Duitse kranten en muziekperiodieken. Vooral de artikels van Benoits vriend, de eminente musicoloog en muziekjournalist Edmond Vanderstraeten leverden boeiende informatie. Spijtig genoeg zijn de brieven uit die periode van Benoit aan Vanderstraeten, niettegenstaande hardnekkige, opzoekingen niet teruggevonden.

Uit de editie en studie van de brieven wordt duidelijk dat Benoits Duitslandreis in menig opzicht belangrijk is geweest:

In die Duitse periode heeft hij zich dus voor het eerst nadrukkelijk als componist gepresenteerd en nam hij bovendien kennis van, en formuleerde hij een oordeel over de nieuwe stromingen in muziek en beeldende kunsten. Zijn brieven zijn dan ook sprekende en levendige getuigen van een voor zijn verdere carrière zeer belangrijke 'Bildungsreise'.

Dit project dat eindigde op 31 januari 2004 zal resulteren in:

Top

2.1.2. Hugo Claus, Kleine reeks: facsimile-variantenuitgave.
[uitvoerder: Edward Vanhoutte]

Ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van Hugo Claus (°1929) wordt aan het CTB op vraag van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde, en i.s.m. het Studiecentrum Hugo Claus (Universiteit Antwerpen - Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden) gewerkt aan een facsimile en varianteneditie van Claus' eerste dichtbundel Kleine reeks (1947). De editie zal gecontextualiseerd worden met bijdragen van de Claus-specialisten Dirk De Geest, Jean Weisgerber en Georges Wildemeersch en zal onder de algemene redactie staan van Edward Vanhoutte die ook de editie zelf verzorgt. De editie verschijnt in 2005 bij de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Inhoud van de editie:

Top

2.1.3. Herman de Coninck: brieven
[uitvoerster: Annick Schreuder, promotor: Kristien Hemmerechts]

Van de meer dan 15.000 brieven die Herman de Coninck na zijn dood in 1997 achterliet, werden er 600 geselecteerd en uiteindelijk werden er 444 goed bevonden voor publicatie door een redactie bestaande uit Benno Barnard, Kristien Hemmerechts, Piet Piryns en Annick Schreuder. De brieven werden nauwgezet getranscribeerd, met de hulp van Cindy Holtyzer (secretariaat CTB), geëditeerd en geannoteerd. Vervolgens werden die brieven systematisch beschreven en werden er alfabetische en chronologische lijsten aangelegd alsook persoonslijsten. Hiervoor werden ongedateerde brieven, veelal met de hulp van de correspondenten, gedateerd. De respectieve correspondenten werden opgespoord en om toestemming voor publicatie gevraagd. Verder werd een verantwoording geschreven bij de editie en werd de uiteindelijke kopij klaargemaakt voor publicatie. Samen met Kristien Hemmerechts en met medewerking van familieleden werden foto's uitgezocht die in een binnenkatern in het boek opgenomen werden. Ten slotte werd een perstekst geschreven en de tekst voor de aanbiedingenfolder van de uitgeverij. De editie werd voorgesteld op 14 oktober in het Zuiderpershuis in Antwerpen,

Dit project eindigde op 30 juni 2004 en resulteerde in de publicatie:

Top

2.1.4. Louis De Meester: briefwisseling uit het archief
[uitvoerder: Maja Szechura, promotor: Jelle Dierickx]

Bij de 126 oorspronkelijk in het dossier vernoemde brieven zijn er onverwacht 229 uit het persoonlijk archief van Erna De Meester bijgekomen, wat een totaal maakt van 355. Deze zijn allemaal gedigitaliseerd en er is een lijst van aangelegd in excel-formaat. De inventaris werd tevens aangepast en van de brieven werden twee kopies genomen.

De brieven vermeld in het dossier werden geannoteerd alsook een aantal van de extra brieven (130 in totaal). Het betreft de brieven die het meest relevant zijn naar het onderzoek omtrent Louis De Meester en zijn tijd.

Met de hulp van de studenten tweede kandidatuur musicologie van de U Gent werd een opuslijst opgesteld die door Jelle Dierickx op punt werd gesteld.

Overeenkomstig de wetten op het auteursrecht, het briefgeheim en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer werden de auteurs van de brieven of hun erven met behulp van een gestandaardiseerd formulier om toestemming gevraagd voor de consultatie en publicatie van de brieven. Nagenoeg van iedereen werd toestemming verkregen. Van twee erven werd geen contactadres gevonden.

Met de volgende instellingen werd contact opgenomen in verband met de publicatie van de correspondentie:

Voorlopig werd er nog geen optie gevonden om het relevante deel van de correspondentie in zijn geheel te publiceren.

Wel verscheen volgend artikel van de hand van Jelle Dierickx:

Er werd tevens een bescheiden website ontworpen over het project die gekoppeld is aan de site van het CTB (KANTL) en aan die van het IPEM: http://www.ipem.ugent.be/history/LouisDeMeester/~ldm.html

Dit project eindigde op 7 januari 2004.

Top

2.1..5. Johan Daisne, De trein der traagheid: tekstkritische editie
[uitvoerder: Xavier Roelens m.m.v. Ron Van den Branden, promotor: Johan Van Hecke]

Voor de editie van De trein der traagheid werden 21 geautoriseerde bronnen uit de tekstgeschiedenis geïdentificeerd en bestudeerd. Voor de constitutie van de leestekst werden 11 momenten uit de genese van het werk met elkaar vergeleken: de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1948, de publicatie van 1948 in het NVT, de drukproef van 1950, de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1950, de publicatie van 1950 in de verzamelbundel Met 13 aan tafel, de publicatie van 1961 in de bloemlezing Moderne Vlaamse verhalen, de drukproef van 1963, de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1963, de publicatie van 1963 als aparte uitgave, de drukproef van 1968, en de publicatie van de filmeditie van 1968. Uit deze vergelijking ontstond een collatielijst met 1.006 plaatsen van verandering. Ook herstellingen van Daisne, die duidelijk herkenbaar waren op de drukproeven, werden opgenomen. Vervolgens werd de uitgave van 1963 nog eens apart vergeleken met de uitgave van 1974, wat nog één extra verandering opleverde, en de uitgaves van 1974 en van 1979 werden steekproefsgewijs met elkaar vergeleken. Daaruit bleek vooral dat er vanaf de uitgave van 1976, waar de uitgave van 1979 een identieke herdruk van is, - buiten het medeweten van Daisne om - enkele veranderingen in de spelling zijn gebeurd. Deze gegevens zijn de basis geweest voor de keuze van de uitgave van 1963 als basistekst, maar met de paragraafindeling van de uitgave van 1950 in de leestekst.

