logo CTB Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie
Koningstraat 18
b-9000 Gent
Belgium
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49

De vierde Studiedag Tekstgenese vindt plaats op woensdag 23 oktober 2002 onder de titel Parafernalia in het auditorium van het AMVC-Letterenhuis. De deelname is gratis, aanmelden is gewenst. Parafernalia is een organisatie van het AMVC-Letterenhuis, het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (KANTL), het Constantijn Huygens Instituut (KNAW), Genese en de Vakgroep Nederlandse Literatuur van de U. Gent.

Parafernalia
Studiedag Tekstgenese

woensdag 23 oktober 2002

AMVC-Letterenhuis - Minderbroedersstraat 22, Antwerpen

Teksten komen vaak op onvoorziene manieren tot stand. Toevalligheden kunnen het schrijfproces in gang zetten of er een plotse wending aan geven, en niet zelden zijn die toevalligheden concrete voorwerpen. De term 'parafernalia' betekent eigenlijk 'persoonlijke bezittingen van de vrouw', maar uiteraard is het de bredere betekenis en het (volgens Van Dale) 'oneigenlijk' gebruik van de term die hier centraal staan: 'Bij iem. of iets behorende zaken':

  • 'Bij iem. of iets':
    In de eerste plaats gaat het hier om een auteur, maar niet noodzakelijk. Er zijn gevallen bekend van schrijvers die op een vlooienmarkt de inboedel van een anonymus opkochten en op basis daarvan een verhaal (re)construeerden; of die een heel boek schreven over de spullen die toevallig op een bepaald moment op een bepaalde plaats lagen.
  • 'behorende':
    Soms verdwijnen de parafernalia, als ze eenmaal hun inspiratieve rol hebben vervuld, geheel achter de tekst, soms blijven sporen ervan zichtbaar, in het ontstaansproces (bijvoorbeeld in de vorm van aantekeningen) of in het uiteindelijke resultaat zelf. De wijze waarop deze parafernalia zich tot de tekst verhouden, kan interessante aanknopingspunten bieden voor de interpretatie.
  • 'zaken':
    Een tekst is geen geïsoleerd fenomeen. Een schrijver laat zich inspireren of doet onderzoek op basis van naslagwerken en andere bronnen van informatie. Thematische bronnen kunnen een enorme hulp zijn bij het interpreteren van literaire teksten, maar de gebruikelijke bronnen van informatie zijn niet altijd de meest inspirerende, zodat het misschien nodig is een onderscheid te maken tussen traditionele thematische bronnen en minder voor de hand liggende inspiratiebronnen of parafernalia.

Het 'oneigenlijke' gebruik van de term 'parafernalia' kenmerkt dit begrip ook in tekstgenetisch verband: weinig voorwerpen zijn in de eerste plaats of 'eigenlijk' gemaakt om erover te schrijven. De parafernalia die tijdens deze studiedag centraal staan, zijn voorwerpen die in de literatuur een tweede leven beginnen te leiden dankzij het 'oneigenlijke' gebruik dat de schrijver er van maakt en de meerwaarde die hij er zo aan geeft.

Tijdens deze vierde 'studiedag tekstgenese' willen we nagaan hoe de auteur deze voorwerpen literair verwerkt, hoe zulke voorwerpen het schrijfproces in gang kunnen zetten of beïnvloeden, hoe ze kunnen bijdragen tot de interpretatie van literaire teksten, wat de zin of onzin is van het bewaren van zulke voorwerpen in literaire archieven, etc.

Programma

9u. Ontvangst met koffie en/of thee
9u.30 Verwelkoming door Leen van Dijck, Conservator AMVC-Letterenhuis
9u.40 Dirk Van Hulle (Genese & Universiteit Antwerpen-UIA)
Inleiding
9u.55 Piet Joostens
Nieuwe opruimtechnieken
10u.15 Georges Wildemeersch (Universiteit Antwerpen-UIA)
Parefarnalia in de moderne Nederlandse literatuur

Bedoeling van deze lezing is om de aanwezigheid en het gebruik van parafernalia in het leven en het werk van Hugo Claus toe te lichten. Als het goed is zouden die dingen die behoren bij de auteur iets moeten zeggen over hem en zijn werk. Om die betekenis nog scherper te doen uitkomen, wordt af en toe verwezen naar het gebruik en de functie van parafernalia bij enkele andere Nederlandse auteurs uit de tweede helft van de 20ste eeuw zoals Gerard Reve, Jan Wolkers en Willem Frederik Hermans.
10u.40 Gert Morreel (Universiteit Antwerpen-UIA)
Parafernalia van de revolutie: memorabilia in het werk van Herman Melville

Er zijn weinig auteurs van wie het (problematische) schrijverschap zo nauw samenhangt met de kracht en contradicties van het Amerikaanse sociale, politieke en culturele experiment als bij Herman Melville. Melvilles beide grootvaders waren helden van de Amerikaanse Revolutie (eentje deed zelfs mee aan de Boston Tea Party) en het ouderlijk huis droeg de sporen van hun roem en rijkdom: een materiële, psychologische en politieke erfenis waar hij nagenoeg zijn hele carrière mee zou worstelen. De manier waarop Melville memorabilia verwerkte in Redburn (1849) en Pierre, or The Ambiguities (1852) heeft dan ook boeiende genetische implicaties voor de evolutie van Melvilles werk.
11u. koffie/thee
11u.30 Anne Decelle (KU Leuven)
Parafernalia in het oeuvre van Stefan Hertmans

