logo CTB Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL)
Koningstraat 18
b-9000 Gent
Belgium
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49

Het CTB publiceert jaarlijkse een verslag over de activiteiten in het Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. De tekst van dat jaarverslag wordt ook op de website van het CTB gepubliceerd.

[jaarverslag 2000] [jaarverslag 2001] [jaarverslag 2002] [jaarverslag 2004] [jaarverslag 2005] [jaarverslag 2006] [jaarverslag 2007]

Verslag over de activiteiten van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2003

Edward Vanhoutte – Coördinator CTB

edward.vanhoutte@kantl.be


  1. Inleiding
  2. Werkjaar 2003
    1. Muzikaal erfgoed
      1. Edgar Tinel: Brieven (1854-1912)
    2. Literair erfgoed
      1. Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers: elektronische uitgave van de briefwisseling
      2. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische uitgave van de briefwisseling
      3. Herman de Coninck: brieven
      4. Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom: uitgave van de briefwisseling
      5. Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen (1948-1957). Geannoteerde leesuitgave
      6. Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562)
      7. Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Jos de Haes
      8. Johan Daisne, De Trein der traagheid: tekstkritische editie
    3. Intellectueel erfgoed
      1. Het archief van de 'Gentse' Academie als bron van cultuur- en literatuurhistorisch onderzoek
      2. O Allemagne! O Allemagne!: De Duitse brieven (1858) van Peter Benoit
      3. Louis De Meester: briefwisseling uit het archief
    4. ICT-Project
      1. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
    5. Projectondersteuning
  3. Wetenschappelijke werking
    1. Publicaties, Lezingen, Gastcolleges en Workshops
    2. Colloquia en studiedagen
    3. Seminars in Electronic Editing
    4. Workshop
    5. Onderwijs
    6. CTB Prijs voor Teksteditie 2003
    7. Samenwerking
  4. Publiekswerking
    1. Website
    2. Evenementen
  5. Administratieve werking
    1. Personeel
    2. Communicatie
    3. Secretariaat

1. Inleiding

Het werkjaar 2003 was voor het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) op elk vlak geslaagd te noemen. Niet alleen werden er nooit voorheen zoveel projecten uitgevoerd en kende het personeelsbestand een piekmoment, het subsidiebedrag, dat weliswaar laat op het jaar bekend werd gemaakt, was nooit zo hoog. Daardoor werden, behalve de projecten die in 2002 werden goedgekeurd voor uitvoering in 2003, vijf nieuwe kortlopende projecten aangetrokken voor uitvoering vanaf september 2003.

Dit verslag over de werking van het CTB in 2003 gaat over 16 projecten uitgevoerd door 15 projectmedewerkers.

In 2003 ging de aandacht uit naar 6 specifieke gebieden:

Top

2. Werkjaar 2003

In het jaarverslag 2002 werd melding gemaakt van de redenen waarom het muzikale erfgoed vanaf eind 2002 niet meer tot het werkgebied van het CTB behoorde, en waarom, buiten de twee door het Vlaams Fonds voor de Letteren gesubsidieerde literaire projecten, geen nieuwe (reeds geselecteerde) projecten werden opgestart per 1 oktober 2002. Het uitzicht op een nieuwe subsidie waarmee het CTB zou kunnen werken (die werd pas in juni 2003 definitief goedgekeurd en meegedeeld) betekende de start van vier nieuwe projecten vanaf januari 2003:

Daarnaast werd verder gewerkt aan vijf reeds lopende projecten:

Vanaf september 2003 kwamen daar de vijf volgende kortlopende projecten bij:

Het CTB bood ook ondersteuning aan het project Stijn Streuvels. Levensbloesem. Tekstkritische editie. dat door Prof. Dr. Marcel De Smedt werd uitgevoerd.

De projecten kunnen onderverdeeld worden in vier thematische gebieden: muzikaal erfgoed, literair erfgoed, intellectueel erfgoed en ICT projecten.

http://www.kantl.be/ctb/project/

Top

2.1. Muzikaal erfgoed

2.1.1 Edgar Tinel: Brieven (1854-1912)
[uitvoerster: Nele Verstraeten, promotor: Bernard Huys]

Het project Edgar Tinel: Brieven (1854-1912) inventariseerde en ontsloot 4.701 documenten uit de collectie van de afdeling Muziek van de Koninklijke Bibliotheek Albert I via het VUBIS systeem. De catalogus is te raadplegen via de opac van de Koninklijke Bibliotheek (http://opac.kbr.be/nkbr1.htm). De grote verzameling waardevolle documenten rond de figuur van de Vlaamse componist Edgar Tinel werd in 1981 door de KB verworven en omvat zowel autografische muziekhandschriften, gedrukte partituren, boeken over muziek als brieven van de componist en zijn tijdgenoten, een rijke iconografie en een omvangrijke collectie concertprogramma's en -recensies. Dit project concentreerde zich op de verzameling autografische brieven. De volgende stappen werden hierbij doorlopen: de brieven werden per geadresseerde (d.i. bij de brieven van Edgar Tinel) of per briefschrijver (d.i. bij de brieven aan Edgar Tinel) gerangschikt en vervolgens chronologisch geordend; elk document kreeg een identificatienummer; elk document werd beschreven en geïnventariseerd volgens de regels voor het beschrijven van handschriftelijk materiaal in VUBIS. Zo werden bijvoorbeeld de briefwisselingen van zijn uitgever Breitkopf & Härtel en enkele andere uitgevers (Fürstner, Ries & Erler, Desclée, H. Lemoine en Schott), Jan Blockx, Constance Teichmann, en van Kardinaal Mercier aan Edgar Tinel beschreven, evenals de brieven van Edgar Tinel aan de familie Alberdingk-Thym.