De basistekst en de emendaties werden samen met woordverklaring en alle varianten uit de 21 geautoriseerde bronnen gecodeerd in XML (eXtensible Markup Language) volgens de TEI-specificaties (Text Encoding Initiative). Voor de uitgave van de leestekst in boekvorm, die uit het elektronisch bestand werd gegenereerd, werd een verantwoording geschreven en een emendatielijst gegenereerd. Verder werden er in het archief nog passende illustraties opgespoord en verzorgde Edward Vanhoutte een transcriptie van het plan van De trein der traagheid.

Dit project eindigde op 7 maart 2004 en resulteerde in de publicatie van:

Top

2.1.6. Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom: uitgave van de briefwisseling
[uitvoerder: Stijn Vanclooster, promotor: Leen Van Dijck]

Het project omvatte twee hoofdcomponenten:

  1. De invoer van de bewaarde brieven in Agrippa de on-line catalogus van het AMVC-Letterenhuis.
  2. De voorbereiding van een tekstkritische editie van de bewuste correspondentie.

Het totale corpus telt 209 brieven: 124 van de hand van De Bom, 85 van Gilliams. Deze laatste waren eerder al in Agrippa ontsloten, zodat enkel de brieven van De Bom nog werden ingevoerd; de gebruiker van Agrippa kan vandaag de dag de volledige correspondentie tussen Gilliams en De Bom in de on-line-databank terugvinden. Tijdens de ontsluiting werden bovendien verschillende hiaten in Agrippa verder ingevuld, die weliswaar niet altijd rechtstreeks met de bewuste correspondentie te maken hadden maar dankzij de lectuur daarvan gemakkelijk konden worden aangevuld. Gedurende het hele project nog werden gegevens in Agrippa aangevuld.

De verschillende doorlopen stappen in het project zijn:

De zoektocht naar eventueel nog in het corpus op te nemen brieven leidde o.a. tot de ontdekking van een deel van de waardevolle briefwisseling tussen De Bom en Arthur-Henry Cornette. De correspondentie die De Bom met deze kunsthistoricus en conservator van het KMSK te Antwerpen voerde, leverde nuttige inlichtingen op voor de brieveneditie. Tegelijk werden de ontdekte brieven (een zestigtal in totaal, uit de periode 1937-'40) in Agrippa beschreven.

Een verdere aanvulling van de databank Agrippa kon gebeuren dankzij een schenking van een reeks brieven van Maurice Gilliams aan het AMVC-Letterenhuis: 42 brieven door Gilliams gestuurd aan John en/of Jacqueline Meulenhoff (van de gelijknamige uitgeverij) uit de periode 1938-1972. Enkele brieven zijn van de hand van Maria de Raeymaekers, de echtgenote van Gilliams. Deze brieven zijn van onmiddellijk belang geweest voor de annotatie van het uit te geven corpus.

Dit project eindigde op 5 januari 2004 en zal in 2005 resulteren in een uitgave van de briefwisseling tussen Maurice Gilliams en Emmanuel De Bom.

Top

2.1.7. Virginie Loveling, In oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. Een elektronische tekstkritische editie.
[uitvoerder: Bert Van Raemdonck, m.m.v. Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte, promotor: Sylvia Van Peteghem]

De bedoeling van dit project was om een gecorrigeerde on-line editie te maken van Virginie Lovelings oorlogsdagboek zoals het in verschillende handschriften werd overgeleverd. Als basis voor het werk werd uitgegaan van het PDF-bestand van de gepubliceerde editie van het oorlogsdagboek (KANTL, 1999). Dit bestand werd omgezet in een TEI-compatibel XML-bestand waarbij de volgende markup werd toegevoegd:

Het deel van het manuscript dat ten tijde van de boekpublicatie zoek was (het begin van het dagboek), is voor het van start gaan van het project opgedoken en nu getranscribeerd ter vervanging van de publicatie in Dietsche Warande en Belfort die in de editie uit 1999 het noodgedwongen uitgangspunt was geweest. Een ander fragment, dat pas tijdens de loop van het project is opgedoken en dat in 1999 zelfs helemaal onbekend was, is in het AMVC-Letterenhuis opgespoord en in de nieuwe editie opgenomen.

Aan de editieprincipes uit de boekpublicatie van 1999 is een en ander veranderd, met de bedoeling om nog consequenter voor het type van de leeseditie te kiezen. Het voornaamste argument om de tekst wat minder diplomatisch weer te geven dan is gebeurd in de boekpublicatie van 1999, is dat noch Loveling noch haar 'exécuteur testamentair' Maurits Basse het manuscript ooit echt persklaar hebben gemaakt. Van heel wat fouten in het manuscript kan daarom geconcludeerd worden dat ze, indien dat wel was gebeurd, indertijd door een van beiden ook zouden zijn gecorrigeerd. De emendaties werden in de tekst gecodeerd aangebracht. De editieprincipes worden toegelicht in de verantwoording bij de editie.

Een aantal (ca. 50) woordverklaringen zijn toegevoegd aan het notenapparaat. De recentste uitgave van Van Dale gold als criterium voor het al dan niet verklaren van woorden: alleen woorden die niet in het hedendaagse woordenboek staan, worden verklaard.

De hele tekst werd opnieuw nagekeken met het oog op de annotatie. Dit betekent dat bestaande annotaties werden verbeterd of verwijderd, en dat er nieuwe annotaties zijn bijgekomen.

De hele tekst werd tweemaal volledig gecollationeerd met het origineel, en een derde maal steekproefsgewijs.

Met behulp van XSLT-transformaties werden de noten in het XML-bestand automatisch genummerd. Het XML-bestand werd gevalideerd en er werden XSLT-stylesheets geschreven voor de visualisering van de editie op het scherm en in PDF-formaat. Dit PDF-bestand, waarbij elke paragraaf genummerd is en waarbij de pagina's van de boekpublicatie worden aangegeven, dient als werktekst voor Sylvia Van Peteghem en Ludo Stynen die de commerciële uitgave van het oorlogsdagboek (Meulenhoff/Manteau, 2006) voorbereiden.

Ten slotte is er begonnen met een proefopstelling voor de on-line publicatie van het oorlogsdagboek. Er wordt aan gedacht om het dagboek in real-time als een weblog te publiceren op de site van de Academie. Onderzoek naar tools en software is momenteel bezig.

Dit project liep i.s.m. de Bibliotheek van de Universiteit Gent.

