logo CTB Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie
Koningstraat 18
b-9000 Gent
Belgium
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49

Het CTB is het expertisecentrum op het gebied van de teksteditie, de editiewetenschap en de ontsluiting van het literaire en muzikale erfgoed in Vlaanderen. Internationaal neemt het CTB deel aan het debat over de theorie en de praktijk van de elektronische editiewetenschap en text-encoding.

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie.
Het expertisecentrum voor de ontsluiting van het Vlaamse literair en muzikaal erfgoed.

Het roerend cultureel erfgoed in het algemeen en het roerend literair en muzikaal erfgoed in het bijzonder zijn vitale onderdelen van een cultuur die in een steeds maar wisselende maatschappelijke realiteit blijvend op zoek is naar haar identiteit. Aan de ene kant biedt het roerend cultureel erfgoed een unieke en uitzonderlijke toegangspoort tot het verleden van die cultuur, en door de documentatie, ontsluiting en conservatie ervan garandeert het ook perspectieven voor de toekomst. Tezelfdertijd is dat cultureel erfgoed ongelofelijk broos. Vanwege haar roerend karakter is dat erfgoed in een sterk geïndividualiseerde maatschappij die meer in economische dan in culturele termen denkt, constant onderhevig aan processen, prakijken en marktmechanismen die resulteren in verregaande ontoegankelijkheid, versnippering en verspreiding. Terwijl de verzamelaar op de antiquariaatsmarkt fabelachtige bedragen betaalt voor autografen en unica, en er ongetwijfeld na de aankoop ook de beste zorg voor draagt, kampen de archieven, bibliotheken en bewaarplaatsen allerhande met chronische problemen van financiële en structurele aard. Die problemen staan een adequate inventarisatie, bestudering en valorisatie van de collectie in de weg. "Vlaanderen eert zijn schrijvers niet", klinkt het in de publieke opinie, of "Vlaanderen verwaarloost zijn literaire monumenten". En dat geldt mutatis mutandis ook m.b.t. het muzikale erfgoed.

Het huidige cultuurbeleid heeft zich als doel gesteld verandering te brengen in de precaire situatie van het roerend cultureel erfgoed. De voorbije jaren werd daarvoor een rijke diversiteit aan initiatieven ontwikkeld. In het kader van het Max Wildiersfonds, bijvoorbeeld, werden aan erkende archieven en onderzoekers van Vlaamse universiteiten projecten toegekend voor een totaalbedrag van 200 miljoen BEF. Het zogenaamde topstukkendecreet zal er in de toekomst voor zorgen dat het Vlaamse culturele erfgoed binnen de context blijft waarin ze moet begrepen worden, en met de erfgoedconvenants wil de Vlaamse regering aan de steden de mogelijk geven om een geïntegreerd beleid te ontwikkelen voor hun roerend cultureel patrimonium. Daarmee heeft het huidige beleid, na het museumdecreet van 1998, aandacht voor het roerend cultureel erfgoed dat buiten de musea wordt bewaard en waarvoor geen kader bestaat. In 2000 werd daarvoor 50 miljoen frank uitgetrokken. Verder worden de ideologische archieven betoelaagd, en met betrekking tot de uitgave van literaire klassiekers in Vlaanderen heeft de Vlaamse overheid een aanmoedigend subsidiëringsbeleid uitgebouwd.

Maar om de actuele betekenis van het literair en muzikaal erfgoed toegankelijk te maken voor de gemeenschap moet er een primaire zorg zijn voor de betrouwbaarheid waarmee dit gebeurt. De ontsluiting, het behoud en het beheer van het erfgoed moet op een wetenschappelijk verantwoorde manier gebeuren zodat de cultuurparticipatie die hier rechtstreeks uit volgt zowel de cultureel geïnteresseerde burger als de gemeenschap, de cultuur en de onderzoeker ten goede komt.

Als de Nederlandse Taalunie in 2003 begint met de publicatie van de groots opgezette (7 delen) nieuwe geschiedenis van de Nederlandstalige Literatuur waarvan het kostenplaatje 907.500 EUR of 36.610.476,25 BEF. bedraagt, dan willen we toch allemaal dat de teksten die in dit basiswerk aan bod zullen komen ook in betrouwbare versies beschikbaar zijn. Tegelijkertijd kan die literatuurgeschiedenis maar geschreven worden op basis van een gedegen kennis van het literaire erfgoed. Feit: De graad van ontsluiting van de collectie van het AMVC-Letterenhuis - het centrale archief en documentatiecentrum voor het Vlaamse literaire erfgoed vanaf 1750 - is heel moeilijk te ramen, maar wordt voor de ruwe ontsluiting op 45% geschat. Wat de gedetailleerde ontsluiting betreft, is de brievencollectie voor ca. 15% ontsloten, en de handschriftencollectie voor ca. 0,01%. De eerste vereiste voor een degelijk archief- en erfgoedbeleid is de inventarisatie van dat roerend literair en muzikaal erfgoed: nl. de handschriften en brieven van Vlaamse auteurs en componisten in archieven, bibliotheken en bewaarplaatsen in België. Een dergelijke inventaris ontbreekt in Vlaanderen en is een conditio sine qua non voor de studie en de valorisatie van het literaire en muzikale erfgoed in een nationale en internationale context.

De principes van de editiewetenschap en het bronnenonderzoek steunen is een primaire vorm van leesbevordering.

Minister Bert Anciaux kondigde op 7 april 2000, in zijn slottoespraak op het colloquium Teksteditie Vlaanderen 2000 ter gelegenheid van de voorstelling van de elektronisch-kritische editie van Stijn Streuvels' De teleurgang van den Waterhoek, de oprichting aan van een Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie:

Van mijn kant wil ik er al het mogelijke voor doen opdat een systematische ontsluiting van ons literair erfgoed kan verder gezet worden. Ik heb mijn goedkeuring gehecht aan de oprichting van een 'Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie' in de schoot van de Academie en maak er de nodige middelen voor vrij.