Het project dat eindigde op 31 januari 2003 zal uiteindelijk resulteren in:

Top

2.2. Literair erfgoed

2.2.1. Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers: elektronische uitgave van de briefwisseling
[uitvoerster: Joke Debusschere, promotor: Marcel De Smedt]

Dankzij een subsidie van het Vlaams Fonds voor de Letteren startte het project Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers: elektronische uitgave van de briefwisseling reeds op 1 oktober 2002. Dit project concentreert zich vooral op de inhoudelijke ontsluiting en de productie van een wetenschappelijk verantwoorde elektronisch-kritische editie van dit epistolaire erfgoed.

Streuvels zag in Duitsland meer dan 100 van zijn werken in vertaling verschijnen, tegen 20 in Frankrijk en 6 in Engeland. Zeventien vertalers en vertaalsters hebben zich uitermate om Streuvels' werk bekommerd, maar ook 10 Duitse uitgevers hebben zich met het werk van deze schrijver uit Ingooigem ingelaten. Voor de opgang van Stijn Streuvels in Duitsland heeft vooral de figuur van Adolf Spemann (Engelhorn Verlag, Stuttgart) een belangrijke rol gespeeld. 283 Duitstalige, niet-geïnventariseerde, soms bladzijden lange brieven van Spemann (resp. diens medewerkers) aan Streuvels, geschreven tussen 1934 en 1964, en 178, deels in het Frans opgestelde brieven van Streuvels aan Spemann, worden in het AMVC-Letterenhuis bewaard. Voor Adolf Spemann op het toneel verscheen, waren vooral Insel-Verlag (met Anton Kippenberg) te Leipzig en Albert Langen-Georg Müller Verlag in München belangrijk. Een groot aantal van deze brieven (brieven aan Stijn Streuvels) wordt eveneens bewaard in het AMVC-Letterenhuis. Anders is het met de (Nederlandstalige) brieven van Streuvels aan Kippenberg, die zich in het Goethe- und Schiller-Archiv in Weimar bevinden. Dit archief bezit een voortreffelijke verzameling Flamica met de correspondenties die Insel-Verleger Anton Kippenberg tussen 1915 en 1940 voerde met zijn Vlaamse auteurs en hun vertalers, waaronder ook brieven van Stijn Streuvels aan Anton Kippenberg. Om hoeveel brieven het hier precies gaat, zal een bezoek aan het Goethe- und Schiller-Archiv in 2004 moeten uitwijzen.

De editie is gebaseerd op een integrale, letterlijke transcriptie van alle overgeleverde manuscripten en typoscripten, en dit volgens vaste, te verantwoorden richtlijnen. Alle getranscribeerde brieven worden in XML (eXtensible Markup Language) gecodeerd volgens de DALF richtlijnen (Digital Archive of Letters in Flanders). Eind 2003 waren al een 600-tal brieven getranscribeerd en geannoteerd.

Nu al blijkt dat een wetenschappelijk verantwoorde bestudering en editie van de overgeleverde briefwisseling tussen Streuvels en zijn Duitse uitgevers een genuanceerd licht kan werpen op de talrijke veronderstellingen die Hedwig Speliers in zijn boek Als een oude Germaanse eik: Stijn Streuvels en Duitsland (Lannoo, 2000) formuleerde. Zo kan aan de hand van deze brieveneditie bewezen worden dat Streuvels niet aan autocensuur deed wanneer zijn werk voor het Duitse publiek werd klaargemaakt, dit in tegenstelling tot wat Speliers hierover beweert. Wanneer Spemann zich in 1936 bijvoorbeeld bereid verklaarde om een Duitse vertaling van De teleurgang van den Waterhoek op de markt te brengen, stelde hij zelf 'eine Kürzung von etwa 10-15 %' (30 à 40 bladzijden) voor (brief van 30.05.1936), waarmee Streuvels zich dan maar akkoord verklaarde. Er moest tenslotte toch brood op de plank komen.

Het project eindigt op 30 september 2004 en zal resulteren in:

Top

2.2.2. Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische uitgave van de briefwisseling
[uitvoerder: Bert Van Raemdonck, promotor: Anne Marie Musschoot]

Het tweede project dat met een subsidie van het Vlaams Fonds voor de Letteren wordt uitgevoerd, is Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom: elektronische uitgave van de briefwisseling. Het corpus bestaat uit net geen 400 brieven, die worden bewaard in het AMVC-Letterenhuis. 350 brieven van Karel van de Woestijne zijn bewaard, 50 van Emmanuel de Bom. Van die laatste groep bestaat vaak alleen een doordruk. Die brieven zijn bewaard in de kopieboeken van De Bom. Qua lengte en stijl zijn ze ongelijk: het corpus bevat zowel korte zakelijke telegrammen als uitvoerige persoonlijke epistels.