Dit project eindigde op 31 juli 2004 en zal in 2005 resulteren in de on-line publicatie van Virginie Lovelings oorlogsdagboek en in 2006 in de boekpublicatie van een selectie uit het dagboek (Meulenhoff/Manteau).

Top

2.1.8. Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen (1948-1957). Geannoteerde leesuitgave
[uitvoerder: Bart Nuyens, promotor: Yves T'Sjoen]

De bijna 300 literatuurkritische opstellen die Ivo Michiels vanaf 28 februari 1948 ('In Memoriam Ernest van der Hallen') tot 8 oktober 1957 ('In het stille centrum van de tyfoon. Richard Friedenthal: "Die Welt in der Nuszschale"') in Het Handelsblad publiceerde, vormen samen met zijn kunstkritische teksten het corpus van Michiels' vroegste kritische schrijfarbeid.

Het onderhavige editieproject stelde zich tot doel het vroege literatuurkritische werk van Ivo Michiels, dat begraven lag in de krantenarchieven van onze wetenschappelijke bibliotheken te Antwerpen en Brussel, uit de vergetelheid te halen en weer beschikbaar te stellen voor de literatuurwetenschapper en de geïnteresseerde leek. Die vergetelheid heeft weliswaar te maken met Michiels' eigen distantiëring van het vroegste scheppende proza, maar is toch vooral te wijten aan het ontbreken van een volledige materiaalverzameling van alle kritieken en een studie die is gebaseerd op een degelijke, wetenschappelijk betrouwbare editie van die kritische opstellen.

Het corpus werd aangelegd op basis van de bibliografie van Jaki Louage en Luk De Vos: 'Literaire bijdragen van Ivo Michiels aan Het Handelsblad' (Ivo Michiels. Een letterwerker aan het woord, Heideland-Orbis: Hasselt, 1980, p. 333-343) en verder aangevuld met een exhaustief krantenonderzoek. Daarbij werden bovenop de 286 gerepertoriëerde literatuurkritische bijdragen bijna honderd bijkomende artikels gevonden. Er werd zo snel mogelijk aangevangen met het intikken van de teksten en het daaropvolgende collatiewerk en het editeren, dat gezien de omvang van het corpus vele maanden in beslag nam. In de laatste fase van het onderzoek werd de teksteditie voorzien van commentaar. Daarbij werd geen strikte toepassing beoogd van het annotatiebeleid, zoals dat door Marita Mathijsen (Naar de Letter. Handboek editiewetenschap, Den Haag: CHI, 1997, p. 343-345) voor historische teksten in veertien aandachtspunten werd uiteengezet, aangezien dat het commentaargedeelte van deze editie op vele plaatsen buitenproportioneel zou maken. De korte teksten waarin Michiels de inhoudstafel van de buitenlandse cultuurtijdschriften overloopt, zouden bijvoorbeeld een enorm waterhoofd van annotaties genereren. Mathijsen stelt echter duidelijk dat het niet om veertien regels gaat, maar om aandachtspunten: signalen of gevallen waarbij een annotatie moet worden overwogen. De aard van de teksten blijft evenwel de bepalende factor voor het commentaargedeelte. Aangezien het corpus zich kenmerkt door zijn niet-fictionele karakter en door de veelvuldige vermelding van historische gegevens (meer bepaald van namen en boektitels), werd besloten een economisch annotatiebeleid te voeren, waarin inhoudelijke verduidelijking gepaard moet gaan met zuinigheid van woorden. Het beleid is ook in die mate 'economisch', dat er binnen de begroting van het editieproject verhoudingsgewijs een redelijke termijn kon worden besteed aan het annoteren.

Helaas trok uitgever Meulenhoff/Manteau zich in de loop van het jaar terug als uitgever voor de geannoteerde editie van (een selectie van) Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen (1948-1957) in boekvorm.

Dit project eindigde op 30 april 2004 en zal resulteren in:

Top

2.1.9. Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers: elektronische uitgave van de briefwisseling
[uitvoerster: Joke Debusschere m.m.v. Ron Van den Branden, promotor: Marcel De Smedt]

De editie is gebaseerd op een integrale, letterlijke transcriptie van alle overgeleverde manuscripten en typoscripten, en dit volgens vaste, te verantwoorden richtlijnen. Alle getranscribeerde brieven worden in XML (eXtensible Markup Language) gecodeerd volgens de DALF-richtlijnen (Digital Archive of Letters in Flanders). Op het einde van 2004 zijn ca. 600 brieven getranscribeerd, geannoteerd, van de nodige editie-markup in XML en van een alfabetisch personenregister voorzien, waaronder brieven uit zowel het AMVC-Letterenhuis als uit privé-collecties.

In 2004 werd vooral gewerkt aan:

In het najaar werd een driedaags bezoek aan het Deutsche Literaturarchiv in Marbach afgelegd. Dit archief bezit een voortreffelijke verzameling brieven met o.a. correspondenties die Insel-Verleger Anton Kippenberg voerde met zijn auteurs. Behalve 11 (Nederlandstalige) brieven/briefkaarten van Stijn Streuvels aan Anton Kippenberg resp. diens vrouw Katharina en 1 doorslag van een brief van Kippenberg aan Streuvels, bezit het Deutsche Literaturarchiv ook nog vier bladzijden van een recensie van Alexander Schröder over Stijn Streuvels' Knecht Jan, d.i. de Duitse vertaling van Langs de wegen. De originele brieven van Kippenberg aan Streuvels worden bewaard in het AMVC-Letterenhuis (dossier K 423/B1). De brieven uit het Deutsche Literaturarchiv werden getranscribeerd, geannoteerd en van de nodige editie-markup voorzien.

Van de personen die voorkomen in de brieven werd een afzonderlijk, alfabetisch biografisch register aangelegd. Naast de namen (familienaam, voornamen) wordt telkens de functie van de betreffende persoon aangegeven met daaronder de geboorte- en sterfdatum (indien die bekend is), gevolgd door een korte biografische notitie. Namen die in verschillende brieven voorkomen, worden tot één biografische noot herleid, zodat één algemeen personenregister ontstaat. Biografische notities bij de annotaties zelf worden weggelaten.

Tussendoor werd gewerkt aan de vervollediging van het corpus brieven tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers, waaronder meer dan 80 brieven tussen uitgeverij Lannoo en Streuvels werden ontdekt in het archief Joris Lannoo dat door de uitgeverij wordt beheerd.

