Verslag over de activiteiten van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie in 2000
Edward Vanhoutte – Coördinator CTB
edward.vanhoutte@kantl.be- Inleiding
- Doelstellingen
- Projecten van het CTB
- De uitgave van literaire teksten
- Administratieve en wetenschappelijke werking
1. Inleiding
Op 9 november 2000 werd het CTB op de Boekenbeurs van Vlaanderen, onder ruime belangstelling van het publiek en de pers, officieel voorgesteld. Na het groen licht van minister Bert Anciaux voor de oprichting van een Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie op 7 april 2000, werd in een recordtijd een wetenschappelijke adviescommissie samengesteld, een coördinator en een administratief medewerkster aangeworven. Er werd een oproep tot het "veld" gericht om projecten in te dienen; de wetenschappelijke adviescommissie maakte daarin een selectie, en er werd voor gezorgd dat een jonge equipe kon starten met de uitvoering van die projecten. Op 1 augustus trad de coördinator in dienst, een maand later was het secretariaat operationeel, en nog eens een maand later begonnen 7 wetenschappelijke medewerkers met de uitvoering van evenveel projecten op het vlak van de ontsluiting van het Vlaamse literair en muzikaal erfgoed.
Dit verslag over de werking van het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB) rapporteert over de eerste deel van het eerste werkjaar dat liep van 1 augustus 2000 tot 30 september 2001
2. Doelstellingen
Centraal in de aanpak van het CTB staat een drieledige benadering van het culturele erfgoed: inventariseren, bestuderen en valoriseren. De inventarisatie en ontsluiting van het literair en muzikaal erfgoed vormt het noodzakelijke fundament en de voedingsbodem voor de studie van dat erfgoed, en leidt tot degelijke edities van Vlaamse klassiekers, auteurs- en componistenbiografieën, bijdragen tot literatuur- en muziekgeschiedenissen, goedkope leesedities o.a. voor het onderwijs, correcties van schoolboeken, uitgave van partituren, concerten, CD-opnames, tentoonstellingen, multimediale toepassingen voor onderwijs en onderzoek, applicaties in de technotainment sector, realisaties in de mediawereld, etc... Die drie essentiële componenten zijn in elk van de projecten van het CTB terug te vinden.
3. Projecten van het CTB
In de vergadering van de Gemengde Commissie voor Teksteditie en Bronnenstudie (GCTB) van 9 augustus 2000 werden de volgende zeven projecten goedgekeurd voor uitvoering in het werkjaar 2000-2001:
| Projecttitel | Maanden | Uitvoerder | Promotor |
| Uitgave briefwisseling Stijn Streuvels met zijn uitgevers. | 12 | Joke Debusschere | Marcel De Smedt |
| Ontsluiting van het archief Nieuw Vlaams Tijdschrift (1946-1983) | 12 | Bert Van Raemdonck | Leen van Dijck |
| Raymond Herreman: Briefwisseling 1945-1947 | 12 | Bart Nuyens | Kris Humbeeck |
| De Kapel, een literaire, artistieke en filosofische beweging van omstreeks de eeuwwisseling | 12 | Stijn Vanclooster | Anne Marie Musschoot & W. Michaël Scheck |
| De Parijse brieven van Peter Benoit | 6 | Jan Dewilde | W. Michaël Scheck |
| Jules Toussaint de Sutter: thematische catalogus en cultureel-historische situering | 12 | Nele Verstraeten | Roos Van Driessche |
| Thematische catalogus van het werk van Herman Roelstraete | 12 | Inge Nevejans | Bernard Huys |
Wat het muzikale erfgoed betreft, wordt momenteel gewerkt aan een thematische catalogus van het werk van Herman Roelstraete (uitvoerster: Inge Nevejans, promotor: Bernard Huys) en Jules Toussaint de Sutter (uitvoerster: Nele Verstraeten, promotor: Roos Van Driessche). Van die laatste wordt ook een biografische kroniek opgesteld. Beide projecten hebben in het eerste kwartaal van het werkjaar de eerste fase (catalogiseren) beëindigd. Voor Roelstraete gaat het over 47 opusnummers, wat geleid heeft tot 218 fiches (dit totaal omvat 46 enkelvoudige composities en 26 verzamelbundels van 2 tot 25 composities), voor de Sutter gaat het over een 200-tal composities aanwezig in 422 manuscripten en gedrukte werken. In een volgende fase, die al gestart is, wordt het materiaal bestudeerd met het oog op het opsporen van ontbrekende composities.