Van alle brieven werd een elektronische transcriptie gemaakt, voor het grootste gedeelte door Cindy Holtyzer (secretariaat CTB), en enkele jobstudenten die tijdens de zomermaanden voor het CTB hebben gewerkt. Meer dan de helft van die afschriften werd al nauwgezet gecollationeerd met het origineel. Ruim een kwart van de brieven (115) zijn inmiddels volledig geannoteerd, nog eens 285 brieven missen nog een of meer annotaties, maar zijn voorts wel volledig verwerkt. Dit wordt in 2004 verder aangepakt. Passages die grote problemen opleveren zullen op het einde van het project (eind september 2003) worden voorgelegd aan een panel van kenners inzake Van de Woestijne of De Bom. In 2004 wordt er voorts werk gemaakt van de omzetting van de transcripties en annotaties naar het DALF-formaat, om een elektronische editie mogelijk te maken.

Het project eindigt op 30 september 2004 en zal resulteren in:

Top

2.2.3. Herman de Coninck: brieven
[uitvoerster: Annick Schreuder, promotor: Kristien Hemmerechts]

Het project Herman de Coninck: brieven heeft als bedoeling de correspondentie van en aan Herman de Coninck te bestuderen met het oog op het samenstellen van een brievenboek. Van de naar schatting 15.000 brieven die het HdC-archief telt, zijn er ca. 8.000 van De Coninck aan derden. Die werden verzameld en gelezen. Een redactieraad bestaande uit Piet Piryns, Benno Barnard, Kristien Hemmerechts en Annick Schreuder maakte een voorselectie van ongeveer 10% van dit corpus, en een uiteindelijke selectie van ca. 600 brieven die door Cindy Holtyzer (secretariaat CTB) werden overgetikt. Vervolgens werden die brieven systematisch beschreven en werden er alfabetische en chronologische lijsten aangelegd alsook persoonslijsten. Er werd begonnen met de annotatie van de brieven.

Er is in dit project aandacht geweest voor het opsporen en contacteren van de in de briefwisseling vermelde correspondenten. Die moeten immers hun toestemming geven voor de publicatie van de respectieve brieven.

Dit project eindigt op 1 juni 2004 en zal resulteren in:

Top

2.2.4. Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom: uitgave van de briefwisseling
[uitvoerder: Stijn Vanclooster, promotores: Leen van Dijck & Marc Somers]

Het project Maurice Gilliams en Emmanuel de Bom: uitgave van de briefwisseling omvat twee hoofdcomponenten: de ontsluiting van de brieven door invoer in Agrippa, de on-line databank van het AMVC-Letterenhuis, en de voorbereiding van een tekstkritische editie van de correspondentie.

Het totale corpus telt 209 brieven: 124 van de hand van De Bom en 85 van Gilliams. Deze laatste waren eerder al in Agrippa ontsloten, zodat enkel de brieven van De Bom nog werden ingevoerd. Bij de voorbereiding van de editie werden volgende stappen afgerond: diplomatische transcriptie van de brieven volgens de huisrichtlijnen van het CTB, het annoteren van de brieven, en het schrijven van een inleiding die de relatie tussen beide correspondenten duidt, het belang van de briefwisseling belicht en deze in een breder (literair-historisch) verband plaatst.

De zoektocht naar eventueel nog in het corpus op te nemen brieven leidde o.a. tot de ontdekking van een deel van de waardevolle briefwisseling tussen De Bom en Arthur-Henry Cornette. De correspondentie die De Bom met deze kunsthistoricus en conservator van het KMSK te Antwerpen voerde, leverde nuttige inlichtingen op voor onze brieveneditie. Tegelijk werden de ontdekte brieven (een zestigtal in totaal, uit de periode 1937-'40) in Agrippa beschreven.

Het project eindigt op 5 januari 2004 en zal resulteren in:

Top

2.2.5. Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen (1948-1957). Geannoteerde leesuitgave
[uitvoerder: Bart Nuyens, promotor: Yves T'Sjoen]

In een eerste fase van het project werd het corpus aangelegd op basis van de bibliografie van Jaki Louage en Luk De Vos: 'Literaire bijdragen van Ivo Michiels aan Het Handelsblad'. Een vluchtige blik in het knipselarchief van het AMVC-Letterenhuis leerde al snel dat deze bibliografen erg onnauwkeurig te werk waren gegaan. Een exhaustief krantenonderzoek drong zich op. Aanvankelijk werd enkel gebruik gemaakt van de microfilms uit de collectie van de Stadsbibliotheek Antwerpen, maar toen bleek dat er nog enkele teksten door de mazen van het net waren geglipt, werd bij hoge uitzondering de toestemming verleend om de originele kranten in te kijken. Dit leidde tot een corpus van bijna 400 artikelen of 500.000 woorden. De teksten werden ingetikt door Cindy Holtyzer (secretariaat CTB) en enkele jobstudenten die in de zomer werden tewerkgesteld aan het CTB. In een tweede fase van het project werden de afschriften gecollationeerd met de originelen, werden de leesteksten geconstitueerd, een tekstapparaat opgesteld en een editieverantwoording opgesteld. Er werden notities bijgehouden met het oog op de annotatie van de teksten en een interview met Ivo Michiels zelf dat plaatsvond op 6 november 2003 en dat veel bruikbaar materiaal opleverde voor het nawoord van de editie. In dat nawoord zullen niet alleen de poëticale ontwikkelingen van Michiels' dagbladkritiek (werkextern) en literair oeuvre (werkintern) in een bredere literair-historische context worden geplaatst, maar ook 's schrijvers sociaal-artistieke netwerk zal – voor zover de bronnen het toelaten – worden ontrafeld. Dat moet de editeur in staat stellen de merkwaardige overstap van het rechts-katholieke dagblad Het Handelsblad naar de socialistische uitgeverij S.M. Ontwikkeling te duiden. Het brievenarchief, dat in september 2003 door de schrijver aan het AMVC-Letterenhuis werd geschonken, blijkt daarbij van onschatbare waarde. Het stelde de projectuitvoerder in staat Michiels' zoektocht naar een betrekking in de journalistieke wereld te documenteren en de werking bloot te leggen van zowel de 'zuilenmentaliteit' als de 'kruiwagenpolitiek'.