Dit project loopt i.s.m. het Vlaams Fonds voor de Letteren en eindigt op 31 januari 2005. Het zal resulteren in:

Top

2.1.10. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische uitgave van de briefwisseling
[uitvoerder: Bert Van Raemdonck, promotor: Anne Marie Musschoot]

Het corpus bestaat uit net geen 400 brieven, die worden bewaard in het AMVC-Letterenhuis. 350 brieven van Karel van de Woestijne zijn bewaard, 50 van Emmanuel de Bom. Van die laatste groep bestaat vaak alleen een doordruk. Die brieven zijn bewaard in de kopieboeken van De Bom. Qua lengte en stijl zijn ze ongelijk: het corpus bevat zowel korte zakelijke telegrammen als uitvoerige persoonlijke epistels.

Alle transcripties werden voor de tweede maal gecollationeerd met hun originelen en ongeveer 95 % van de annotaties is afgewerkt. Voor het resterende deel wordt een beroep gedaan op de expertise van enkele Van de Woestijne-kenners, waaronder de promotor. Bovendien zal het bezoek aan enkele bibliotheken ook nog heel wat problemen ophelderen.

In de voorlaatste maand van 2004 zijn nog een zestal brieven van Van de Woestijne aan De Bom opgedoken. Ze werden op een verkeerde plaats in het Letterenhuis bewaard en moesten nog aan de editie worden toegevoegd. Dat leverde niet alleen extra werk op qua transcriptie, collatie en annotatie, maar heeft er ook voor gezorgd dat de nummering van de brieven weer moet veranderen, en dat dus ook alle doorverwijzingen in de voetnoten moeten worden gecorrigeerd.

De XML-isering van de editie volgens de DALF-richtlijnen zal buiten het bestek van dit project vallen.

Dit project werd van 8 april tot 8 augustus onderbroken voor de uitvoering van het project Virginie Loveling, In oorlogsnood. Virginie Lovelings dagboek 1914-1918. Een elektronische tekstkritische editie.

Dit project loopt i.s.m. het Vlaams Fonds voor de Letteren en eindigt op 31 januari 2005. Het zal resulteren in:

Top

2.1.11. Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562)
[uitvoerder: Ruud Ryckaert, promotor: Werner Waterschoot]

Het project beoogt de uitgave van 189 folio's van Willem Silvius' eerste kwarto uit 1562. In 2004 werden 4.795 versregels getranscribeerd, intern gecollationeerd en geannoteerd. Het gaat om de bijdrage van de rederijkerskamer De Christusooghen van Diest en de kamerteksten van het Brusselse Mariencransken en de twee Mechelse kamers De Peoenbloeme en De Lischbloeme.

Daarnaast werd er gewerkt aan de editieverantwoording, comentaarhoofdstukken, de structurele inhoudsanalyses van de kamerteksten en een uitgebreid, tweedelig register.

Het eerste en grootste register is een glossarium van ca. 4.000 lemmawoorden waarin alle woorden(groepen) opgenomen zijn die in het hedendaagse Nederlands verdwenen of verouderd zijn of die een betekenisverandering hebben ondergaan. Uitzonderlijk worden ook woorden opgenomen die (grote) vormelijke verschillen vertonen met hun huidige equivalenten. Elk van deze woorden is minstens éénmaal in de tekstannotaties hertaald of toegelicht. Dit register zal een nodige aanvulling betekenen bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT), het Middelnederlandsch Woordenboek (MNW) en het Rhetoricaal Glossarium (RG). Het tweede register bevat alle persoons- en plaatsnamen en alle spelende personages. Er is gekozen om de namen in hun bekende moderne vorm weer te geven. 'Vranckrijck' wordt dus gewoon 'Frankrijk'. Van bijbelnamen wordt zowel de Vulgaatvorm als de moderne vorm (Willibrord) genoteerd. Bij de registers wordt gestreefd naar zowel volledigheid als gebruiksvriendelijkheid. Zo worden de letter- en cijfercodes steeds op identieke wijze gevormd: 'genrenaam + kamernaam + stadsnaam + versregel' (b.v. SVB 317 = vers 317 in het Spel van sinne van Der Vreuchdenbloeme uit Bergen op Zoom). De alfabetische registers van de afzonderlijke kamers zijn klaar en worden momenteel samengevoegd. In totaal gaat het over een veertigtal A4-pagina's.

De structurele inhoudsanalyses zullen een apart inleidend hoofdstuk vormen in de tekstuitgave. Daarbij wordt, naast een inhoudelijke bespreking ook de structuur van de teksten van de eerste negen kamers belicht aan de hand van rijmstructuren, pauzes en de introductie van nieuwe sprekende personages. Er wordt nagegaan of de factors zich hielden aan de voorschriften van de Charte in verband met lengte en thematiek. De verzen en clausen per sprekend personage worden in de verschillende kamerbijdragen geteld, geanalyseerd en onderling vergeleken. In hetzelfde hoofdstuk worden de kamers ook kort historisch geduid.

In een eerste commentaarhoofdstuk is de taal en stijl van de landjuweelbijdragen aan de orde, met aandacht voor de Brabantse dialectkenmerken, het wisselend vocalisme dat door dialectvermenging en umlautswerking tot stand kwam en het dynamisch consonantisme dat het taalgebruik van elk van de kamerfactors kenmerkt. Na enkele korte opmerkingen over het naamvalssysteem is er ruime aandacht voor de retoricaal-grammaticale kenmerken van de rederijkerstaal. Elk van deze stijlkenmerken is ruimschoots geïllustreerd met een representatieve selectie tekstvoorbeelden. Dit inleidend hoofdstuk moet de annotaties ontlasten van al te zware taalkundige opmerkingen.

In een tweede commentaarhoofdstuk wordt het rijm - hét kunstoverheersende element van de rederijkersliteratuur - nader beschouwd. Rijmsoorten (dubbelrijm, overlopend binnenrijm, slagrijm e.d.m.) worden besproken en met tekstvoorbeelden geïllustreerd en rijmschema's worden geanalyseerd en in tabellen overzichtelijk gepresenteerd. Typische rederijkersvormen als het ketendicht, het kreeftdicht en het acrostichon worden kort toegelicht. Ook de strofische vormen binnen de speelteksten worden voor het licht gebracht. Naast het grote aantal balladen is de oogst karig: slechts enkele liederen, één refrein en één corrupt rondeel. In dit hoofdstuk wordt met steekproeven tot slot nagegaan of de kamerfactors zich hielden aan de voorschriften van de Charte en het Totten goetwillighen Leser inzake verslengte (nl. het respecteren van de Brabantse maat) en het verbod op het hernemen van rijmparen binnen de vijftig verzen.