De minister zag in zijn toespraak een drievoudige opdracht weggelegd voor het centrum:

  1. Verantwoorde teksteditie en bronnenstudie.
  2. Volledige en degelijke inventarisatie van het beschikbare erfgoed.
  3. Samenwerkingsverbanden creëren met alle actieve instellingen die nuttig werk kunnen leveren voor een ontsluiting van het literaire en muzikale erfgoed, met de steden waarmee de Vlaamse Gemeenschap erfgoedconvenants afsluit en met buitenlandse instituten en onderzoeksgroepen.

De oprichting van het CTB op 1 augustus 2000 was het resultaat van de gecoördineerde onderhandelingen van het BEB, de KANTL, Genese, het AMVC-Letterenhuis, het Studiecentrum voor Vlaamse Muziek en het Vlaams Fonds voor de Letteren met de administratie en het kabinet Cultuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.

In een recordtijd werd er een wetenschappelijke adviescommissie samengesteld, werd Edward Vanhoutte als coördinator aangesteld en Cindy Holtyzer als administratief medewerkster aangesteld, werden er waardevolle projecten geselecteerd en werd ervoor gezorgd dat een jonge en uiterst efficiënte equipe kon starten met de uitvoering van die projecten.

Voor een optimale besteding van de gemeenschapsgelden en de garantie van een zo breed mogelijk werkveld, opteert het CTB voor een projectmatige aanpak. Een onafhankelijke wetenschappelijke adviescommissie (GCTB-Gemengde Commissie voor Teksteditie en Bronnenstudie) evalueert de ingediende projecten en selecteert de wetenschappelijke medewerkers. In die adviescommissie zetelen vertegenwoordigers van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, de Koninklijke Vlaamse Academie van België, de interuniversitaire werkgroep Genese, het AMVC-Letterenhuis, het Vlaams Fonds voor de Letteren, het Muziekcentrum van de Vlaamse Gemeenschap en de uitgeverswereld. De coördinator van het CTB en een vertegenwoordiger van het Studiecentrum voor de Vlaamse Muziek zijn als adviseur in de vergadering opgenomen. De commissie kan ten alle tijde uitgebreid worden met specialisten die als externe adviseurs optreden.

Voor de werkingsjaren 2000-2001 en 2001-2002 concentreren de activiteiten van het CTB zich op de ontsluiting van het Vlaamse literair en muzikaal erfgoed van de 19de en de 20ste eeuw. Deze voorlopige beperking impliceert geen principiële en exclusieve keuze, maar is ingegeven door drie bepalende factoren.

  1. Ten eerste kreeg het CTB van de Minister van Cultuur de expliciete opdracht om met de projecten mee te werken aan de ontsluiting van de collectie van het AMVC-Letterenhuis - het centrale archief en documentatiecentrum in Vlaanderen vanaf 1750 - met de nadruk op de 19de en de 20ste eeuw.
  2. Ten tweede is de materiële conditie van het erfgoed uit die periode van een dergelijk slechte staat dat een dringende ontsluiting erger moet voorkomen.
  3. Ten derde dwingt de financiële realiteit van het CTB tot een weloverwogen projectkeuze die het resultaat is van een consistente en systematische visie op de ontsluiting van het literair en muzikaal erfgoed.

Centraal in de aanpak van het CTB staat een drieledige benadering van het culturele erfgoed: inventariseren, bestuderen en valoriseren. De inventarisatie en ontsluiting van het literair en muzikaal erfgoed vormt het noodzakelijke fundament en de vruchtbare voedingsbodem voor de studie van dat erfgoed, wat dan weer leidt tot evidente resultaten als degelijke edities van Vlaamse klassiekers, auteurs- en componistenbiografieën, literatuurgeschiedenissen, muziekgeschiedenissen, goedkope leesedities o.a. voor het onderwijs, correcties van schoolboeken, uitgave van partituren, concerten, CD-opnames, tentoonstellingen, multimediale toepassingen voor onderwijs en onderzoek, applicaties in de technotainment sector, realisaties in de mediawereld, etc... Die drie essentiële componenten zijn in elk van de projecten van het CTB terug te vinden.

De projecten kunnen we indelen in drie categorieën: projecten met betrekking tot het muzikale erfgoed, projecten met betrekking tot het literaire erfgoed en gemengde projecten.

Jarenlang hebben we gevochten voor een begin van de ontsluiting van het literair en muzikaal erfgoed in Vlaanderen. Het huidige cultuurbeleid heeft met de oprichting van het CTB een expertisecentrum in het leven geroepen dat een zowel nationaal als internationaal een sleutelrol kan spelen in de organisatie en realisatie van een gecoördineerd en wetenschappelijk verantwoord erfgoedbeleid dat beantwoordt aan zowel de noden van het veld als van het te bewaren materiaal, zonder daarbij voorbij te gaan aan de integratie van en de interactie met maatschappelijke componenten. Bij de realisatie van de drie voornoemde essentiële stappen van het erfgoedbeleid, inventariseren, bestuderen en valoriseren, is het CTB de logische partner voor de overheid, de archiefinstellingen, het FWO, de academische wereld, het Vlaams Fonds voor de Letteren, de uitgeverswereld en het onderwijs. Mits een recurrente en gradueel groeiende betoelaging kan het CTB die potentiële energie ook blijvend omzetten in kinetische.

Edward Vanhoutte
Coördinator CTB


XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 16/07/2002


Valid XHTML 1.0!