Dit project eindigt op 30 april 2003 en zal resulteren in:

Top

2.2.6. Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562)
[uitvoerder: Ruud Ryckaert, promotor: Werner Waterschoot]

Het project Spelen van Sinne. Tekstuitgave van de editie van Willem Silvius (Antwerpen, 1562) beoogt de uitgave van 189 folio's van Willem Silvius' eerste kwarto uit 1562. In 2003 werden ruim 10.000 versregels getranscribeerd en geannoteerd. Het gaat hier met name over de bijdragen van de eerste negen kamers (De Violieren, De Olijftak, De Goudbloeme, Moyses Doorn, Moyses Bosch, Der Vreuchden Bloeme, De Lelikens uyten Dale, De Leliebloemen, Christusooghen). De transcriptie is gebaseerd op de drie exemplaren van de Silvius-druk (BL. 5856, Her. 100 en Her. 1383) die zich in de Gentse universiteitsbibliotheek bevinden. In BL. 5856 en Her. 100 ontbreken enkele houtsnedes of zijn ze op een verschillende plaats ingevoegd. Die drie exemplaren worden intern gecollationeerd op correcties op de pers. Zetfouten worden verbeterd en verantwoord. Woordverklaringen en verklaringen van eigen- en plaatsnamen, bijbelplaatsen, taalkundige en historische bijzonderheden en allusies op het werk van klassieke en humanistische auteurs worden in de annotaties opgenomen.

Dit project eindigt op 5 januari 2005 en zal resulteren in:

Top

2.2.7. Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Jos de Haes
[uitvoerder: Willem Van den Daele, promotor: Yves T'Sjoen]

In een eerste fase van het project Kritische leeseditie van het volledig dichtwerk van Jos de Haes werden alle bronnen verzameld en bestudeerd, inclusief de onuitgegeven jeugdverzen van De Haes (in privé-bezit). Voor gedrukte bundelpublicaties werd gebruik gemaakt van eerste drukken uit het archief van de erven-de Haes. Knipsels (o.a. interviews waar de Haes over eigen werk en werkwijze spreekt), relevante krantenartikelen en tijdschriftenpublicaties, manuscriptologisch- en brievenmateriaal werden geconsulteerd in het AMVC-Letterenhuis. (Voor)publicaties in tijdschriften (Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Gewas, Ons Leven, ...) werden geconsulteerd in tijdschriftvolumes voorhanden in de KANTL-bibliotheek of de Centrale Bibliotheek van de K.U. Leuven. Vervolgens werden de uitgaveprincipes vastgesteld i.v.m. de samenstelling van de bundel en de tekstconstitutie. Er werd voor geopteerd om in deze editie enkel het gedrukte materiaal in aanmerking nemen. Hierbij zullen verzen die eertijds door de Haes verworpen zijn toch opgenomen worden. De jeugdverzen zullen enkel worden getranscribeerd en gedeponeerd in o.a. de KANTL, het AMVC-Letterenhuis en een aantal universiteitsbibliotheken.

In een tweede fase werd een drukvergelijkend onderzoek gevoerd naar mogelijke varianten en de uiteindelijke keuze van de basisteksten. Voor de gebundelde verzen wordt de ultima manus editie als basistekst gekozen, voor het ongebundeld werk is dat de tijdschriftenpublicaties.

De derde fase van het project concentreerde zich op de transcriptie van de basistekst, de constitutie van de leestekst, de samenstelling van lijsten met editeursingrepen en auteursvarianten, de reconstructie van de drukgeschiedenis per gedicht, het samenstellen van een primaire en secundaire bibliografie en het schrijven van de editieverantwoording.

Dit project eindigde op 30 november 2003 en zal in 2004 resulteren in:

Top

2.2.8. Johan Daisne, De Trein der traagheid: tekstkritische editie
[uitvoerder: Xavier Roelens, promotores: Johan Vanhecke & Leen van Dijck]

Voor het project Johan Daisne, De Trein der traagheid: tekstkritische editie, dat in 2004 zal resulteren in de publicatie van een leeseditie bij de KANTL, werden 21 geautoriseerde bronnen uit de tekstgeschiedenis geïdentificeerd en bestudeerd. Voor de constitutie van de leestekst werden 11 momenten uit de genese van het werk met elkaar vergeleken: de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1948, de publicatie van 1948 in het NVT, de drukproef van 1950, de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1950, de publicatie van 1950 in de verzamelbundel Met 13 aan tafel, de publicatie van 1961 in de bloemlezing Moderne Vlaamse verhalen, de drukproef van 1963, de verbeteringen van Daisne op de drukproef van 1963, de publicatie van 1963 als aparte uitgave, de drukproef van 1968, en de publicatie van de filmeditie van 1968. Uit deze vergelijking ontstond een collatielijst met 1.006 plaatsen van verandering. Ook herstellingen van Daisne, die duidelijk herkenbaar waren op de drukproeven, werden opgenomen. Vervolgens is de uitgave van 1963 nog eens apart vergeleken met de uitgave van 1974, wat nog één extra verandering opgeleverd heeft, en een steekproef tussen de uitgave van 1974 en de uitgave van 1979 vond plaats. Daaruit bleek vooral dat er vanaf de uitgave van 1976, waar de uitgave van 1979 een identieke herdruk van is, enkele spellingsveranderingen – buiten het medeweten van Daisne – aangebracht zijn. Deze gegevens zijn de basis geweest voor de keuze van de basistekst en voor de constitutie van de leestekst.