Een derde commentaarhoofdstuk behandelt de bijzondere drukgeschiedenis en typografie van de Spelen van sinne. Er zijn immers drie drukkershanden te identificeren (Christoffel Plantijn, Ameet Tavernier en Gillis Coppens van Diest), elk met hun eigen lettertypes, typografische ornamentjes en kenmerkende lay-out. Deze lettertypes worden geanalyseerd, de blazoenen worden besproken, een volledig inhoudsoverzicht van de editie Silvius wordt gegeven en er wordt nagegaan hoe het mogelijk was dat Willem Silvius de titel 'Koninklijk Drukker' mocht dragen zonder zelf één werk gedrukt te hebben.

Tot slot is de digitalisering van exemplaar BL 5856, één van de drie exemplaren van de Spelen van sinne in de Gentse Universiteitsbibliotheek, voltooid. Microfilm Techniek Willebroek heeft uiteindelijk 382 microfilmopnamen gemaakt en die als TIFF-bestanden aangeleverd. De digitale opnamen zijn handige werkmiddelen bij de transciptiecontrole en zullen uiteindelijk verwerkt worden in toekomstige digitale editie van de Spelen van sinne.

Dit project eindigt op 7 januari 2005 en wordt opgevolgd door het nieuwe project Spelen van sinne. Tekstuitgave van de editie Willem Silvius (Antwerpen, 1562), folio Bbb2r-p4rv en folio a1r- Xd8v.

Top

2.2. Talige Bronnenstudie

2.2.1. Databank van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten. Opbouw en linguïstisch onderzoek.
[uitvoerster: Janneke Diepeveen m.m.v. Ron Van den Branden, promotor: Georges De Schutter, KANTL]

Het project had als doel veertiende-eeuwse ambtelijke teksten te voorzien van lemmata en morfologische (morfosyntactische) codes in XML. Deze taalkundige verrijking maakt de teksten toegankelijk voor onder meer fonologisch, morfologisch en syntactisch onderzoek van het veertiende-eeuwse Nederlands. Bij de tagging hoorde de ontwikkeling van een uitvoerige legende die als instrument kan dienen om in de toekomst nog meer van dit soort teksten te coderen. Die codering gebeurde eerst met behulp van een library voor NoteTab Light, geschreven door Ron Van den Branden, later kon tot semi-automatische tagging worden overgegaan met het programma Wana, ontwikkeld door Paul Bijnens in samenwerking met Ann Marynissen. De transcripties die Chris De Wulf had gemaakt (U Gent) werden volledig naar een XML-formaat omgezet: reconstructies, afkortingen, typografische eigenaardigheden en dergelijke werden geXMLiseerd.

Tijdens dit project werden 156 teksten volledig gecodeerd, op de discontinuë elementen na. Per regio ging het om het volgende aantal (indeling bij benadering):

De legende is tegelijk met de tagging gegroeid tot een document van 43 pagina's en fungeert als een verantwoording bij de codering zoals die tot nu toe is gebeurd.

Er werd tevens een begin gemaakt met de aanpassing van de codering van het zgn. Corpus Van Reenen (Amsterdamse corpus 14de eeuw) aan de XML coderingen van dit project.

Dit project eindigde op 3 augustus 2004.

Top

2.2.2. De taal van rechtspraak en gerecht in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830)
[uitvoerster: Isabel Rotthier, promotor: Roland Willemyns]

De volgende fasen van het project werden afgewerkt:

Het project werd van mei tot oktober onderbroken voor het schrijven van het rapport De ontsluiting van het literair erfgoed. Een nieuwe versie van Agrippa in opdracht van het AMVC-Letterenhuis en de KANTL.

Top

2.2.3. Taalverwerving bij jonge kinderen met een cochleaire implantatie: Een longitudinaal effectenonderzoek van hun auditieve, spraak- en taalontwikkeling
[uitvoersters: Griet Depoorter en Ineke Tyriard, promotor: Georges De Schutter]

In dit project werd er onderzoek gedaan naar de auditieve ontwikkeling en de spraak- en taalverwerving bij congenitaal dove kinderen met een cochleair implantaat (CI) geïmplanteerd tijdens het tweede levensjaar. Het doel is systematisch het effect van de CI te onderzoeken op verschillende aspecten van de taal- en spraakontwikkeling:

In essentie werd er nagegaan hoe de toegang tot auditieve informatie evolueert en welke impact die toegang tot de gesproken taal heeft op de eigen spontane spraak en taal van het kind.

Een aantal CI-kinderen en NH-kinderen werden op maandelijkse basis gefilmd. Er werd ongeveer 1 uur opnames gemaakt van spontane interacties tussen het kind en (meestal) een van de ouders. Uit elke opnamesessie werd 20 minuten materiaal geselecteerd.

Al het materiaal werd voorzien van een orthografische transcriptie. Niet-lexicale uitingen van het kind (vocalisaties) werden speciaal gecodeerd. Alle lexicale uitingen van het kind werden voorzien van een fonetische transcriptie. Ten slotte werden ook de gebaren en handelingen van het kind beschreven.

De prelexicale uitingen van de CI-kinderen werden vergeleken met die van de NH-kinderen (aantal, wanneer geproduceerd, ...). De bevindingen i.v.m. de lexicale uitingen (woordjes) werden daarentegen vergeleken met soortgelijke bevindingen uit de bestaande literatuur. Er werd onderzoek gedaan naar de fonologie, morfologie, woordenschat, grammatica, ... van het kind. Bij het onderzoek naar de verworven fonologie van het kind werd er gebruik gemaakt van foneeminventarissen. Aan de hand van die foneeminventarissen kan onder andere informatie verkregen worden over substitutie en deletie van fonemen en clusters en over clusterreductie.

Dit project spitste zich toe op het transcriberen van de bestandsreeksen en het opstellen van foneeminventarisaties.

Dit project liep i.s.m. het Centrum voor Nederlandse Taal en Spraak van de Universiteit Antwerpen en eindigde op 14 juni 2004.

Top

2.2.4. Lemmatisering ten behoeve van het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten
[uitvoerster: Veronique De Tier, promotor: Magda De Vos]

Dit project is een klein onderdeel van een groter project, nl. het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten (WVD), dat sedert 1972 aan de universiteit Gent wordt gemaakt. Het WVD probeert om de traditionele dialectwoordenschat van Frans-, West-, Oost- en Zeeuws-Vlaanderen te verzamelen in een thematisch opgezet woordenboek, dat in drie grote delen is opgesplitst:

In elk van deze delen zijn al een aantal woordenboekafleveringen gepubliceerd.

