Corpusverzameling en online editie van de correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks
Uitvoerder:Bert Van Raemdonck
Promotores:Prof. dr. Anne Marie Musschoot (U Gent), Prof. dr. Werner Waterschoot (KANTL)
De oorspronkelijke aanvraag voor een onderzoeksproject bij het FWO had als doel fondsen te verkrijgen om vier jaar lang twee onderzoekers aan het werk te zetten. De eerste onderzoeker zou dan verantwoordelijk geweest zijn voor het klassieke editiewetenschappelijke onderzoek en de verzameling van het corpus, terwijl de tweede onderzoeker het technische luik van het editiewetenschappelijke onderzoek zou uitvoeren, en ook de elektronische verwerking van het corpus. Omdat het FWO slechts voor één onderzoeker een krediet verleent, dient de oorspronkelijke projectomschrijving enigszins te worden aangepast, of in elk geval wat meer te worden afgebakend. Daarvoor dient dit document.
Het doel van het project blijft een zo groot en volledig mogelijk elektronisch corpus van correspondentie rond het tijdschrift Van Nu en Straks. Het project wordt voor de eerste twee projectjaren echter afgebakend in de tijd, in die zin dat het zich in de eerste plaats zal richten op de ontstaansperiode (1890-1893) en de eerste reeks (1893-1894).
In vergelijking met de Nieuwe Reeks (1896-1901) zijn de ontstaansperiode en de eerste jaargang vooralsnog veel beter gedocumenteerd. Tussen 1975 en 1983 publiceerde het ‘Centrum voor de studie van het Vlaamse cultuurleven vanaf het begin van de achttiende eeuw’ de briefwisseling van en aan alle Van Nu en Straks’ers uit de periode 1890-1893. Daarnaar wordt verwezen met de term ‘prepublicaties’. In totaal gaat het om twintig gestencilde delen, waarin een duizendtal brieven zijn opgenomen:
- R. Beckers, L. Jansseune, J.P. Lissens en W. van Rooy, De wereld van Van Nu en Straks. Brieven uit 1890 (3 delen).
- R. Beckers, L. Jansseune en W. van Rooy, De wereld van Van Nu en Straks. Brieven uit 1891 (5 delen).
- R. Rennenberg, L. Van Dijck, D. van Hauwermeiren, V. Leysen, J.P. Lissens en K. Osstyn, De wereld van Van Nu en Straks. Brieven uit 1892 (8 delen).
- R. Rennenberg, L. Van Dijck, D. van Hauwermeiren, V. Leysen, J.P. Lissens en K. Osstyn, De wereld van Van Nu en Straks. Brieven uit 1893 (4 delen).
Deze prepublicaties culmineerden in 1988 tot de publicatie van Het ontstaan van Van Nu en Straks. Een brieveneditie 1890-1894, ingeleid en van aantekeningen voorzien door L. Van Dijck, J.P. Lissens en T. Saldien (2 delen, 459 brieven waarvan 65 ‘nieuwe’).
Dit FWO-project brengt in de eerste twee projectjaren al die papieren edities samen in een groot elektronisch corpus en voegt daar vervolgens (vooral in de laatste twee projectjaren) nog een aantal andere correspondenties aan toe. Hieronder volgt een (voorlopig niet exhaustieve) lijst met publicaties waarin brieven van de Van Nu en Straks-betrokkenen zijn opgenomen:
- R. Vervliet, ‘Stijn Streuvels en Van Nu en Straks’, in: Dietsche Warande en Belfort, jrg. CXVI, nr. 8 (oktober-november 1971), p. 598-648.
- R. Vervliet, ‘"Also sprach Dr. Vermeylen." Brieven van August Vermeylen uit Berlijn en Wenen (1894- ´96).’ In: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 25, nr. 9, p. 896-931.
- K. van de Woestijne, Brieven aan Lode Ontrop. Uitgegeven en van een inleiding voorzien door Anne Marie Musschoot (1985) (115 brieven).
- K. Smits, Een nieuwe kijk op de jonge Streuvels: de briefwisseling met Emmanuel de Bom en het werk uit de eerste jaren (1993).
- K. Smits, Een aardig bundeltje brieven’. Stijn Streuvels en Emmanuel de Bom. De briefwisseling van de jaren 1900-1914 (2005).
Deze edities bevatten ook correspondentie uit de periode voor en na de eerste reeks van Van Nu en Straks. Toch worden ze in het elektronische corpus opgenomen, omdat daarin zoveel mogelijk reeds verricht werk in elektronische vorm zal worden omgezet. Het zwaartepunt van het project komt daardoor dus vooral te liggen op de elektronische component van het oorspronkelijke project. In de oorspronkelijke aanvraag werd die component als volgt omschreven:
"Alle bronnen uit het corpus moeten worden gedigitaliseerd, en er moet internationaal onderzoek worden verricht op het vlak van de elektronische dataverwerking. Er dient immers een databank te worden ontworpen waarin het corpus kan worden verwerkt, en die voldoet aan internationale normen en standaarden. Ze dient ook een zo divers en complex mogelijk onderzoek mogelijk te maken, zowel door literatuurwetenschappers als door (kunst- en cultuur-)historici, taalkundigen, paleografen enzovoort.