Vervolgens werd de leestekst geconstitueerd, en werden er emendatielijsten aangelegd. De tekst werd gecodeerd in XML (eXtensible Markup Language) volgens de TEI-specificaties (Text Encoding Initiative). In de tekst werd ook een variantenapparaat gecodeerd zodat een flexibele output van zowel de tekst voor de boekpublicatie als de productie van een elektronische editie mogelijk wordt.

Dit project eindigt op 7 maart 2004 en zal resulteren in:

Top

2.3. Intellectueel erfgoed

2.3.1. Het archief van de 'Gentse' Academie als bron van cultuur- en literatuurhistorisch onderzoek
[uitvoersters: Isabel Rotthier & Janneke Diepeveen, promotor: Marijke De Wit]

Het ontsluiten van het archief van de Academie is een werk dat uit verschillende stappen bestaat. In de loop van 2003 werden volgende fasen in het project afgewerkt. Ten eerste werden de archiefstukken die verspreid lagen over het gebouw van de Academie samen met het hoofdarchief, dat op de zolder van de Academie wordt bewaard, verzameld. Ten tweede werd de materiële staat van het archief verbeterd door het verwijderen van het bruin papier en de koorden die rond de archiefstukken gewikkeld waren. De meeste archiefbestanden bevinden zich in 'goede materiële staat'. Dit betekent dat ze niet aangetast zijn door vocht (schimmels), brand of ongedierte. Om de 'verzuring' van de documenten tegen te gaan, werden metalen hechtingsmechanieken (nietjes, paperclips), elastiekjes, enz. verwijderd. De archiefstukken werden vervolgens in zuurvrije omslagen en kaften gestopt. Deze werken werden tijdens de zomermaanden uitgevoerd door jobstudenten. Ten derde werden twee administratieve archiefvormers onderscheiden: het archief van de Academie (1886-2004) en het archief van het Nationaal Fonds voor de Letterkunde (1947-1999). Deze twee archieven beschouwen we als twee op zich staande administratieve archieven. Beide archievenvormers beschikken immers over een eigen administratie (briefwisseling, verslagen) en boekhouding. De geschonken archieven werden niet in het archiefproject opgenomen. Ten vierde werd het archief primair ontsloten en formeel beschreven aan de hand van de ISAD-normering (General International Standard Archival Description) van de International Council on Archives. Enkele grote archiefseries werden onderscheiden en de interne ordening (chronologisch, numeriek, alfabetisch) van de verschillende series werd hersteld. Vervolgens werden de analytische beschrijvingen van de verkiezingsdossiers en de ledendossiers van de leden, en de 'administratieve' dossiers die gevormd werden rond de uitreiking van de fondsprijzen aangemaakt, en er werd een begin gemaakt met de analytische beschrijving van de brieven van de Academie en het Nationaal Fonds voor de Letterkunde. In de loop van 2004 zullen de 3.000 manuscripten, typoscripten en boeken die ingezonden werden voor de fondsprijzen analytisch beschreven worden en de 'hiaten' in het archief opgespoord zullen worden. De nog op te stellen databank van de leden van de Academie zal een centrale rol spelen in het toekomstige werk.

Top

2.3.2. O Allemagne! O Allemagne!: De Duitse brieven (1858) van Peter Benoit
[uitvoerder: Jan De Wilde, promotor: W. Michaël Scheck]

In het project O Allemagne! O Allemagne!: De Duitse brieven (1858) van Peter Benoit worden de ongeveer vijftig brieven bestudeerd, geannoteerd en geëditeerd die Peter Benoit (1834-1901) vanuit Duitsland schreef aan zijn familie en aan de Classe des Beaux-Arts van de Académie royale de Belgique. Vooraleer de Vlaamse componist naar Parijs vertrok, een periode die met de uitgave van de Parijse brieven in 2001 werd gedocumenteerd, besliste hij om eerst naar Duitsland te reizen. In tegenstelling tot zijn Parijse jaren is zijn verblijf Duitsland nog niet grondig bestudeerd. Nochtans hebben verschillende auteurs er op gewezen dat zijn beslissing om eerst naar Duitsland en dan pas naar Frankrijk te reizen van grote betekenis is geweest voor zijn latere evolutie en zijn ideeën omtrent muzieknationalisme.