Het WVD is onomasiologisch-thematisch georganiseerd. Een woordenboekartikel vermeldt - eventueel met toevoeging van een woordkaart en een illustratie - alle gangbare woorden met hun vindplaats, die voor een bepaald begrip zijn opgetekend. Het woordmateriaal wordt ontsloten door alfabetische registers. De woordenboeken komen tot stand via de realisatie van deelprojecten over telkens een segment van de systematische rubricering, die uitmonden in één of meer woordenboekafleveringen.

Het CTB-project bewerkt een onderdeel van de planning voor Deel I Landbouwwoordenschat, paragraaf veeteelt, aflevering Paard 2 (het paard als trekdier) en beoogt de systematische inventarisering, onomasiologische ordening en publicatie met relevante woordkaarten van de dialectwoordenschat in verband met het mennen en het paardentuig. De opvraging van deze woordenschat en de invoer van het betreffende materiaal gebeurde grotendeels in andere projecten van het WVD, met als resultaat de publicatie van de aflevering Paard 1 in 2003.

Het echte lemmatiseringswerk van het paard 2-materiaal kan pas gedaan worden als het in de computer ingevoerde woordmateriaal (eigen materiaal uit WVD-vragenlijsten en vreemd materiaal uit andere en/of oudere vragenlijsten van andere instituten) volledig in orde gemaakt is voor verwerking. Dit materiaal werd geanalyseerd, nagekeken, gecorrigeerd en aangevuld. Op basis van dit materiaal werden ruwe proefkaarten getekend die de geografische verspreiding nagaan en op basis waarvan enkele aanvullende gegevens verzameld werden en enkele trefwoordcorrecties werden aangebracht. Verder werd relevant woordmateriaal uit gepubliceerde bronnen, d.w.z. bestaande dialectwoordenboeken, monografieën en tijdschriftartikelen vanaf 1880 geëxcerpeerd.

De voorlopige lemmalijst telt 215 lemmata. Per lemma werden de juiste bronnen geselecteerd en ingebracht waardoor de lemmata gegenereerd en verder verwerkt kunnen worden tot woordenboekartikels. Voor 25 lemmata is ook de inleiding voor het woordenboekartikel klaargemaakt.

Dit project liep i.s.m. de Vakgroep Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent en eindigde op 31 oktober 2004.

Top

2.3. ICT, teksttechnologie en ontwikkeling

2.3.1. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
[uitvoerders: Ron Van den Branden & Edward Vanhoutte]

De nieuwe versie van de eXist software (1.0b2) biedt ondersteuning voor XQuery, een specifiek op XML-data gerichte zoektaal waarmee expressievere zoekopdrachten kunnen worden samengesteld en ook de weergave van de resultaten krachtiger kan worden gestuurd. Na bestudering van de XQuery taal (een zeer recente en dus nog niet zo rijk gedocumenteerde W3C standaard) en de manier waarop die in eXist wordt ingezet, is de demo voor de elektronische uitgave van de correspondentie tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers aangepast zodat die gebruik maakt van XQuery als onderliggende querytaal. Het is nu mogelijk om resultatensets te sorteren, en om complexere zoekopdrachten efficiënter uit te voeren. Initiële tests bewijzen dat met deze geoptimaliseerde demoversie op CD-Rom ook op minder krachtige computers bevredigende responstijden kunnen worden behaald. Bovendien werd met gunstig gevolg actief meegewerkt aan de opsporing van fouten in de software door rapportering op de eXist mailing list.

Een nieuwe stap in het project was de de creatie van digitale facsimile's van de brieven tussen Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers, voornamelijk door Cindy Holtyzer en Edward Vanhoutte. Daarvoor werd in gezamenlijk overleg een werkwijze opgesteld.

Verder werden volgende stappen in het project gerealiseerd:

Het DALF archief telt momenteel 2.618 gecodeerde brieven:

In 2005 zal dit werk resulteren in:

http://www.kantl.be/ctb/project/dalf/

Top

2.3.2. De trein der traagheid op CD-ROM
[uitvoerders: Ron Van den Branden, Xavier Roelens & Edward Vanhoutte]

Het project wil met de elektronische editie van De trein der traagheid een vernieuwend model bieden voor de historisch-kritische editie van een literair werk inclusief het automatisch genereren van verschillende producten zoals gedrukte edities en elektronische edities die volledig worden aangestuurd door parameters die door de gebruiker worden bepaald. Het eindproduct is een autonome elektronische editie op CD-ROM die 19 versies bevat van De trein der traagheid - vanaf de drukproeven van 1948 tot en met de laatste druk die bij het leven van Daisne in 1977 is verschenen - en een kritische leestekst die apart of in combinatie met elkaar geconsulteerd kunnen worden. Volledige woord-voor-woord vergelijkingen tonen de verschillen aan tussen elke versie. De gebruiker kan zelf beslissen welke en hoeveel versies met elkaar vergeleken moeten worden en welke versie hierbij als oriëntatietekst fungeert. Vanuit elk variantenapparaat kan probleemloos worden overgestapt naar de lezing van een andere. Elke versie en elk resultaat van een vergelijking kan inclusief variantenapparaat, zowel op het scherm worden bekeken als in een printvriendelijke lay-out worden uitgeprint. Of: van elk van de 33 hoofdstukken kunnen meer dan 2,4 triljoen (18 nulletjes) mogelijke edities worden gegenereerd.

De trein der traagheid op CD-ROM bevat:

Het project maakt gebruik van TEI, XML, XSLT, CSS, Javascript, en wordt gerealiseerd door de integratie van de Jetty server en het Cocoon framework.

Dit project zal in 2005 resulteren in de publicatie:

Top

2.4. Projectondersteuning

2.4.1. Herman Roelstraete. Thematische catalogus van het werk
[uitvoerders: Inge Nevejans & Edward Vanhoutte, promotor: Bernard Huys, KAWB]

Toen Inge Nevejans stierf op 31 mei 2004 was het een evidentie voor het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie dat haar werk zou worden afgewerkt en gepubliceerd. De Koninklijke Bibliotheek deelde deze mening en maakte de publicatie van dit omvangrijke werk mogelijk. Na ontvangst van de bestanden en documenten die in Inge haar bezit waren bij haar overlijden, werd gedurende het volledige vierde trimester van 2004 bijna voltijds gewerkt aan het publicabel maken van de thematische catalogus. De volgende stappen werden doorlopen:

De uiteindelijke kopij telt 706 A4 pagina's. Er wordt voorzien dat alles in februari 2005 aangeleverd kan worden aan de Koninklijke Bibliotheek.