Van Peter Benoit wordt in een eerste fase een geannoteerd brievenboek voorbereid (uitvoerder: Jan Dewilde, promotor: W. Michaël Scheck), dat Benoits 'Parijse' brieven, geschreven tussen voorjaar 1859 en najaar 1863, beschikbaar zal maken. De feitelijke brievenuitgave zal voorafgegaan worden door een inleiding die Benoit in Parijs situeert en door een kroniek van die Parijse jaren. Deze kroniek is momenteel voor 60% klaar, de brieven zijn voor 40% getranscribeerd, en de annotaties zijn voor 75% klaar. Het boek wordt uitgegeven door het AMVC en op 18 mei 2001 voorgesteld als catalogus bij de prestigieuze tentoonstelling Benoit aux enfers (Vleeshuis Antwerpen).
De ontsluiting en uitgave van correspondentie is uitzonderlijk waardevol: men kan er naar aanleiding van studies over het werk en de persoon van de auteur gebruik van maken om een betoog te staven, men kan er biografische correcties uit puren en nieuwe gegevens ontdekken in verband met de ontstaansgeschiedenis van de werken. Men kan er aanwijzingen in ontdekken van de vele verborgen acties, interventies en polemieken die achter de schermen van het literaire of muzikale bedrijf verborgen bleven. En men kan er stof in ontdekken voor de beschrijving van de relaties van de auteur met tijdgenoten en voor de historische behandeling van het literaire leven van zijn tijd.
De vier projecten op het vlak van het literaire erfgoed concentreren zich dan ook in een eerste fase op de ontsluiting van belangrijke briefwisselingen: de briefwisseling van Streuvels met zijn uitgevers (uitvoerster: Joke Debusschere, promotor: Marcel De Smedt), van Raymond Herreman tussen 1945-1947 (uitvoerder: Bart Nuyens, promotor: Kris Humbeeck), briefwisseling rond het NVT (uitvoerder: Bert Van Raemdonck, promotor: Leen van Dijck), en briefwisseling rond De Kapel (uitvoerder: Stijn Vanclooster, promotor: Anne Marie Musschoot).
Van de briefwisseling tussen Stijn Streuvels en zijn uitgevers werden, op basis van verschillende scripties die in de loop der jaren aan de KuLeuven werden gemaakt, al 338 brieven volgens een uniform systeem getranscribeerd en geannoteerd, en er werd een begin gemaakt met het opstellen van een algemeen biografisch register. Er werd tevens een inventaris opgemaakt van nog uit te geven briefwisselingen.
In de eerste fase van het project-Herreman dat moet uitmonden in de editie van de correspondentie 1945-1947, werd uit het archief van het AMVC een corpus van een 500-tal brieven samengesteld en getranscribeerd, en werd er secundaire literatuur opgespoord. In de voorbereidingsfase van de annotaties bij deze editie werd het AMVC-knipselarchief, dat het merendeel van de Boekuiltjes van 1934 tot 1970 bevat - de vrijwel dagelijkse rubriek van Herreman in Vooruit -, per jaar in mappen gestoken. Vervolgens werd de oogst van de eerste twaalf jaren (1934-1940, 1944-1950) per dag geordend. Ten slotte werd de collectie Boekuiltjes van oktober 1944 tot en met januari 1948 vervolledigd met 1500 kopieën uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. Daarnaast heeft het grondige speurwerk naar ontbrekende briefwisseling er rechtstreeks voor gezorgd dat de respectieve erven het gehele archief van Nic Bal en de briefwisseling tussen Fritz Francken en Cyriel Buysse aan het AMVC hebben geschonken. De zoon van Achilles Mussche zal binnenkort tientallen negatieven van belangwekkende foto's met diverse Vlaamse en Nederlandse schrijvers schenken.
Het NVT project is een puur ontsluitingsproject. In deze eerste fase werden 1250 brieven (1946-1948) gedetailleerd beschreven in Agrippa, terwijl de briefwisseling van 1946 tot 1966 (20 mappen), de periode onder de directie van Herman Teirlinck, bestudeerd werd met het oog op een verfijning van de reeds gemaakte klassering. Vervolgens werd deze correspondentie volledig samengevat, terwijl hiaten en interessante 'verhaallijnen' werden beschreven. Deze mappen worden in het vervolg van het project efficiënt en snel ingevoerd in het Agrippasysteem.