"O Allemagne! O Allemagne!" Zo schrijft Peter Benoit op 28 september 1858 vanuit Munchen naar zijn ouders in Harelbeke. Hij is dan al enkele maanden onderweg met de studiebeurs die hij na het behalen van de Prix de Rome in 1857 heeft verkregen. Het is de eerste keer dat Benoit over de grenzen trekt. Hij laat familie, verloofde en vrienden achter zich en is helemaal op zich zelf teruggeworpen. Zoals vele romantische toonkunstenaars lijdt hij aan spleen en brengt hij nauwgezet verslag uit van zijn gevoelens. Maar de brieven zijn vooral interessant om de muziekhistorische notities. Hij bezoekt verschillende bibliotheken (waar hij de handschriften van J.S. Bach en Ludwig van Beethoven bestudeert), woont concerten bij en ontmoet Franz Liszt. Daarenboven begint hij in Duitsland zijn officiële carrière als componist: hoewel hij voordien al veel heeft gecomponeerd, geeft hij zijn dubbelkorige Ave Maria (opgedragen aan de dirigent van het Domchor van Berlijn) opusnummer 1 mee. In die Duitse periode componeert hij ondermeer ook zijn Petite cantate de Noël, het Quatuor en pianomuziek. Verschillende van zijn composities werden in Duitsland uitgevoerd en gepubliceerd. De gegevens van dit onderzoek zullen ook dienen voor een doctoraat over de Prix de Rome in de 19de eeuw, een wetenschappelijke biografie van Peter Benoit en een studie van het Vlaamse muziekleven in de 19de eeuw.

Achtereenvolgens werden de brieven getranscribeerd en geannoteerd, en werd de editieverantwoording en de inleiding geschreven.

Dit project eindigt op 31 januari 2004 en zal resulteren in:

Top

2.3.3. Louis De Meester: briefwisseling uit het archief
[uitvoerster: Maja Szczechura, promotor: Jelle Dierickx]

Ook het project Louis De Meester: briefwisseling uit het archief focuste op de brieven van een Vlaams componist. Louis de Meester (1904-1987) was één van de opmerkelijkste Belgische kunstenaars van de 20ste eeuw. Hij was achtereenvolgens gelegenheidsmuzikant in Frankrijk, directeur van het conservatorium te Meknès, Marokko (1933-1937), vanaf 1945 musicus-modulator bij de NIR (later BRT) te Brussel, van 1962 tot 1969 artistiek directeur van het Gentse Instituut voor Psychoakoestiek en Elektronische Muziek (IPEM) dat toen aan de BRT verbonden was. In 1979 werd hem de Staatsprijs ter bekroning van een kunstenaarsloopbaan toegekend en in 1980 kreeg hij een eredoctoraat van de Gentse Rijksuniversiteit. Samen met Norbert Rosseau vormt hij in België de overgang van de neo-romantische naar de modernistische generatie. Zijn opuslijst bevat een vierhonderdtal werken van uiteenlopende makelij. Er zijn duidelijk expressionistische en impressionistische invloeden merkbaar, maar over het algemeen kan men zijn oeuvre situreren binnen de neo-classicistische sfeer vermengd met de speelsheid van de Franse groep 'Les Six' (o.a. Francis Poulenc). De Meesters belang is echter hoofdzakelijk gelegen in het gebruik van elektronika.

In de nalatenschap van Louis De Meester werden brieven teruggevonden van onder meer Luis de Pablo, Lucien Goethals, Michel de Ghelderode, Mark Liebrecht, Herman Sabbe, Felix De Boeck, Luc Peire, Hugo Claus, René Metzemaekers, Horst Menzel en Paul De Vree. Deze brieven zijn samen met brieven van De Meester zelf unieke documenten omtrent het artistieke leven van de jaren '50-'80 in België en daarbuiten. Aan de hand van deze brieven en de (veelal onuitgegeven) essays en verzamelde kranten- en tijdschriftenartikelen is het zinvol een beeld te schetsen van de componist Louis De Meester en zijn tijd.

Het project lokaliseerde, inventariseerde, en transcribeerde 355 brieven uit het archief. Hiervan werden volgens inhoudelijke criteria 256 brieven geannoteerd en klaargemaakt voor de editie. Omdat het hier om een correspondentie gaat van een hedendaags figuur, werd een groot deel van de projecttijd gespendeerd aan het lokaliseren van de respectieve rechthebbenden en het verkrijgen van de toestemming tot publicatie van de briefwisseling. Tevens werd er een opuslijst opgesteld met de hulp van de studenten 2de kandidatuur musicologie van de UGent.

Dit project eindigt op 7 januari 2004 en zal resulteren in:

Top

2.4. ICT Project

2.4.1. DALF: Digital Archive of Letters in Flanders
[projectuitvoerders: Ron Van den Branden & Edward Vanhoutte]

Na een onderbreking van 23 december 2002 tot 17 februari 2003 werd het werk aan het DALF-project hervat. Dit resulteerde in een eerste versie van een XML DTD om brieven elektronisch te kunnen opmaken, documentatiemateriaal voor het gebruik van de elementen in de DTD, en de ontwikkeling van demonstratiemateriaal. De DTD is gedefinieerd als een uitbreiding van de TEI DTD, en bevat 281 elementen, waarvan 60 uniek voor DALF. Die worden uitgebreid gedocumenteerd in het document DALF guidelines for the description and encoding of modern correspondence material, version 1.0. De DTD en guidelines werden op 27 oktober 2003 gepubliceerd op de DALF-website <http://www.kantl.be/ctb/project/dalf/>. Verder werd een software-hulpmiddel aangemaakt om het coderen van DALF documenten te vergemakkelijken, nl. een 'clip library' voor het eenvoudige, gratis en courant gebruikte tekstverwerkingsprogramma Notetab. Hiermee wordt editeurs een laagdrempelig annotatiemiddel geboden, dat eveneens op de DALF-website te verkrijgen is.

Na dit voorbereidende theoretische onderzoek werden de 1.748 brieven die werden uitgegeven en geannoteerd in het project Stijn Streuvels en zijn Nederlandstalige uitgevers: elektronische editie van de briefwisseling (2000-2002) van het voorlopige SGML-formaat omgezet naar een DALF-gevalideerd XML-formaat.