'Misschien had de man, in al die inmiddels talloze uren dat hij had zitten schrijven en denken, niets anders tot stand gebracht dan de noodzakelijke arbeid van het ontcijferen van dit ene schilderij, dit landschap waarin de vormen ervaringen waren geworden - terwijl hij zich domweg steeds had ingespannen om van zijn ervaringen vormen te maken'. Met deze woorden eindigt het eerste hoofdstuk van Stefan Hertmans' roman Als op de eerste dag. Het 'ene schilderij' betreft een kopie van een hoenderhoftafereel van de 17de-eeuwse dierenschilder Melchior de Hondecoeter. Deze paper gebruikt dit tafereel als uitgangspunt voor 'de noodzakelijke arbeid van het ontcijferen' van de roman. Hoe wordt de beleving van het schilderij verweven met de gebeurtenissen in de roman? En bieden de motieven die het schilderij aanreikt de lezer een sleutel voor een interpretatie van de roman?
11u.55 Tom Van Imschoot (FWO-Universiteit Gent)
Maag(d)pijn. Een genetische inval bij de interpretatie van het oeuvre van Louis Paul Boon

Het uitgesproken lichamelijke karakter van Louis Paul Boons oeuvre vormt het uitgangspunt van mijn betoog. Boons werk getuigt niet alleen thematisch gesproken van een 'fenomenale' fascinatie voor het lichamelijke en het geweld dat erop gepleegd wordt, zijn schrijverschap biedt de lezer herhaaldelijk ook doorkijkjes op de cruciale rol van Boons eigen lichaam bij de genese van zijn 'literaire' werk. Al vroeg in Boons carrière resulteert deze schrijfpraktijk in een grote ontvankelijkheid voor het toevallige en het contingente (cf. de novellen Maagpijn en Uitleenbibliotheek in Boontje's twee spoken (1952)). De centrale vraag van mijn lezing peilt naar de impact van deze ostentatief toevallige schrijfpraktijk op het concrete lezen en interpreteren van Boons 'literaire' werk.
12u.20 Lunch
Mogelijkheid tot het bezoeken van de tentoonstelling Leeuwen van Vlaanderen. Hendrik Conscience in 13 hoofdstukken.
14u. Geert Lernout (Genese & Universiteit Antwerpen-UIA)
In de voetsporen van James Joyce

In Ellmanns biografie wordt een anekdote verteld over een paar oude schoenen van Ezra Pound die door T.S. Eliot naar Parijs werden gebracht voor James Joyce. Hoewel er al eerder opmerkingen waren gemaakt over de schoenen van Joyce, hebben we deze anekdote te danken aan de schrijver Wyndham Lewis die bij het overhandigen van de schoenen aanwezig was en die het verhaal met veel plezier vertelt in Blasting and Bombardiering. Waar zijn die schoenen? Heeft de frustratie over dit voorval Joyce ertoe gebracht de schoenen en zijn vriend/collega in Ulysses of in Finnegans Wake te verwerken? Wat is de rol van een paar schoenen in de literatuur van de eerste helft van de twintigste eeuw?
14u.20 Jan Pauwels (Universiteit Antwerpen-UFSIA)
Prenten, poëzie en parafernalia. Gelegenheidsgedichten van Guido Gezelle

Geen enkele dichter uit ons taalgebied heeft zoveel poëzie nagelaten in de vorm van religieus georiënteerde eenbladsdrukken, folders, brochures en bidprentjes als Guido Gezelle (1830-1899). Ontdaan van hun toenmalige uiterlijke verschijning - en zoals ze dus in recente uitgaven zijn terug te vinden - blijft er van deze teksten niet veel meer over dan hun maatschappelijke gebruiksfunctie, terwijl juist de materiële vorm vaak interessante tekstgenetische informatie bevat.
14u.45 Johan Vanhecke (AMVC-Letterenhuis)
Het Tine van Berken-archief van Johan Daisne

De Nederlandse jeugdschrijfster Tine van Berken (1870-1899) was een van de grote idolen van Johan Daisne (1912-1978) en hij verwijst geregeld naar haar in zijn literair werk. Hij legde een uitgebreid Tine van Berkenarchief aan met brieven van de schrijfster en getuigenissen van familieleden en vrienden. Hij wou er een wetenschappelijk essay over schrijven, maar verwerkte al het materiaal in een toneelstuk.
15u.10 Hanneke Van Kempen & Jan Gielkens (Constantijn Huygens Instituut - KNAW)
Parafernalia: niet aanwezig. Het bijzondere geval Herman Gorter

Wie zich met Herman Gorter bezighoudt moet het met relatief weinig bronnenmateriaal doen. Biografische documenten zijn mondjesmaat aanwezig, van zijn voormalige bibliotheek zijn slechts resten bewaard en voorwerpen uit zijn bezit zijn er vrijwel niet. 'Parafernalia' zijn geen van deze documenten en voorwerpen te noemen: ze spelen in het werk van Gorter geen rol. In onze lezing willen we antwoorden proberen te vinden op de vraag naar de redenen hiervoor en ingaan op de gevolgen van het gebrek aan parafernalia en andere bronnen voor onderzoekers van zijn werk.
15.35 Reflectie op de studiedag door Geert Buelens (Universiteit Antwerpen-UIA)
15u.55 Aankondiging initiatieven van het AMVC-Letterenhuis, het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie en het Constantijn Huygens Instituut.
16u. Receptie

Practicalia

Locatie AMVC-Letterenhuis
Minderbroedersstraat 22
2000 Antwerpen
Datum 23 oktober, 9u.30-16u.30
Deelname Gratis
Aanmelden CTB
Koningstraat 18
9000 Gent
email: ctb@kantl.be
tel: +32 (0)9 265 93 50
fax: +32 (0)9 265 93 49
Organisatie

XHTML auteur: Edward Vanhoutte
Last revision: 17/10/2002


Valid XHTML 1.0!