Inhoud
- Executive Summary
- Inhoud
- Vooraf
- 1. Zorgen voor Later?
- 2. Inleiding
- 3. Inventarisatie, Studie en Valorisatie
- 3.1. Inventarisatie
- 3.2. Studie
- 3.2.1. De organisatie van de teksteditie en het bronnenonderzoek in het buitenland
- 3.2.1.1. Nederland – Constantijn Huygens Instituut (CHI)
- 3.2.1.2. Frankrijk – Institut des Textes et Manuscrits Modernes (ITEM)
- 3.2.1.3. Duitsland – Arbeitsgemeinschaft für germanistische Edition
- 3.2.1.4. Scandinavië – Nordiskt Nätverk för Editionsfilologer
- 3.2.1.5. Verenigde Staten – The Bibliographical Society of the University of
Virginia
- 3.2.1.6. Verenigde Staten – Society for Textual Scholarship
- 3.2.2. De organisatie van de teksteditie en het bronnenonderzoek in Vlaanderen
- 3.2.2.1. Colloquia
- 3.2.2.2. Publicaties
- 3.2.2.3. Universitaire Opleiding
- 3.2.2.4. Genese
- 3.2.2.5. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
(KANTL)
- 3.2.2.6. Het Bureau voor Editiewetenschap en Bronnenstudie (BEB)
- 3.2.2.7. Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (CTB)
- 3.3. Valorisatie
- 3.3.1. Het begrip Vlaamse Klassieker
- 3.3.2. De keuze van het uit te geven werk
- 3.3.3. De keuze van de uit te geven (basis)tekst
- 3.3.4. Het subsidiëringsbeleid t.a.v. Vlaamse Klassiekers
- 4. Analytische Studie van de Literaire Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatsen in Vlaanderen
- 4.1. Inleiding
- 4.2. Archief-, Documentatie- en Onderzoekscentra
- Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-Nationalisme – ADVN
- Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven – AMVC
- Documentatie- en Archiefcentrum van de Communistische Beweging – DACOB
- Instituut voor Sociale Geschiedenis – AMSAB .
- Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij – SOMA
- 4.3. Wetenschappelijke Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatse,
- Bibliotheek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde – KANTL
- Bibliotheek van de Universiteit Antwerpen – UFSIA
- Bibliotheek van de Universiteit Antwerpen – UIA
- Centrale Bibliotheek van de Universiteit Gent
- Museum Plantin-Moretus
- Universiteitsarchief Katholieke Universiteit Leuven – K.U.Leuven
- Universiteitsarchief Vrije Universiteit Brussel – VUB
- 4.4. Stedelijke Archieven en Bibliotheken
- Bibliotheca Wasiana – Vereniging voor de Bio-bibliografie van het Land van Waas
- Guido Gezellearchief – Openbare Bibliotheek Brugge
- Stadsarchief Brugge
- Kabinet Maurice Maeterlinck
- Stedelijke Openbare Bibliotheek Kortrijk – Bewaarbibliotheek
- 4.5. Religieuze Archieven en Bibliotheken
- Archief der Vlaamse Jezuïeten
- Archief van het Grootseminarie Brugge
- 4.6. Besluit
- 5. Analytische Studie van de Muzikale Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatsen in Vlaanderen
- 5.1. Inleiding
- 5.2. Gespecialiseerde Documentatie- en Informatiecentra
- ALAMIRE vzw – MUSICA vzw
- Alamire Foundation – Centrum voor de studie van de muziek uit de lage landen
- Studiecentrum voor Vlaamse Muziek
- CeBeDeM – Belgisch Centrum voor Muziekdocumentatie
- Matrix – Studie- en Documentatiecentrum Nieuwe Muziek
- Documentatiecentrum van de stichting Logos
- 5.3. Wetenschappelijke Archieven, Bibliotheken en Bewaarplaatsen
- Muziekafdeling van de Koninklijke Bibliotheek van België
- Bibliotheek van het Koninklijke Vlaams Conservatorium – Antwerpen
- Muziekbibliotheek van het Koninklijk Conservatorium – Brussel
- Bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium – Gent
- Muziekbibliotheek van het Lemmensinstituut
- Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven – AMVC
- 5.4. Bibliotheken, Instellingen en Organisaties – Symfonische Literatuur
- Muziekbibliotheek van de Openbare Omroep
- Muziekbibliotheek van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen
- Muziekbibliotheek van het Nationaal Orkest van België
- Muziekbibliotheek van het Symfonisch Orkest van Vlaanderen
- 5.5. Bibliotheken, Instellingen en Organisaties – Koormuziek
- Centrum voor vocale muziek vzw – CVM
- Vlaamse Federatie van Jonge Koren vzw – VFJK
- Nationale Koorfederatie Het Madrigaal vzw
- 5.6. Bibliotheken, Instellingen en Organisaties – HaFaBra-muziek
- Fedekam Vlaanderen vzw
- Koninklijk Muziekverbond van België vzw
- Vlaamse Federatie van Socialistische Muziekkorpsen van Zangkringen van België vzw
– VFSMZ
- Muziekbibliotheek van de Koninklijke Muziekkapel van de Gidsen
- Muziekbibliotheek van de Koninklijke Muziekkapel van de Belgische Marine
- Muziekbibliotheek van de Koninklijke Muziekkapel van de Belgische Luchtmacht
- 5.7. Bibliotheken, Instellingen en Organisaties – Orgel- en Beiaardmuziek
- Vlaamse vereniging ter bevordering van de orgelkunst vzw
- Het orgel in Vlaanderen vzw
- Vlaamse Beiaardvereniging vzw – VBV
- Muziekbibliotheek van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denijn vzw
- 5.8. Besluit
- Literatuurlijst
- Bijlage 1. Adviezen en informatie
- Bijlage 2. Samenstelling Gemengde Commissie Teksteditie en Bronnenstudie – GCTB
- Bijlage 3. Vragenlijst Analytische Studie van de Vlaamse Literaire Archieven
- Bijlage 4. Vragenlijst voor Specialisten-Neerlandici
|
Executive Summary
1. Dit rapport onderstreept het belang van de wetenschappelijke bestudering van literaire en
muzikale archieven en schetst een stand van zaken d.m.v een analytische studie van archieven,
bibliotheken en bewaarplaatsen van literaire en muzikale archivalia, en een studie
van de huidige inventarisatie, bestudering en valorisatie van het literaire en muzikale erfgoed.