Top

2.4.2. Andere projecten

Belangrijke IT-ondersteuning werd door Ron Van den Branden en Edward Vanhoutte geleverd voor de volgende projecten:

Cindy Holtyzer verzorgde de volgende projectondersteuning:

Top

3. Wetenschappelijke werking

3.1. Wetenschappelijke adviescommissies

Voor een optimale besteding van de gemeenschapsgelden en de garantie van een zo breed mogelijk werkveld, opteert de KANTL voor een projectmatige organisatie van het CTB. De ingediende projecten worden per oproep geëvalueerd door twee gemengde commissies van de KANTL die als adviescommissies fungeren voor het CTB. Voor de gebieden van de teksteditie en het literaire en intellectuele erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT), en voor de gebieden van de dialectologie, de historische corpusbouw en het talige erfgoed is dat de Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB).

3.1.1. De Gemengde Commissie voor Literaire Teksteditie (GCT)

Samenstelling GCT 2004-2007:

De GCT heeft in de loop van 2004 eenmaal vergaderd op 13/10/2004. Het voornaamste agendapunt was de evaluatie en rangschikking van de binnengekomen projectvoorstellen voor de periode 2005-2006.

Een aanwervingscommissie, bestaande uit leden van de GCT, de Vast Secretaris van de KANTL (voorzitter), de coördinator van het CTB, de teamverantwoordelijke van de KANTL, de teamverantwoordelijke a.i. en de promotor van het voor uitvoering geselecteerde project vergaderde op 24 november voor de invulling van het project Joris Vriamont en Richard Minne: Leesuitgave van de briefwisseling (1931-1960) (promotor: dr. Yves T'Sjoen).

http://www.kantl.be/ctb/gctb/

Top

3.1.2. De Gemengde Commissie voor Talige Bronnenstudie (GCB)

Samenstelling GCT 2004-2007:

De GCB heeft in de loop van 2004 niet vergaderd.

http://www.kantl.be/ctb/gctb/

Top

3.2. Publicaties, lezingen, gastcolleges en workshops

In 2004 publiceerden de medewerkers van het CTB 7 zelfstandige publicaties, 20 artikelen en 10 recensies in tijdschriften, boeken en kranten. Ze hielden tevens 5 lezingen en 4 gastcolleges in binnen- en buitenland, verzorgden 1 workshop en werden driemaal geïnterviewd voor de radio. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm>.

Als resultaat van projecten van het CTB verschenen volgende zelfstandige publicaties:

De papers van de studiedag Bron van inspiratie. Het archief van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde dat op 22 april 2004 werd gehouden, verschenen als artikelen in een themanummer van Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde:

In 2004 verscheen onder de titel Electronic Scholarly Editing - Some Northern European Approaches een belangwekkend thematisch nummer van Literary and Linguistic Computing (OUP) onder redactie van Mats Dahlströhm, Espen S. Ore en Edward Vanhoutte, waarin vier van de tien bijdragen door medewerkers van het CTB geschreven werden; die gaan over het internationaal geörienteerde onderzoek van het CTB op het vlak van Humanities Computing en electronic scholarly editing:

Vooral de volgende bijdrage in deze publicatie is van belang voor de internationale bekendmaking en profilering van het CTB:

Het CTB streeft er naar zoveel mogelijk publicaties ook on-line aan te bieden via de website. In 2004 werd de essaybundel editiewetenschap <!-- in de praktijk --> uit 1998 on-line gepubliceerd. en reeds 140 maal geraadpleegd. Op 31 december 2004 waren 5 zelfstandige publicaties (25%), 36 artikelen (36%) en 4 recensies (19%) in tijdschriften, boeken of kranten, en 10 lezingen en papers (25 %) on-line op een totaal van respectievelijk 20 zelfstandige publicaties, 98 artikelen en 21 recensies in tijdschriften, boeken of kranten, en 40 lezingen en papers. Op de on-line raadpleegbare zelfstandige publicaties werd op 12 juni 2004 een teller gezet die de volgende resultaten gaf op 31 december 2004:

Titel Hits sinds 12/06/2004
Edward Vanhoutte. Zorgen voor Later? Argumenten voor de Wetenschappelijke Bestudering van de Vlaamse Muzikale en Literaire Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatsen. 235
Jan Dewilde, Ron van den Branden & Edward Vanhoutte. Inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit. 145
Edward Vanhoutte & Dirk Van Hulle (red.). Editiewetenschap <!--in de praktijk-->. 2004 (1998). 140
Edward Vanhoutte & Yves T'Sjoen (red.). Epistolaria. Tekstgenetische studies. 109

De volgende on-line publicatie werd sinds 9 november 2003 al 936 maal geraadpleegd:

http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm

Top

3.3. Colloquia en studiedagen

De medewerkers van het CTB waren geregeld aanwezig op (inter)nationale colloquia en studiedagen, veelal met een paper of lezing.

Zelf participeerde het CTB in de organisatie van de volgende colloquia en studiedagen:

Top

3.4. Seminars in Electronic Editing

In september 2002 startte het CTB met een occasionele serie Seminars in Electronic Editing waarop (inter)nationale sprekers lezingen en demonstraties geven. De seminars zijn vrij toegankelijk en vinden plaats in het gebouw van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

In 2004 werden het volgende Seminar georganiseerd:

Abstracts van alle Seminars zijn te vinden op: <http://www.kantl.be/ctb/seminar/>.

Top

3.5. Workshop

Van 13 tot 17 september 2004 verzorgde het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in samenwerking met de School for Library, Archive and Information Studies (University College London, UK) de vijfdaagse workshop META04 Manuscript en Elektronische Tekst Academie dat goed werd bijgewoond door deelnemers uit Nederland en België. META04 introduceerde het veld van de digitalisering van tekst en beeld en Humanities Computing bij studenten en professionals uit de tekstwetenschap, de erfgoedsector, en het culturele veld. Het docententeam bestond uit internationale experten met een specifieke maar brede ervaring en specialiteit in Humanities Computing: Melissa Terras (School of Library, Archive, and Information Studies, University College London, UK), Edward Vanhoutte en Ron Van den Branden (Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie-CTB). De deelnemers aan de drie modules (XML, digitalisering van tekst en beeld, en DALF) waren medewerkers van het Koninklijke Museum voor Schone Kunsten (Brussel), de universiteit Gent, de universiteit Antwerpen, het Van Gogh Museum (Amsterdam), het Constantijn Huygens Instituut (Den Haag) en de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

http://www.kantl.be/ctb/event/2003.htm

Top

3.6. Overige activiteiten

Van 13 tot 15 mei 2004 was het CTB de gastheer van de TEI-Council Meeting 2004. Het Text Encoding Initiative (TEI) is een internationaal consortium dat het beheer heeft over de TEI standaard. TEI is een internationale standaard die bibliotheken, musea, uitgevers, universiteiten, projecten en individuele onderzoekers helpt om alle vormen van literaire en linguïstische teksten te representeren voor on-line onderzoek en onderwijs door het ontwikkelen, onderhouden en ter beschikking stellen van een internationaal ondersteund coderingsschema. Het CTB is al meerdere jaren actief lid van het TEI-Consortium, en momenteel maken een zestal projecten van het CTB gebruik van de TEI standaard. De Council meeting bevestigt de internationale voortrekkersrol die het CTB-KANTL speelt op het vlak van Humanities Computing, elektronische teksteditie en text-encoding.