Voor verschillende nationale en internationale presentaties werd een demo ontwikkeld, bediscussieerd, herdacht en verfijnd. Dit bood een goed uitgangspunt voor het onderzoek naar de beste vorm van applicatiebouw voor de publicatie van de elektronische editie, waarbij de dynamische informatie-extractie centraal moet staan. Dit leidde tot de eXist Native XML Database, een gratis beschikbaar open source-softwarepakket dat het mogelijk maakt om met behulp van XPath expressies contextgevoelige fulltext-zoekopdrachten uit te voeren in documentcollecties. Verder werd theoretisch onderzoek verricht naar de elektronische editie van correspondentie, de ontologie en definitie van correspondentie en correspondentieselectie en -reconstructie. Dit resulteerde in een aantal bijdragen aan internationale tijdschriften en boeken over electronic scholarly editing die in 2004 gepubliceerd zullen worden.

In 2004 zal dit werk resulteren in:

Top

2.5. Projectondersteuning

Het CTB bood in 2003 ondersteuning aan het project Stijn Streuvels. Levensbloesem. Tekstkritische editie. dat door Prof. Dr. Marcel De Smedt werd uitgevoerd en in 2004 onder auspiciën van het CTB verschijnt bij Lannoo.

Belangrijke IT-ondersteuning werd vooral door Ron Van den Branden en in mindere mate door Edward Vanhoutte geleverd voor de volgende projecten:

Begin juli 2003 werd korte tijd gewerkt aan de realisatie van de CD-Rom Inventaris van de muziekbibliotheek van Jan Baptist Benoit. De data hiervoor werden aangeleverd in Microsoft Access-databestanden die werden geëxporteerd naar een XML formaat, en vervolgens werden XSLT stylesheets ontwikkeld om de ruwe data om te zetten naar navigeerbare statische XHTML bestanden die op de CD-Rom gepubliceerd werden. De publicatie is ook on-line te conuslteren op <http://www.kantl.be/ctb/pub/jbbenoit/>

Top

3. Wetenschappelijke werking

3.1. Publicaties, Lezingen, Gastcolleges en Workshops

In 2003 publiceerden de medewerkers van het CTB 6 zelfstandige publicaties, en 29 artikelen in tijdschriften, boeken en kranten. Ze hielden tevens 8 lezingen in binnen en buitenland, en verzorgden 1 workshop in het buitenland. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm>

Als resultaat van projecten van het CTB verschenen volgende publicaties:

De papers van de derde studiedag over tekstgenese, die onder de titel Epistolaria op 19 september 2001 werd gehouden, verschenen als artikelen in een essaybundel bij het AMVC-Letterenhuis. Een groot gedeelte van de bijdragen (5 van de 7) rapporteert over het werk van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie, zoals dat in, en met de collectie van, het AMVC-Letterenhuis verricht wordt:

In 2003 verscheen ook het eerste deel van de nieuwe reeks CTB-cahiers die onder redactie staat van Marcel De Smedt (KuLeuven), Anne Marie Musschoot (KANTL), Dirk Van Hulle (UA), en Edward Vanhoutte (CTB-KANTL, hoofdredacteur). In de reeks CTB-cahiers wil het CTB tekstedities, bronnenpublicaties en oorspronkelijke wetenschappelijk werk publiceren dat in het commerciële circuit geen kans maakt maar dat een verrijking betekent voor het Vlaamse literaire en intellectuele erfgoed en de studie daarvan. Er wordt getracht per jaar een deel te laten verschijnen. In 2003 verscheen:

In 2003 werd onder de titel Electronic Scholarly Editing - Some Northern European Approaches een thematisch nummer voorbereid van Literary and Linguistic Computing (OUP) onder redactie van Mats Dahlströhm, Espen S. Ore en Edward Vanhoutte, waarin vier van de tien bijdragen door medewerkers van het CTB geschreven werden; die gaan over het internationaal geörienteerde onderzoek van het CTB op het vlak van Humanities Computing en electronic scholarly editing.

Het CTB streeft er naar zoveel mogelijk publicaties ook on-line aan te bieden via de website. Op 31 december 2003 waren reeds 4 zelfstandige publicaties (24%), 36 artikelen in tijdschriften, boeken of kranten (39%), en 8 papers (21 %) on-line op een totaal van respectievelijk 17 zelfstandige publicaties, 94 artikelen in tijdschriften, boeken of kranten, en 38 lezingen en papers. Wat de zelfstandige publicaties betreft, zijn momenteel de volgende titels on-line te raadplegen:

Voor 2004 wordt er naar gestreefd minimaal 50% van de gepubliceerde artikelen in tijdschriften, boeken of kranten on-line te hebben.

http://www.kantl.be/ctb/pub/publist.htm

Top

3.2. Colloquia en studiedagen

De medewerkers van het CTB waren geregeld aanwezig op (inter)nationale colloquia en studiedagen, veelal met een paper of lezing.

Zelf participeerde het CTB in de organisatie van de volgende colloquia en studiedagen:

Top

3.3. Seminars in Electronic Editing

In september 2002 startte het CTB met een occasionele serie Seminars in Electronic Editing waarop (inter)nationale sprekers lezingen en demonstraties geven. De seminars zijn vrij toegankelijk en vinden plaats in het gebouw van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde.