Het rapport doet enkele aanbevelingen en formuleert adviezen voor het opzetten en
uitbouwen van een gecoördineerd en wetenschappelijk verantwoord archiefbeleid m.b.t.
het culturele erfgoed.
2. De stand van zaken met betrekking tot een onbestaande gecoördineerde ontsluiting van
het literaire en muzikale erfgoed in Vlaanderen die in dit rapport geschetst wordt, is een
rechtstreeks gevolg van de onwil van het FWO om de wetenschappelijke status van het
bronnen- en archiefonderzoek te erkennen. Het inventariseren en ontsluiten van archiefbescheiden
is een gespecialiseerde wetenschappelijke activiteit die ook als dusdanig moet
erkend worden door de betrokken subsidiërende, faciliterende en coördinerende instanties.
Het FWO moet naar analogie met haar zusterinstellingen in de rest van Europa
(CNRS, NWO, etc...) hierin haar verantwoordelijkheid ten volle opnemen. Anders dan in
Nederland (waar het NWO tussenkomt in de financiering van de cultureel wetenschappelijke
projecten van het Constantijn Huygens Instituut voor tekstedities en intellectuele geschiedenis
(CHI) m.b.t. de ontsluiting van het culturele erfgoed en de publicatie van de resultaten),
en in Frankrijk (waar het Institut des Textes et Manuscrits Modernes (ITEM) werd opgericht als
onderdeel van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS) en volledig door het
CNRS wordt gefinancierd), blokkeert het FWO in Vlaanderen als federale instelling nog
altijd de ontsluiting van het Vlaamse literaire en muzikale erfgoed. Niet alleen stuit deze
politiek op heel wat onbegrip in Vlaanderen zelf, ook internationaal neemt het FWO hiermee
een hoogst opmerkelijk en geïsoleerd standpunt in. Wat in Europa (Nederland,
Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Scandinavië) en daarbuiten (Verenigde Staten)
een gevestigde wetenschappelijke discipline is met eigen theorievorming, tijdschriften,
scholen, leerstoelen, opleidingen, afstudeerrichtingen, instituten, wetenschappelijke colloquia
etc... blijkt in Vlaanderen volgens het Fonds voor Wetenschappelijk onderzoek voorwetenschappelijk
te zijn en dus niet in aanmerking te komen voor honorering in de vorm
van projectfinanciering. Als de tekstinterpretatie (een discipline die wel door het FWO
erkend wordt) een wetenschappelijke discipline is, is de teksteditie dat ipso facto ook, en
derhalve de wetenschap die zich theoretisch en praktisch met teksteditie inlaat: de
editiewetenschap. Ontsluiting van archieven is dan weer belangrijk voor de teksteditie,
omdat in die archieven de manuscripten, typoscripten etc... te vinden is, m.a.w. het basismateriaal
aan varianten, belangrijk voor de tekstevolutie en -interpretatie. Ontsluiting van
briefwisseling (in die archieven) is belangrijk omdat brieven een licht kunnen werpen op
ontstaan en ontwikkeling van het werk van de auteur, op de biografie van de auteur, op
invloeden, nawerking, oordeel van auteur over eigen werk, etc... Inventarisatiewerk vergt
kennis van o.a. paleografie, analytische en enumeratieve bibliografie, heuristiek, geschiedenis,
musicologie, muziek- en literatuurgeschiedenis, toponymie, etc... Het inventariseren
van literaire archieven is een wetenschappelijk bedrijf waarbij de archivaris een methodologie
ontwikkelt om met de interdisciplinaire facetten van het werk om te gaan. Die methodologie
en interdisciplinariteit kunnen alleen verworven worden via een wetenschappelijke
opleiding aan een universiteit, waar de eerder vermelde disciplines aangeboden worden
in de departementen musicologie en letteren en wijsbegeerte. Inventarisatiewerk kan
dus alleen maar gebeuren door degelijk opgeleide wetenschappers die in een wetenschappelijke, gesubsidieerde en gestructureerde context fundamenteel onderzoek verrichten dat
leidt tot een betere kennis, studie, valorisatie en preservatie van het roerend literaire, muzikale
en culturele erfgoed.
3. Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie en het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap
moeten de logische partners worden voor de overheid, Het Vlaams Fonds voor de Letteren,
de archiefinstellingen, het FWO, de academische wereld, de uitgeverswereld en het
onderwijs. Op nationaal en internationaal vlak kunnen ze een sleutelrol spelen in de organisatie
van een gecoördineerd en wetenschappelijk verantwoord archiefbeleid dat beantwoordt
aan zowel de noden van het veld als van het te bewaren materiaal, zonder daarbij
voorbij te gaan aan de integratie van en de interactie met maatschappelijke componenten.
Om dit te realiseren moet een recurrent en gradueel uitbreidbare post ingeschreven worden
op de begroting. De departementen cultuur, wetenschapsbeleid en onderwijs moeten
betrokken worden bij de financiering van voornoemde centra.
4. Als eerste prioriteit moet er dringend werk gemaakt worden van een inventaris van handschriften
en brieven van Vlaamse auteurs en componisten in Belgische archieven, bibliotheken
en bewaarplaatsen. Daarvoor moeten initieel 4 wetenschappelijke medewerkers
voor een periode van 2 jaar voltijds aangesteld worden. In het inventarisatieproject moet
maximale aansluiting gezocht worden met het Europese Malvine-project (Manuscripts and
Letters Via Integrated Networks in Europe), en moet voldoende aandacht geschonken worden
aan de elektronische realiteit van de wetenschap. De Gemengde Commissie Teksteditie en Bronnenstudie
van de KANTL (GCTB: zie bijlage 2 voor de samenstelling) met vertegenwoordigers
uit de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, de Koninklijke Vlaamse
Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, de interuniversitaire werkgroep Genese, het
Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Muziekcentrum
van de Vlaamse Gemeenschap en de Vlaamse uitgevers, kan het inventarisatieproject
inhoudelijk en formeel coördineren. Hiervoor moeten de nodige fondsen gereserveerd
worden op de begrotingen van de departementen cultuur, wetenschapsbeleid en onderwijs.
Alleen op basis van een inventaris van het literaire en muzikale erfgoed in Vlaanderen
kan er werk gemaakt worden van een degelijk archiefbeleid en een wetenschappelijke
en gecoördineerde bestudering en valorisatie van de collecties.
5. Er moet een structurele oplossing komen voor het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven
(AMVC) dat als centraal depot van literaire en muzikale collecties, systematischculturele
geheugen is van onze samenleving. Het is meer dan wenselijk dat de instelling
overgeheveld wordt van het stedelijke (Antwerpen) naar het Vlaamse en dat er een structuur
komt waarbij een Raad van Beheer waakt over de realisatie van het beleidsplan.
6. Er moet aandacht besteed worden aan de situatie van de conservatoriumbibliotheken van
Antwerpen, Brussel en Gent. Het feit dat deze bibliotheken formeel als schoolbibliotheek
behandeld worden is nefast. Er moet een overlegplatform komen met de betrokken instellingen
en er moet nagegaan worden of de groepering in een afdeling van IAML-Vlaanderen
een financiële steun kan krijgen vanwege de overheid.
7. Er moeten afspraken komen en er moet een beleid uitgetekend worden rond de subsidiering
van zogenaamde Vlaamse Klassieken. Alleen uitgaven die een wetenschappelijk geediteerde
leestekst presenteren (geen herspelling) met een verantwoording van de tekstkeuze
en de ingrepen en een contextualiserend of verklarend nawoord mogen in aanmerking
komen voor productiesubsidies of enige andere vorm van subsidiëring vanwege de
overheid. Daartoe moet in overleg met de betrokken partners een standaardformulier ontwikkeld
worden waarmee de uitgever een grondige toelichting kan geven over het project
waarvoor steun aangevraagd wordt. Dat formulier zal door de betrokken beoordelingscommissie
van het Fonds als instrument gebruikt worden bij hun opdracht te waken over de integrale kwaliteit van het publicatiebeleid m.b.t. Vlaamse Klassiekers. Het spreekt voor
zich dat de formele wetenschappelijkheid zich ten dienste moet stellen van de leesbaarheid.
Oudere teksten overleven alleen als ze goed worden beheerd. Dat betekent ook: als
men ze met de nodige zorg uitgeeft. De drie partners in het uittekenen van een dergelijk
beleid zijn Het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie en
de Vlaamse uitgevers.
|