Na het bezoek van het Nederlandse Constantijn Huygens Instituut (CHI) van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen aan het CTB van vorig jaar, trok een delegatie van het CTB op 2 juni 2004 naar de Nederlandse zusterinstelling voor een tegenbezoek. In de voormiddag gaf de nieuwe directeur van het Huygens Instituut Henk Wals toelichting bij de werking en de plannen van het CHI voor de volgende vier jaren. Opvallend hierbij is de inhaalbeweging die het CHI wil maken op het vlak van de elektronische editiewetenschap en de digitalisering. Als voorbeeld hiervoor werd het CTB geciteerd. Daarna gaven enkele medewerkers van het CHI een presentatie van hun projecten: uitgave van het Gruuthuuse handschrift, uitgave van de brieven van Gorter, en het verzameld werk van W.F. Hermans. Tot slot gaf Peter Boot, alfa-informaticus van het instituut, wat meer uitleg over de digitale praktijken van het CHI, m.n. het EDITOR-project waaraan ook het CTB participeert. In de namiddag was er een bezoek gepland aan het letterkundig museum. Een borrel en een geschenk voor iedereen (een werk uit de Monumenta Literaria Neerlandica-reeks) sloot het bezoek af.

Top

3.7. Onderwijs

De coördinator heeft een onbezoldigde aanstelling als buitengewoon universitair lesgever (BAP) aan het departement Germaanse Taal- en Letterkunde van de Universiteit Antwerpen (CDE) waar hij in 2004 het vak B33080: Humanities Computing: Electronic Texts doceerde.

Top

3.8. CTB Prijs voor Teksteditie 2004

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie stelt een jaarlijkse prijs in ter aanmoediging van een jonge collega in de discipline van de editiewetenschap en de teksteditie op het gebied van de Nederlandstalige literatuur. De CTB Prijs voor Teksteditie 2004 gaat naar Marleen Smeyers en Indra van Sprundel voor hun elektronische archiefeditie van Cyriel Buysses Het gezin Van Paemel (1902). (Universiteit Antwerpen, promotor prof. dr. Dirk Van Hulle). De jury, bestaande uit Prof. dr. Guido Geerts (KANTL, voorzitter), Prof. dr. Marcel De Smedt (K.U. Leuven), en Edward Vanhoutte (coördinator CTB) prijst de laureaten met hun geavanceerde toepassingen van teksttechnologie en text-encoding in de teksteditie en hun combinatie van technologische accuratesse van de broncoderingen met een aangename visualisatie voor de gebruikers van de editie. De elektronische editiewetenschap bevindt zich op het snijpunt van grondig filologisch werk en archiefonderzoek en de wereld van Humanities Computing waar acroniemen als XML, XSLT, DTD, TEI etc. tot het dagelijks taalgebruik behoren. Met de afstudeerprojecten die werden ingezonden voor de CTB Prijs voor Teksteditie 2004 is een nieuwe generatie van elektronische editeurs gevormd in Vlaanderen.

De CTB-Prijs voor Teksteditie 2004 wordt op 20 april 2005 uitgereikt aan Marleen Smeyers en Indra van Sprundel.

Lees het juryverslag

Top

3.9. Samenwerking en contacten

Het CTB werkte in 2004 samen met en onderhield contacten met:

3.9.1. Internationaal

3.9.2. Nationaal

Top

4. Publiekswerking

4.1. Website

Het dagelijkse contact met de buitenwereld gebeurt via de website van het CTB die in 2004 weerom gevoelig werd uitgebreid en enkele malen per week werd aangepast. De bezoeker kan op de website informatie vinden in 11 grote rubrieken:

De homepage van het CTB werd in 2004 4.634 maal bezocht (+19,8%). Er valt interesse te noteren uit (in afnemende volgorde) België, Nederland, Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland, Zweden, Italië, Frankrijk, en Noorwegen.Van de overige tien rubrieken werden de lijst van publicaties van het CTB en de on-line publicaties het meeste geraadpleegd.

Top

5. Administratieve werking

5.1. Personeel

In 2004 zijn er 15 wetenschappelijke medewerkers (waaronder de coördinator) en 1 administratief medewerkster actief geweest bij het CTB:

JaarTijdelijk (vte)Vast (vte)Totaal (vte)
200414 (7,96)2 (2)16 (9,96)

http://www.kantl.be/ctb/staff/mw04.htm

Top

5.2. Communicatie

De interne communicatie tussen de coördinator en de medewerkers, promotores en leden van de adviescommissies (GCT en GCB) wordt sinds december 2001 geregeld via omzendmails die regelmatig worden verstuurd. Daarnaast bezocht de coördinator elk project ten minste vier maal (trimestrieel). De externe communicatie verloopt via de website van het CTB <http://www.kantl.be/ctb/>, gerichte mailings, aankondigingen op Neder-L en via de pers.

Top

5.3. Secretariaat

Naast de dagelijkse administratie van het CTB en de administratieve ondersteuning van de projecten en de werking van het CTB, werd er door de administratieve medewerkster Cindy Holtyzer ook actief meegewerkt aan de transcriptie van de brieven van Herman de Coninck, Karel Van de Woestijne en Emmanuel de Bom, Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers, Louis De Meester, en van Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen. De digitalisering (imaging) van de correspondentie tussen Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers werd grotendeels door Cindy Holtyzer uitgevoerd.

Gewaardeerde inspanningen werden weerom geleverd door de vaste secretaris en het administratieve personeel van de KANTL (vooral Carlos Boerjan).

Top



Edward Vanhoutte
Coördinator CTB


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 22/04/2005


Valid XHTML 1.0!