In 2003 werden volgende Seminars georganiseerd:

Abstracts van alle Seminars zijn te vinden op: <http://www.kantl.be/ctb/seminar/>

Top

3.4. Workshop

Van 8 tot 12 september 2003 verzorgde het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie op uitnodiging van de Association for Literary and Linguistic Computing (ALLC) en in samenwerking met de School for Library, Archive and Information Studies (University College London, UK) de vijfdaagse workshop Book & Text Studies: Humanities Computing aan Rhodes University (Grahamstown, Zuid-Afrika). Docenten van de workshop waren Melissa Terras, Ron van den Branden en Edward Vanhoutte Het programma besteedde aandacht aan verschillende aspecten van digitalisering: XML, TEI, XSLT, digitalisering van beeldmateriaal en projectmanagement. Het publiek bestond uit zeer geïnteresseerde cursisten uit diverse hoeken van Afrika, vooral georiënteerd op literatuurstudie en de praktijk van literaire archieven en met een min of meer rudimentaire graad van computergeletterdheid.

In Grahamstown werden ook werkbezoeken afgelegd aan het National English Literary Museum (NELM) en het departement Engels van Rhodes University waar men een Centre for Book & Text Studies wil oprichten.

http://www.kantl.be/ctb/event/2003.htm

Top

3.5. Onderwijs

De coördinator heeft een onbezoldigde aanstelling als buitengewoon universitair lesgever (BAP) aan het departement Germaanse Taal- en Letterkunde van de Universiteit Antwerpen (UIA) waar hij in 2003 het vak B33080: Humanities Computing: Electronic Texts. doceerde.

Top

3.6. CTB Prijs voor Teksteditie 2003

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie stelt een jaarlijkse prijs in ter aanmoediging van een jonge collega in de discipline van de editiewetenschap en de teksteditie op het gebied van de Nederlandstalige literatuur. De CTB Prijs voor Teksteditie 2003 gaat naar Liesbeth Van Melle voor haar eindverhandeling Die Onvinbare heb ik bij u gezocht, Maurice...' Wetenschappelijke editie van de brieven tussen Maurice Gilliams en Maurice Roelants. (UGent, promotor Dr. Yves T'Sjoen). De jury, bestaande uit Prof. Dr. Werner Waterschoot (KANTL, voorzitter), Dr. Dirk Van Hulle (UA), en Edward Vanhoutte (coördinator CTB) prijst de laureate voor de wetenschappelijke accuratesse waarmee ze dit werk succesvol heeft afgewerkt. De editeur biedt zowel een leeseditie naast een archiefeditie en fotokopieën van de hele correspondentie aan. De boeiende inleiding getuigt van een professionele aanpak die de teksteditie niet los ziet van de literaire interpretatie. De editeur heeft een klassiek methodologisch model voor ogen, volgt dit nauwgezet, en weet met inzicht de te commentariëren materie te paren met grote kennis van de behandelde methode.

De CTB-Prijs voor Teksteditie 2003 wordt op 22 april 2004 aan Liesbeth Van Melle uitgereikt op de KANTL-studiedag 2004 Bron van Inspiratie.

Lees het juryverslag

3.7. Samenwerking

Het CTB werkte in 2003 samen met:

Top

4. Publiekswerking

4.1. Website

Het dagelijkse contact met de buitenwereld gebeurt via de website van het CTB die in 2003 weerom gevoelig werd uitgebreid en enkele malen per week werd aangepast. De bezoeker kan op de website informatie vinden in 11 grote rubrieken:

De homepage van het CTB werd in 2003 ca. 3.867 maal bezocht. Er valt interesse te noteren uit (in afnemende volgorde) België, Nederland, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen, Oostenrijk en Canada.

Top

4.2. Evenementen

In 2003 organiseerde het CTB de volgende evenementen, waarop de werking werd voorgesteld voor het grote publiek:

http://www.kantl.be/ctb/event/2003.htm

Top

5. Administratieve werking

5.1. Personeel

In 2003 zijn er 15 wetenschappelijke medewerkers (waaronder de coördinator) en 1 administratief medewerkster actief geweest bij het CTB:

http://www.kantl.be/ctb/staff/mw0203.htm

Top

5.2. Communicatie

De interne communicatie tussen de coördinator en de medewerkers, promotores en leden van de adviescommissie (GCTB) wordt sinds december 2001 geregeld via omzendmails die regelmatig worden verstuurd. Daarnaast bezocht de coördinator elk project ten minste vier maal (trimestrieel). De externe communicatie verloopt via de website van het CTB <http://www.kantl.be/ctb/>, gerichte mailings, aankondigingen op Neder-L en via de pers.

Top

5.3. Secretariaat

Naast de dagelijkse administratie van het CTB en de administratieve ondersteuning van de projecten en de werking van het CTB, werd er door de administratieve medewerkster Cindy Holtyzer ook actief meegewerkt aan de transcriptie van de brieven van Herman de Coninck, Karel Van de Woestijne en Emmanuel de Bom, Stijn Streuvels en zijn Duitstalige uitgevers, Louis De Meester, en van Ivo Michiels' literatuurkritische opstellen.

De coördinator heeft zich in 2003, gezien het aantal projecten, vooral beziggehouden met de administratieve kant van de job.

Gewaardeerde inspanningen werden weerom geleverd door de vaste secretaris en het administratieve personeel van de KANTL (vooral Marijke De Wit en Luc Bauwens).

Top



Edward Vanhoutte
Coördinator CTB


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 31/03/2004


Valid XHTML 1.0!