Het project omtrent De Kapel, een literaire, artistieke en filosofische beweging van omstreeks de eeuwwisseling, heeft vooral tot doel het verzamelen van alle mogelijke inlichtingen om op basis hiervan de context van de beweging te reconstrueren. Tot nog toe werd op basis van verschillende briefwisselingen een ledenlijst opgesteld, de archiefdossiers rond de bewegingen Kunst van Heden en de Maatschappij der Nieuwe Concerten, resp. een groep plastische en een groep muzikale kunstenaars die uit De Kapel zouden ontstaan, werden bestudeerd, alsook de tijdschriften Ontwaking en Alvoorder, die connecties hadden met De Kapel. Gelijklopend met de studie van de betreffende dossiers, worden de betreffende archieven ontsloten, geïnventariseerd en beschreven.
4. De uitgave van literaire teksten
Ondanks de recente geschiedenis van het CTB en de beperkte promotiemiddelen die aangewend kunnen worden om informatie over de doelstellingen van het CTB te verspreiden, wordt er in grote mate een beroep gedaan op de expertise van het CTB, en is er een grote vraag naar samenwerkingsverbanden. Niet alleen de stedelijke erfgoedconvenants, het Fonds voor de Letteren en het AMVC doen een beroep op de expertise van het CTB, ook de literaire uitgevers en de erven van belangrijke literatoren zoeken naar concrete vormen van samenwerking. Het betreft hier dan vooral de potentie van het CTB om een invulling te bieden voor een leemte die m.b.t. de uitgave en het levend houden van het muzikale en literaire erfgoed in Vlaanderen bestaat. Literaire uitgevers kunnen bij het Vlaams Fonds voor de Letteren wel een productiesubsidie aanvragen om het uitgeefrisico van maatschappelijk belangrijke uitgeefprojecten te minimaliseren, maar vooralsnog blijft de (wetenschappelijke) voorbereiding van dergelijke uitgaven ongesubsidieerd. Het zou in dezen onlogisch zijn dat, nu het Fonds welbepaalde criteria m.b.t. de uitgave van Klassieke Vlaamse teksten in de aanvraagformulieren zal opnemen, die criteria niet gerealiseerd kunnen worden omdat het noodzakelijke editiewerk niet kan gebeuren. Het CTB is hiervoor de aangewezen partner, en wordt nu ook al veelvuldig benaderd. Het Fonds onderkent de problematiek van de uitgave van literaire klassiekers, de literaire uitgevers en de erven willen er alles aan doen om betrouwbare en leesbare edities van die klassiekers op de markt te brengen, en het CTB is het expertisecentrum in Vlaanderen op dit gebied. Het CTB wil niets liever dan die expertise ook ter beschikking te stellen voor het literair-maatschappelijke leven in Vlaanderen, maar beschikt niet over de financiële middelen om dat ook daadwerkelijk te doen.
Een extra dotatie voor dergelijke projecten aan het CTB zou een concrete invulling betekenen van de 'goede voornemens'. In samenspraak met het Vlaams Fonds voor de Letteren, bijvoorbeeld, kan per uitgeefdossier een bedrag vastgesteld worden voor de concrete realisatie van de gestelde criteria. Het gaat om de constitutie van een betrouwbare leestekst, een verantwoording van de keuze van de tekst en de ingrepen, en een contextualiserend nawoord waarin het belang van de auteur en het werk geschetst worden. Het CTB heeft voor dergelijke projecten al vragen ontvangen van de uitgeverijen Nijgh & Van Ditmar/Dedalus, Lannoo, de Arbeiderspers, en van de erven De Coninck, Walschap en Robberechts.
5. Administratieve en wetenschappelijke werking
In 2000 publiceerden de medewerkers van het CTB 1 monografie en 4 artikels in tijdschriften en boeken, ze hielden 3 lezingen, verzorgden 2 gastcolleges. De volledige lijst is te raadplegen op <http://www.kantl.be/ctb/pub/>. Daarnaast besteedden kranten, radio en televisie in verscheidene interviews aandacht aan de wetenschappelijke werking van het CTB.
Edward Vanhoutte
Coördinator CTB
XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 06/03/2003