De databank moet aansluiten bij en in zekere zin een voortzetting zijn van het werk dat aan de Koinklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde door het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie is geleverd, in het kader van het DALF-project. DALF (Digital Archive of Letters in Flanders) is een groeiende verzameling van elektronisch getranscribeerd en geannoteerd correspondentiemateriaal van Vlaamse schrijvers, die (net op het moment dat men ze zou kunnen valoriseren) dreigt te worden voorbijgestreefd, vanwege de binnenkort te verwachten nieuwe richtlijnen van het Text Encoding Initiative (de zgn. P5). DALF steunt immers op de inmiddels bijna achterhaalde P4-richtlijnen van het TEI. Wil de elektronische editiewetenschap in Vlaanderen een rol (blijven) spelen in de internationale voorhoede, dan dient de FWO-onderzoeker DALF aan te passen aan P5 van het TEI.
Behalve het updaten van DALF en het afstemmen van die ‘nieuwe DALF’ op de noden die het bronnenmateriaal van Van Nu en Straks zullen opleveren, zal de technische medewerker van dit FWO-project ook alle brieven in het XML-formaat moeten omzetten. In een eerste fase geldt dat voor de bronnen alleen, in een tweede fase dienen ook alle annotaties, emendaties en andere editiewetenschappelijke ingrepen in XML te worden aangebracht of omgezet.
Ten slotte dient te worden onderzocht hoe de in punt 1 opgesomde eerder gepubliceerde brievenedities kunnen worden geďncorporeerd in de nieuw ontworpen elektronische databank. Het onderzoek moet vervolgens resulteren in een elektronisch corpus waarin het nieuw ontgonnen brievenmateriaal samen met de elektronische omzetting van eerder gepubliceerde papieren edities is opgenomen, waardoor de latere studie van Van Nu en Straks een volledig overzicht van alle epistolaire bronnen in verband met het tijdschrift ter beschikking heeft."
De laatste alinea uit bovenstaand citaat verwijst naar de nieuw te genereren edities die de taak zouden geweest zijn van de onderzoeker die het klassieke editiewetenschappelijke werk zou hebben geleverd. Om het oorspronkelijk geconcipieerde project aan de reële situatie aan te passen dient het wat dat betreft opnieuw enigszins te worden gemaakt. Het project zal zich immers voornamelijk concentreren op reeds bestaande brievenedities, waardoor het genereren van nieuwe brievenedities niet als prioritair wordt beschouwd. Een belangrijke uitzondering op dat principe vormt weliswaar de elektronische editie van de correspondentie tussen Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom, die aan het corpus zal worden toegevoegd. Voor de laatste twee projectjaren wordt wel een prioriteitenlijst opgesteld waarin wordt vermeld welke nog onbestaande brievenedities voor dit project dienen te worden gegenereerd, indien de projectmedewerker daartoe over nog tijd zou beschikken.
Stappenplan
FASE 1: Januari en februari 2007
- Verzamelen van primaire en secundaire bronnen
- Grondige analyse van de beschikbare bronnen en uitdenken van de mogelijkheden die het elektronische corpus moet bieden
- Verwerven van noodzakelijke software en hardware
- Contacteren van alle betrokkenen die over copyrights beschikken en regelingen treffen wat betreft die copyrights. Het gaat niet alleen om de erven van de betrokken auteurs maar ook om de editeuren, uitgeverijen en andere instellingen die bij de publicatie van eerder verschenen papieren brievenedities betrokken zijn geweest
- Onderzoeken of de papieren brievenedities in aanmerking komen om met OCR software te worden gedigitaliseerd
- Onderzoeken of de primaire bronnen (de brieven zelf) kunnen worden gedigitaliseerd; indien dat het geval zou blijken daarover een regeling treffen met het Letterenhuis
- Samenstellen van een begeleidingscommissie voor dit project
- Mogelijkheden onderzoeken om de vordering van het project meteen online te publiceren
FASE 2: Maart tot en met december 2007
- Omzetting van eerste bronnen naar XML (codering)
- Verdere analyse van (i.e. empirisch onderzoek en theorievorming over) elektronische dataverwerking
- Scannen van de primaire bronnen (parallel met de omzetting naar XML)
FASE 3: Januari tot en met december 2008
- Voortzetting van de conversie naar XML en het scannen van de bronnen
- Communiceren van de eerste resultaten (publicatie van deeledities online, publicaties in tijdschriften, organisatie van een studiedag,...)
- Publicatie van delen van correspondentie die nog niet eerder gepubliceerd werd, o.m. de briefwisseling tussen Karel van de Woestijne en Emmanuel de Bom
Voor de laatste twee projectjaren wordt na evaluatie van de eerste twee projectjaren een nieuw stappenplan opgesteld.
|